Een loterij zonder gokverslaving is een even grote utopie als topsport zonder doping. Wie een lottobiljet koopt, doet dit om de superpot te winnen. En hoe hoger het bedrag, hoe meer spelers in hun spelgedrag tot het uiterste worden geprikkeld. Eenzelfde logica geldt voor de topatleet. Hij wil de top halen, en dat kan hij alleen als hij zijn prestaties tot het uiterste opdrijft.
...

Een loterij zonder gokverslaving is een even grote utopie als topsport zonder doping. Wie een lottobiljet koopt, doet dit om de superpot te winnen. En hoe hoger het bedrag, hoe meer spelers in hun spelgedrag tot het uiterste worden geprikkeld. Eenzelfde logica geldt voor de topatleet. Hij wil de top halen, en dat kan hij alleen als hij zijn prestaties tot het uiterste opdrijft. Deze simpele wetmatigheid zorgt ervoor dat nultolerantie in beide disciplines een fictie is. Een Nationale Loterij die (straks) sportweddenschappen organiseert, heeft hetzelfde effect op een gokverslaafde als een rode lap op een stier. De reclame of promotie die hierrond wordt gevoerd, zal zijn spelgedrag niet afremmen. In het beste geval zal het misschien zijn goklust kanaliseren. Idem dito voor de topsport. Een atleet die leeft en werkt voor zijn of haar sport, zal alleen denken aan het verbeteren (of bevorderen) van de eigen prestaties. De dwang is enorm. Met intensieve medische begeleiding zal hij een optimale vormcurve nastreven, wat hem al snel in een grijs veld brengt. De Nationale Loterij voert dezer dagen een campagne tegen gokverslaving. Ze raadt met affiches en stickers jongeren onder de achttien af om een krasbiljet of lottoformulier te kopen en stuurt inspecteurs op pad die vermomd als klant de verkopers op de vingers moeten tikken. Zelfs het eigen personeel wordt opgeleid om probleemgokkers bij te staan. Een nobele campagne, dat wel. Maar die actie verbergt een commerciële realiteit. De Nationale Loterij kampt met een dalende thuisomzet. In de loop van 2005 kalfde de inzet op de Lotto af met 10,2 %, de krasspelen daalden met 9 % en Joker met 12 %. Officieel blijft de Nationale Loterij ontkennen dat ze een beleid voert uit zuiver commerciële overwegingen, maar in de praktijk doet ze dat wel. Het budget voor marketing en verkoop is de voorbije jaren fors toegenomen, precies om die omzet op te krikken. En er wordt ijverig gemikt op uitbreiding van het aantal verkooppunten. Kleine buurtsupermarkten, tankstations, kledingketens, bioscopen, cd-winkels en concertzalen: ze liggen allemaal in het vizier. U merkt de dubbelzinnigheid. Enerzijds probeert de overheid via de Nationale Loterij gokverslaving tegen te gaan, anderzijds besteedt ze miljoenen aan het promoten en lanceren van nieuwe kansspelletjes - en straks ook sportweddenschappen - langs een fijnmazig distributienet. Dit alles met één doel: nog meer mensen ertoe aanzetten om een gokje te wagen. Ook in de topsport is die ambiguïteit troef. Dopingjagers lijken forse successen te boeken. In het wielrennen werden kleppers zoals Ivan Basso en Jan Ullrich uit de Tour gegooid en ook kersvers Tourwinnaar Floyd Landis werd betrapt op een overdosis testosteron. De organisatoren wekken daarmee het geloof dat de sport eindelijk van dopingperikelen kan worden bevrijd. Maar dit is naïef, zo stelt de Gentse professor Johan Albrecht in een recente studie (*). En hij zet een aantal ongerijmdheden op een rij. Als doping bedrog is, waarom zijn zuurstofkamers voor topatleten of het oneigenlijke gebruik van toegelaten geneesmiddelen dat dan niet? De grens tussen prestatieverhogende doping en wetenschap om een prestatieval van de atleet te vermijden, is flinterdun. Een bindend akkoord of contract onder wielrenners om geen doping te gebruiken, vergroot net de relatieve winst van dopinggebruik onder valsspelers, aldus Albrecht. En minder zware wedstrijden of het inkrimpen van de sportkalenders zal dopinggebruik niet doen afnemen, precies omdat mindere goden dan beseffen dat ze - met wat geluk (en doping) - ook een topklassement kunnen halen. De kern van de zaak is: zelfs dopingjagers moeten rekening houden met de sportieve en economische realiteit. Topsport drijft op sporticonen. Waarom zou een sponsor veel geld investeren in een ploeg rond een toprenner als hij verslagen kan worden door een nobele onbekende? Wie denkt dat de Nationale Loterij het fenomeen van de gokverslaving zal beperken, maakt zichzelf blaasjes wijs. En hetzelfde geldt voor wie gelooft dat topsport ooit dopingvrij zal zijn. Gokverslaving en kansspelen zijn als Siamese tweelingen, net zoals doping en topsport. Wie die realiteit erkent, is al een hele stap verder om de uitwassen ervan beter te bestrijden. (*) 'Doping, Rat Race en Sportutopie', Itinera Institute, dr. Johan Albrecht.piet depuydt