"Reserveterreinen zijn een plaag," zegt Kristiaan Borret. "Veel bedrijven kopen, met het oog op een eventuele uitbreiding, een reserveterrein naast of achter het terrein dat ze effectief bebouwen. Heel vaak komt er van die uitbreiding niets in huis. Op die manier blijven er veel percelen onbebouwd. Die reservepercelen zijn moeilijk bereikbaar en dus ook moeilijk verkoopbaar."
...

"Reserveterreinen zijn een plaag," zegt Kristiaan Borret. "Veel bedrijven kopen, met het oog op een eventuele uitbreiding, een reserveterrein naast of achter het terrein dat ze effectief bebouwen. Heel vaak komt er van die uitbreiding niets in huis. Op die manier blijven er veel percelen onbebouwd. Die reservepercelen zijn moeilijk bereikbaar en dus ook moeilijk verkoopbaar." Kristiaan Borret is assistent binnen de vakgroep architectuur en stedenbouw van de Universiteit Gent. In opdracht van die universiteit coördineerde hij de werkzaamheden rond het nieuwe stadsontwerp voor de campus Ardoyen in Zwijnaarde. In de jaren zeventig had de Universiteit Gent plannen om de volledige faculteit toegepaste wetenschappen naar deze campus te verhuizen. Die plannen bleven evenwel in de lade liggen want in de jaren tachtig gaf de Universiteit Gent weer de voorkeur aan binnenstedelijke locaties voor uitbreidingen van de universiteit. De campus kreeg via een bestemmingswijziging de status van researchpark: onderzoeks- en ontwikkelingsbedrijven die een link hebben met de onderzoekscellen van de universiteit werden op de campus samengebracht. Vandaag is campus Ardoyen een wat vreemde mengeling van universiteits- en bedrijfsgebouwen. Het is ook een van de laatste grote bedrijvenzones in Gent waar nog ruimte is. "Gezien de schaarste aan bedrijfsterreinen zijn we verplicht er zuinig mee om te springen," zegt Kristiaan Borret. Reservetereinen zijn daarom uit den boze. Tussen twee bedrijfspanden wordt telkens wel een perceel opengelaten. Een bedrijf kan, als het wil uitbreiden, nog wel het aanpalend terrein aankopen maar dit moet wel gepaard gaan met een bouwaanvraag. Het ontwikkelingsplan legt aan de bouwheren ook een hoge bebouwingsdichtheid op. "De verhouding van de totale vloeroppervlakte over de terreinoppervlakte moet minimum anderhalf bedragen," legt Borret uit. "Dat is voor dit soort bedrijfsgebouwen, veelal laboratoria, een ambitieuze doelstelling. Het betekent concreet dat men bijvoorbeeld serres op het dak zal moeten bouwen. Het betekent ook dat je iets duurdere gebouwen krijgt."Een lap, geen snippertjesOndanks die dichte bebouwing willen de ontwerpers het groene karakter van de campus behouden. Een kwaliteitsvolle werkomgeving is in tijden van een krappe arbeidsmarkt immers een lokker, luidt het. Kristiaan Borret: "We wilden een parkeffect krijgen. Daarvoor moesten we voldoende open ruimte vrijwaren én vorm geven aan dat park. Want een park is meer in dan de optelsom van toevallig totstandgekomen snippers groen. In Vlaanderen bebouwen we onze bedrijventerreinen nog te veel als een verkaveling. Het gebouw wordt in het midden van het perceel ingeplant, rond het gebouw organiseert men het parkeren en op de ruimte die nog overblijft zet men wat groen om het geheel op te smukken. Op die manier krijg je geen kwaliteit in je omgeving."Het park op de campus Ardoyen ontstaat door afwisseling van groene stroken met duidelijk afgelijnde bebouwde en verharde stroken. Het effect is volgens de ontwerpers een groenere omgeving zonder dat dit - in vergelijking met het traditionele verkavelingsmodel - ten koste van bedrijfsruimte gaat.Hoe reageert de bedrijfswereld op het nieuwe plan voor de campus? Borret: "In de academische wereld van de stedenbouw gelden bedrijfsterreinen als typevoorbeelden van slechte architectuur en stedenbouw. Dat het stedenbouwkunig ontwerp voor het nieuwe wetenschapspark Arenberg in Leuven nu is toevertrouwd aan gerenommeerde ontwerpers (nvdr - het Nederlandse bureau Kees Christiaanse in samenwerking met het Antwerpse architectenbureau Poponcini & Lootens) beschouwt men bijvoorbeeld als een echte overwinning. We hadden ons ook voorbereid op tegenkantingen tegenover bijvoorbeeld die dichtheidseisen. Maar dat bleek dus geen strijdpunt te zijn, de bedrijven reageerden positief." LAURENZ VERLEDENS