De Britse economieprofessor Andrew Oswald ging de mosterd halen bij het British Household Panel Survey, een landelijk onderzoek dat sinds 1991 loopt en waarin de toestand van duizenden Britse gezinnen wordt gevolgd. Oswald zocht uit welke gezinnen in de afgelopen jaren grote sommen gewonnen hadden met de loterij. Binnen de eerste twaalf maanden bleek het lottogeld niet zo'n groot effect te hebben op het geluksgevoel van de winnaars, maar na een jaar bleken deze mensen 10 procent hoger te scoren op de geluksschaal. Hoe groter de geldsom van de winnaars, hoe langer hun geluksgevoel aanhield. De uitleg die Oswald hieraan geeft: geld maakt gelukkig omdat je er veel mee kan kopen én omdat j...

De Britse economieprofessor Andrew Oswald ging de mosterd halen bij het British Household Panel Survey, een landelijk onderzoek dat sinds 1991 loopt en waarin de toestand van duizenden Britse gezinnen wordt gevolgd. Oswald zocht uit welke gezinnen in de afgelopen jaren grote sommen gewonnen hadden met de loterij. Binnen de eerste twaalf maanden bleek het lottogeld niet zo'n groot effect te hebben op het geluksgevoel van de winnaars, maar na een jaar bleken deze mensen 10 procent hoger te scoren op de geluksschaal. Hoe groter de geldsom van de winnaars, hoe langer hun geluksgevoel aanhield. De uitleg die Oswald hieraan geeft: geld maakt gelukkig omdat je er veel mee kan kopen én omdat je het gevoel hebt meer te hebben dan anderen. Het klinkt niet alleen simplistisch, het is het ook. Volgens de Amerikaanse professor Daniel Kahneman, die in 2002 de Nobelprijs won met zijn onderzoek, is het een illusie te denken dat geld gelukkig maakt. Kahneman zelf publiceerde dit jaar nog bijkomend onderzoek over geld en geluk (Science, 30 juli 2006). Daarin zegt de filosoof-economist dat het effect van geld op geluk sterk overroepen wordt. Een plotse toename van de financiële middelen heeft slechts een kortstondig positief effect op het geluksgevoel, stelt hij. Dat geldt ook op grotere schaal. Wanneer het welvaartspeil in een land toeneemt, gaat dat niet gepaard met een toename van het geluksgevoel. Er is wel een toename van de tevredenheid wanneer het inkomen boven een minimumdrempel van 12.000 dollar per jaar stijgt. Maar voor veelverdieners heeft meer geld vergaren eerder een negatief effect. Wanneer je rijker bent dan de mensen met wie je omgaat, kan je tijdelijk het gevoel hebben dat je beter af bent dan de rest. Maar, zegt Kahneman, je komt automatisch ook in andere, rijkere kringen terecht, mensen dus met wie je je opnieuw zal vergelijken. De meesten wennen snel aan luxe. De hoeveelheid geld die mensen zeggen nodig te hebben, stijgt evenredig met hun inkomen. Wanneer je meer begint te verdienen, geef je ook meer uit. Je hebt ook minder vrije tijd dan mensen die minder verdienen. De activiteiten van veelverdieners zijn over het algemeen meer stresserend dan die van anderen. Mannen en vrouwen met een dikke portemonnee maken zichzelf graag wijs dat ze gelukkiger zijn. Ze spannen zich meestal ook zwaar in om hun al goed gevulde bankrekening nog méér te spekken. De idee dat veel geld hebben niet gelukkiger maakt maar je - integendeel - met nog meer zorgen opzadelt, dat willen we niet geweten hebben. Daniel Kahneman: "Veelverdieners brengen veel meer tijd door in lange, saaie vergaderingen en veel minder in aangename, sociale onderonsjes met vrienden of gezin. Maar ze hebben meer geld ..."Een jaar geleden boog een groep Amerikaanse psychologen (onder meer ook Glenn Firebaugh) zich over dezelfde vraag: is geluk met geld te koop? Uit hun onderzoek blijkt dat veelverdieners inderdaad denken dat ze gelukkiger zijn dan mensen die het niet zo breed hebben. Ze motiveren dat gevoel met te stellen dat ze meer kunnen kopen, zich meer kunnen permitteren dan anderen. Belangrijk voor hun geluksgevoel is dat mensen zich evenveel willen kunnen veroorloven dan hun leeftijdsgenoten in hun omgeving. Er wordt voortdurend onderling vergeleken, zeggen de psychologen. Net als economieprofessor Oswald stellen ze vast dat het geluksgevoel sterk beïnvloed wordt door wat anderen verdienen. Hoe meer leeftijdsgenoten in de omgeving meer verdienen, hoe ongelukkiger men is. Het komt erop aan om daarbovenuit te blijven steken. Marleen Finoulst