De knowhow van kleine, middelgrote en grote Portugese textielfabrikanten wordt wereldwijd erkend. Het is nog maar een paar jaar geleden dat grote, gereputeerde merken zoals Boss, Calvin Klein, Max Mara, Donna Karan, e.a. hun toevlucht namen tot dit zuiderse land. De prijs van handarbeid was nog aantrekkelijk, de loonkosten lagen laag genoeg. Dat is inmiddels veranderd. Het zijn de Aziatische landen die nu in grote getale merknamen aantrekken. Azië is het productieoord bij uitstek voor wie op een optimale winst uit is. Voorlopig althans. En dat betekent dus dat in Portugal heel wat naaimachines en al evenveel zo niet meer textielarbeiders technisch w...

De knowhow van kleine, middelgrote en grote Portugese textielfabrikanten wordt wereldwijd erkend. Het is nog maar een paar jaar geleden dat grote, gereputeerde merken zoals Boss, Calvin Klein, Max Mara, Donna Karan, e.a. hun toevlucht namen tot dit zuiderse land. De prijs van handarbeid was nog aantrekkelijk, de loonkosten lagen laag genoeg. Dat is inmiddels veranderd. Het zijn de Aziatische landen die nu in grote getale merknamen aantrekken. Azië is het productieoord bij uitstek voor wie op een optimale winst uit is. Voorlopig althans. En dat betekent dus dat in Portugal heel wat naaimachines en al evenveel zo niet meer textielarbeiders technisch werkloos zijn. Of waren. Want de één zijn dood is de ander zijn brood. Portugal bleef niet bij de pakken zitten. Het land besefte maar al te goed dat al die kunde niet zomaar opzij gezet kon worden. Dat zou zonde zijn. De deskundigheid en de infrastructuur werden dus voor nieuwe doeleinden gebruikt. Met andere woorden: voor nieuwe modeontwerpers. Dit keer van eigen bodem. Ze komenuit alle hoeken van het land, deze nieuwe garde, voornamelijk jonge, zelfbewuste ontwerpers. Zowel in Portugal als in het buitenland manifesteren ze zich.Maar Portugal is een klein land; dat eigenlijk op veel gebieden aardig wat gemeen heeft met België. Behalve dan dat ons land op het gebied van de mode wereldwijd een stevige reputatie heeft. De Belgische mode heeft de wereld veroverd, is verkrijgbaar van Tokio tot New York, van Parijs tot de Verenigde Arabische Emiraten. Niet dat onze Belgische identiteit daar bijzonder veel mee te maken heeft. Het is vooral de Antwerpse Academie die goede studenten aantrekt en aflevert. En intussen beschikt ons land over een aantal welluidende namen: Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Raf Simons, Dirk Bikkembergs... Hoe diezelfde namen klinken als ze uitgesproken worden door Japanners, Fransen of Portugezen, dat is nog maar de vraag. Feit is dat hun creaties gewaardeerd en gekocht worden! In Portugal is de situatie anders. Want wat dacht u van Bruno Belloni? Een Italiaan? Vergeet het. Achter Bruno Belloni zit een Portugees ontwerper met zin voor marketing en de behoefte internationaal door te breken. Peter Murray? Een Brit? Evenmin. Ook hierachter schuilt Portugal. Het is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Het Belgische bedrijf Scapa of Scotland deed precies hetzelfde. Maar wat jammer is, is dat de eigen identiteit het moet afleggen tegen de verkoop. En dat met zulke namen het mooie Iberische schiereiland niet rechtstreeks naar buiten treedt. Toch zijn er die het wel wagen; om Portugal in hun modemerk te laten doorschemeren. Mundo Aparte doet dat bijvoorbeeld. En Dôres ook. Onlangs hebben de nieuwe ontwerpers zich verenigd onder de naam Moda Portuguesa, en met behulp van een aantal commerciële delegaties van Portugese ambassades ( ICEP-Investimentos, Comercio e Turismo de Portugal) zullen de Portugese modeontwerpers in het buitenland gepromoot en bekendgemaakt worden. Dan evenover de mode zelf. Die is niet revolutionair. Maar dat is het eiland ook al een tijd niet meer. De creaties van de hedendaagse modeontwerpers weerspiegelen de ziel van het land: eerlijk, discreet en warm. Maar ook - en dat is evenzeer merkbaar op de Expo 98 - gulzig en ongeduldig. Portugal vraagt reikhalzend om waardering voor zijn kwaliteiten. En gelijk heeft het. SERGE VANMAERCKE