Le Shop, Léon Lepagestraat 2, 1000 Brussel, tel. 02 512 77 97.
...

Le Shop, Léon Lepagestraat 2, 1000 Brussel, tel. 02 512 77 97. Atelier Coppens, Nieuwe Graanmarkt 23, 1000 Brussel, tel. 02 538 08 13, www.christophecoppens.com. Het atelier is na afspraak toegankelijk voor bezoekers. Niets is wat het lijkt bij ChristopheCoppens. Sjaals zijn nooit zomaar sjaals, hoeden zijn nooit zomaar hoeden. Het zijn speelse accessoires, die met zorg en zin voor detail iets toevoegen aan hoe vrouwen en mannen voor de dag komen. Nochtans vallen de sjaals, riemen, dassen, mutsen, manchetknopen en hoeden die hij maakte voor zijn eerste herencollectie niet erg op. Coppens gebruikt sobere kleuren als zwart, marineblauw, donkerbruin en wit, die meestal uitgevoerd zijn in effen stoffen. De 34-jarige Brusselaar gebruikt wel graag speelse elementen, zoals trompe-l'oeils. Hoeden waarvan de deuken en bulten een gezicht vormen. Of een riemgesp die een mond, oog of neus blijkt te zijn. "Als goede Belg zitten er surrealistische elementen in mijn werk," vertelt hij. "Maar toch wou ik daar in deze collectie niet in overdrijven. Bij een vrouwencollectie kan je details toevoegen en kan je de creativiteit tot in het kleinste detail botvieren, maar bij een mannencollectie moet je jezelf inhouden. Anders dreig je in karikaturale typetjes te vervallen. Ik wou bij de herencollectie klassiekers maken: blijvende, degelijke accessoires die niet extravagant zijn of opvallen." Vandaar dus 'saai is sexy', de ironische boutade bij de voorstelling van de collectie. Maar opvallend: het duurde twaalf jaar voor hij een collectie accessoires voor heren maakte. Blijkbaar was het geen evidente stap. "Ik heb vooral lang gewacht om een herencollectie te creëren, omdat ik het gevoel had dat ik niets kon toevoegen aan wat er al bestond," legt hij uit. "Maar het was wel iets dat in mijn hoofd bleef spelen, ook omdat er steeds meer mannen spullen kochten van de vrouwencollectie. Opeens was er in mijn hoofd een klik om aan een herencollectie te beginnen."Ondanks zijn hang naar eenvoud en klassieke degelijkheid in de herencollectie, gebruikt Coppens bij zijn creaties zowel bijzondere stoffen (langharig konijnenvilt voor een hoed) als zeer populaire materialen die in een ongewone context opduiken (een das in patchwork van jeans). Het doet denken aan zijn beginjaren, toen hij een experimentele stijl had en hij met ongeremde creativiteit glas en hout verwerkte in zijn creaties. Maar met de jaren werden Coppens' creaties toegankelijker en meer draagbaar. "Dat komt omdat ik mijn twee activiteiten, kunst en mode, bewust van elkaar gescheiden heb. De twee zijn moeilijk te combineren. Mensen vragen niet om hoeden waar glas in verwerkt zit. Accessoires zijn bedoeld om een vrouw mooier te maken. Als je daar van afwijkt, ben je niet echt meer met mode bezig. Een hoed is een stukje magie. Een vrouw met of zonder hoed is een groot verschil. Een vrouw kan een hoed dragen om te verleiden, ze kan het als een instrument gebruiken. Bij een man ligt dat anders. Een hoed was in de vorige eeuw een sociale verplichting, nu is het iets wat de man voor zijn plezier draagt."De modecarrière van Coppens begon in de theaterafdeling van het Brusselse conservatorium. Tijdens zijn studies had hij bij een van zijn toneelstukken een hoed nodig, maar hij vond niet wat hij wou. Hij besloot zelf een hoed te creëren, kreeg de hulp van een 76-jarige vrouw die hem enkele kneepjes van het vak leerde... en hij had de smaak te pakken. Hij presenteerde zijn eerste collectie in Parijs, trok de aandacht van onder meer modeontwerpster KaatTilley en kreeg bestellingen van prestigieuze buitenlandse boetieks. De bal was aan het rollen. "Ik heb op artistiek vlak mijn beste werk in mijn beginjaren gemaakt," zegt Coppens. "Ik deed creatief alles wat ik wou doen. Daarna heb ik metier gekregen, ben ik collecties beginnen maken en begon ik mee te draaien in het modecircuit. Dat is niet minder waard, integendeel zelfs. Het is gewoon anders." Coppens is nu een internationaal gerenommeerde hoedenmaker en ontwerper, die samenwerkte met Yves Saint Laurent, Guy Laroche en Yamamoto. Tot zijn cliënteel behoren het Belgische koningshuis, GraceJones en EmmaThompson. "Ik pak daar niet mee uit, omdat het niet belangrijk is. Het is hooguit iets dat leuk staat op je curriculum, meer niet. Het is niet juist om daar mee uit te pakken. Ik werk voor de collecties van volgend jaar opnieuw samen met enkele bekende ontwerpers, maar ik maak dat wel bekend als het zover is." De modeambities van Coppens liggen op een ander vlak. Hij wil van zijn bedrijf een 'huis' maken met een klassieke uitstraling. Maar daarvoor is er nog werk aan de winkel. "Onlangs kreeg ik in één week tijd twee keer het compliment dat het heel knap is dat ik een klassiek huis heb overgenomen en het nieuw leven heb ingeblazen. Dat mensen dat denken, vond ik heel mooi om te horen. Het is precies wat ik wil bereiken. Een huis dat esthetisch en ethisch goed in elkaar zit, dat bij de clientèle voor een kwaliteitsgarantie staat. Een huis dat niet alleen staat voor geld verdienen. Soms moet je de klanten namelijk opvoeden: waarom is dit materiaal zo duur, waarom gebruiken we dat materiaal... We werken ook samen met bedrijven in India, maar we doen dat binnen het kader van fairtrade. Het moet juist zijn voor mij. We gaan niet naar daar omdat het goedkoop is, wel voor de vakkennis. Ik wil een huis dat een zekere waardigheid en trots uitstraalt. Maar in twaalf jaar kan je dat niet opbouwen. De weg om dat te bereiken is nog lang. Nog heel lang." Dominique Soenens"Bij een mannencollectie moet je jezelf inhouden. Anders dreig je in karikaturale typetjes te vervallen."Tot de clientèle van Coppens behoren het Belgische koningshuis, Grace Jones en Emma Thompson.