De burgerlijke maatschap is een soepele en goedkope techniek om een vermogen te schenken, waarbij de schenkers de controle erover niet uit handen hoeven te geven en de inkomsten ervan kunnen behouden. Een maatschap is een vennootschap die geen rechtspersoonlijkheid heeft. Het is een soort van overeenkomst om samen met anderen iets te bezitten -- een vorm van gereglementeerde mede-eigendom dus.
...

De burgerlijke maatschap is een soepele en goedkope techniek om een vermogen te schenken, waarbij de schenkers de controle erover niet uit handen hoeven te geven en de inkomsten ervan kunnen behouden. Een maatschap is een vennootschap die geen rechtspersoonlijkheid heeft. Het is een soort van overeenkomst om samen met anderen iets te bezitten -- een vorm van gereglementeerde mede-eigendom dus. De maatschap is niet aan vormvereisten onderworpen en kan heel eenvoudig worden opgericht. De oprichters hoeven geen beroep te doen op een notaris, tenzij ze een Belgisch onroerend goed in de maatschap zouden brengen. In principe volstaat een mondelinge overeenkomst tussen minstens twee personen, maar uiteraard is het verkieslijk een schriftelijk document op te stellen om de afspraken achteraf te kunnen bewijzen. De statuten hoeven niet te verschijnen in het Belgisch Staatsblad, waardoor de maatschap een discrete constructie is. De vennoten hoeven geen boekhouding te voeren of jaarrekeningen neer te leggen. Aangezien er geen publicatieverplichting is, zijn er weinig werkingskosten aan verbonden. Bijna alle wetsbepalingen die betrekking op de maatschap, zijn van aanvullende aard. Dat betekent dat de oprichters van die regels mogen afwijken. Daardoor hebben ze bij de opstelling van de statuten een grote vrijheid om een maatschap op te zetten die helemaal op hun maat is toegesneden. In de statuten wordt een zaakvoerder aangewezen -- doorgaans een van de ouders of beiden -- die een zeer ruime bevoegdheid krijgt. Om de controle te behouden, wordt hij vaak benoemd voor onbepaalde duur, zodat hij eigenlijk onafzetbaar is. De maatschap wordt geregeld gebruikt door ouders die een beleggingsportefeuille gecontroleerd willen schenken aan hun kinderen. Maar steeds vaker dient de techniek ook om een exploitatie- of vastgoedvennootschap of zelfs een kunstcollectie door te geven. De maatschap wordt daarbij telkens gecombineerd met een schenking. Een maatschap kan op drie manieren worden opgericht. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van de omstandigheden. De klassieke methode bestaat erin dat de ouders de maatschap alleen opzetten, dus zonder de kinderen. Als ze een inbreng doen vanuit hun huwelijksgemeenschap -- bijvoorbeeld hun beleggingsportefeuille -- adviseren sommige banken om de kinderen ook een kleine inbreng te laten doen, bijvoorbeeld ieder 1000 euro. We treden niet in detail, maar als de statuten goed zijn opgesteld, is dat niet nodig. Een tijdje na de oprichting schenken de ouders bijvoorbeeld 99 procent van hun zogenoemde delen aan hun kinderen. De delen van een maatschap kunnen niet worden geschonken via een hand- of bankgift. De schenking moet gebeuren via een notariële akte, eventueel aangevuld met een aanpassing van het matenregister, het register van de aandeelhouders. Wie geen schenkingsrechten wil betalen, kan de schenking doen voor een Nederlandse notaris. De schenker moet dan wel nog drie jaar blijven leven; anders zijn op de schenking successierechten verschuldigd. In de praktijk geven de ouders via de Nederlandse notaris vaak enkel de blote eigendom door aan hun kinderen. Als een van hen binnen de drie jaar ernstig ziek zou worden, kan die Nederlandse akte nog snel worden geregistreerd tegen betaling van 3 procent schenkingsrechten (3,3 % in Wallonië). Deze methode is fiscaal en juridisch even sluitend als de methode die we hierna bespreken. Maar als een van de kinderen minderjarig is, kunnen de ouders alleen maar voor deze techniek kiezen. Die is ook