Aan de noodzaak tot meer creativiteit twijfelt al lang bijna niemand meer. De reden is supereenvoudig: wat je kan neerschrijven, kan ook worden gekopieerd. En er zijn wel enkele tientallen miljoenen Chinezen, Indiërs, Brazilianen of Nigerianen klaar om datgene wat je hebt neergeschreven netjes te imiteren, een beetje op te poetsen, misschien zelfs wat te verbeteren, maar vooral het goedkoper, veel goedkoper dan jou te produceren. En wat je kan neerschrijven, kan je automatiseren; voor je het weet, is je job weggerationaliseerd. Dit wat de aanbodzijde betreft.
...

Aan de noodzaak tot meer creativiteit twijfelt al lang bijna niemand meer. De reden is supereenvoudig: wat je kan neerschrijven, kan ook worden gekopieerd. En er zijn wel enkele tientallen miljoenen Chinezen, Indiërs, Brazilianen of Nigerianen klaar om datgene wat je hebt neergeschreven netjes te imiteren, een beetje op te poetsen, misschien zelfs wat te verbeteren, maar vooral het goedkoper, veel goedkoper dan jou te produceren. En wat je kan neerschrijven, kan je automatiseren; voor je het weet, is je job weggerationaliseerd. Dit wat de aanbodzijde betreft. Aan de vraagzijde zijn we al enkele jaren vertrouwd met de paradox van de overvloed. Als we niet mogen kiezen, voelen we ons geremd. Maar als we te veel keuzemogelijkheden hebben, kunnen we gewoonweg niet meer kiezen. Dan geraken we geblokkeerd, zoals een kind in een speelgoedwinkel van geen enkel speelgoedje meer kan genieten. In een consumptiemaatschappij helpt het dus niet veel de zoveelste radio of het zoveelste ijsje aan te bieden. De verwende consument houdt niet van die keuzes. Hij en zij willen iets anders. Vreemd genoeg wil de moderne consument keuzes vermijden. Hij neemt simpelweg het goedkoopste of het nieuwste. Tussenin dreig je meer dan ooit tussen twee stoelen te vallen. Op het perron van de goedkoopste is niet al te veel plaats, dus moet iedereen wel verhuizen naar het perron van het andere, het creatieve, want dat perron lijkt groter. In de leer bij muzikanten en acteurs. Tot daar een vrij gemakkelijke consensus. Het discussieplezier begint pas als je gaat nadenken wat dat dan betekent voor het management. Een greep uit de aanbevelingen: Leer iedereen creativiteitstechnieken. Ontwikkel je rechterbrein. Werf kunstenaars aan. Werf meer vrouwen aan. Luister naar je innerlijke stem. Volg je passie. Bouw heel veel 'slack' (overtolligheid) in. Stop je dwaze controlesystemen. Laat iedereen spelen op de werkvloer. Ontwikkel je spiritualiteit. Dat is natuurlijk een cocktail die je al te gemakkelijk belachelijk kan maken. Laten we eens een van de meer ernstige voorbeelden uit het lijstje nemen. Enkele jaren geleden raadde niemand minder dan Charles Handy aan om managers te laten participeren aan theater en circusvoorstellingen en meer met kunstenaars te laten samenwerken. Ik heb die raad de jongste jaren opgevolgd. Niet dat ik nu leeuwen tem of hoog op de trapeze 'oh mijn papa' sta te zingen. Maar ik heb toch wel met veel acteurs, muzikanten, componisten samengewerkt en op actieve wijze contact met kunstenaars gezocht. Je zou kunnen verwachten dat ik van deze mensen veel heb geleerd. Dat klopt. Het kan aan mij liggen, maar ik heb toch vooral geleerd dat succes in die sector niet vanzelf komt, dat die 'artiesten' keihard werken, vaak erg professioneel en toegewijd met hun vak bezig zijn, dat de beteren de lat hoog leggen voor zichzelf en voor anderen. Dat is tot nader order niet verschillend van wat ik van zakenmensen over hun vak hoor. Wat mij het meest is opgevallen bij die creatievelingen, is wat de jonge cellist over zijn leermeester vertelde: dat is soms twee uur oefenen op de derde vinger. Dril, discipline, toewijding. Op sommige punten zijn ze vaak slordig, maar zeker niet allemaal. Ze durven wel eens een attribuut vergeten, ze durven wel eens een uur te laat op een afspraak verschijnen (dat doen vele managers overigens ook) en ze zijn er soms met hun gedachten niet echt bij. Hun factuur sturen ze vaak veel te laat of nooit. Ze zijn er echter altijd met hun hoofd bij als het over hun ding gaat, maar ze durven wel eens andere, voor ons meer rationele zielen, evidente dingen vergeten. Een hopeloos geval. Ben ik door mijn talrijke contacten creatiever geworden? Ik vrees van niet, maar misschien ben ik een hopeloos geval. Als ik echter de reactie van sommige lezers mag geloven, schrijf ik af en toe een creatieve column. Komt dat door het opzoeken van artiesten? Ik ben er sterk van overtuigd dat dit helaas niet het geval is. Die kunstenaars hebben me vooral geleerd dat ik mijn vak als columnist erg serieus moet nemen, dat de muze op onverwachte momenten kan komen, maar dat je haar komst wel moet voorbereiden. Ik heb vijf muzikanten die elkaar nog nooit ontmoet hadden, na vijf minuten een prachtig staaltje teamwork ten beste zien geven. Dat zie ik niet snel gebeuren bij managers. Maar je vak ernstig opnemen, dat geldt toch voor elke job, die naam waard? Dat geldt toch ook voor postbodes, verpleegkundigen, docenten en makelaars in een verzekeringskantoor? Hoe meer ik leer over creativiteit, in theorie én praktijk, hoe minder mysterieus het voor mij is en hoe meer ik de grappenmaker moet gelijk geven die ooit gezegd heeft: creativiteit is 1 % inspiratie, 97 % transpiratie en 2 % deodorant. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beMarc Buelens