veiliger als ze een van hun kinderen niet helemaal vertrouwen. Bovendien behouden de ouders hier alle stemrechten binnen de algemene vergadering van de maatschap, als ze in de statuten zetten dat de vruchtgebruiker het stemrecht bezit. Het nadeel is dat de ouders altijd minstens naar een Nederlandse notaris moeten om de delen na de oprichting van de maatschap te schenken, zelf als het om een effectenportefeuille of geldbedragen gaat die vooraf via een bankgift kunnen worden geschonken. Naast de kosten voor de oprichting van de maatschap (3000 à 4000 euro), moeten ze minstens het ereloon van de Nederlandse notaris in rekening nemen (1500 euro, inclusief btw). De tweede methode is dat de ouders eerst via een Belgische of Nederlandse notaris een schenking doen -- bijvoorbeeld de aandelen van hun vastgoedvennootschap of hun effectenportefeuille -- die ze nadien willen controleren via de maatschap. Als het gaat om effecten, geld of een kunstcollectie, kan dat ook via een bank- of handgift. Er zijn dan geen schenkingsrechten verschuldigd. Stel dat de ouders een effectenportefeuille van 500.000 euro bezitten. Ze hebben twee meerderjarige kinderen. Via een bankgift schenken de ouders aan ieder kind 49,5 procent van de portefeuille, zodat ze elk 247.500 euro ontvangen. Zelf behouden ze ieder 0,5 procent van de portefeuille, of een deel ter waarde van 2500 euro. Een paar weken later richten de vier een maatschap op. De ouders brengen elk hun 0,5 procent in de maatschap in, de kinderen hun 49,5 procent. In de statuten wordt zo goed als alle beslissingsmacht toebedeeld aan de statutaire zaakvoerder -- een van de ouders of beiden -- die met zijn 0,5 procent onafzetbaar is. In de statuten van de maatschap kan de schenking worden meegenomen, zodat de ouders-zaakvoerders de intresten en de dividenden die in de maatschap komen, kunnen gebruiken om de rentelast te innen die ze mogelijk aan de schenking hebben gekoppeld (bijvoorbeeld 3 % per jaar). Deze methode is niet geschikt als een van de kinderen minderjarig is, omdat een minderjarige geen inbreng in een maatschap kan doen. Ze is ook af te raden als de ouders eraan twijfelen of een of meer kinderen de effecten na de schenking daadwerkelijk zullen inbrengen in de maatschap. In alle andere gevallen is deze methode heel geschikt om aan successieplanning te doen. Als de schenking vooraf via een bankgift kan gebeuren, betalen de ouders enkel de oprichting van de maatschap door een specialist (3000 à 4000 euro). Die methode wordt daarom vaak gebruikt voor effectenportefeuilles. Nadat ouders de blote eigendom van de aandelen van hun exploitatie- of vastgoedvennootschap aan hun kinderen hebben geschonken, krijgen ze daar achteraf weleens spijt van, omdat er plots een mooi bod op de vennootschap wordt uitgebracht. De schenking is niet herroepbaar. De blote eigenaars -- de kinderen dus -- moeten meebeslissen of ze willen verkopen, aan wie en tegen welke prijs. Geen ideale situatie dus. Als de kinderen akkoord gaan, kunnen ze met hun ouders een maatschap oprichten, waarin de ouders hun vruchtgebruik inbrengen en de kinderen hun blote eigendom. Door de statuten goed op te stellen, verkrijgen de ouders dan opnieuw de controle over de geschonken vennootschap. Dat is juridisch perfect mogelijk, maar het is noodzakelijk dat de ouders zich daarvoor laten bijstaan door een fiscale jurist die veel ervaring heeft met burgerlijke maatschappen. De antimisbruikbepaling maakt geen bezwaren tegen de burgerlijke maatschap. De maatschap is een zuiver familiaal controlevehikel, waarin de maten via de statuten allerlei wensen concreet invullen. Doorgaans is het behoud van het familiaal vermogen, het inbouwen van controle en de zorg voor de ouders of de langstlevende partner het hoofddoel, niet de fiscale optimalisatie. JOHAN ADRIAENSDe maatschap wordt vaak gebruikt door ouders om een beleggingsportefeuille gecontroleerd weg te schenken aan de kinderen.