Joep Konings, Loonkosten en jobcreatie: regionale en sectorale verschillen. VKW Metena, Beleidsnota nr. 5, maart 2005.
...

Joep Konings, Loonkosten en jobcreatie: regionale en sectorale verschillen. VKW Metena, Beleidsnota nr. 5, maart 2005. Verlaag in Vlaanderen de loonkosten met 10 % en de werkgelegenheid neemt toe met 3,1 % (goed voor 46.000 bijkomende arbeidsplaatsen). Verlaag in Wallonië de loonkosten met 10 % en de impact op de werkgelegenheid is maar half zo groot. De werkgelegenheid zou in het Waalse gewest met amper 1,5 % stijgen (goed voor 8400 extra jobs). Dat rekenwerk is van de hand van Joep Konings, arbeidsmarkteconoom van de KU Leuven, die in opdracht van VKW Metena (de nieuwe naam van de VKW Denktank, zie Vertrouwelijk, blz. 17) de al eerder onderzochte relatie tussen loonkosten en jobcreatie verder onder de loep nam op zoek naar regionale en sectorale verschillen. De studie van Joep Konings bevestigt dat de taalgrens ook een lijn trekt tussen twee totaal verschillende arbeidsmarkten. De werkloosheid bedraagt in Vlaanderen 8 % en in Wallonië 18 %, terwijl een daling van de loonkosten dus relatief dubbel zoveel bijkomende jobs kan scheppen in Vlaanderen. Een verlaging van de loonkosten, wat in hoofdzaak een federale bevoegdheid is, zou de welvaart sneller laten stijgen in Vlaanderen, met grotere trans-fers van noord naar zuid als resultaat. De Waalse vleugel in de paarse federale regering heeft dus minder belang bij een loonkostenverlaging, temeer omdat het een dure maatregel is voor de schatkist, die in Wallonië amper bijkomende jobs oplevert. De federale arbeidsmarkt is in elk geval een schoentje dat geen enkele regio past. "Om dezelfde reden is een loonnorm die nu op nationaal niveau tussen werkgevers en werknemers wordt onderhandeld onzinnig," vindt Joep Konings. "We kunnen niet voorbij aan de heterogeniteit van het Belgische bedrijfsleven. We moeten daarom naar onderhandelingen op bedrijfsniveau. Dat is een grote stap, maar het is de logica zelf. Want behalve de regionale verschillen, reageren ook de sectoren heel verschillend op bijvoorbeeld een daling van de loonkosten ( nvdr - zie tabel). De onderhandelde loonstijging van 4,5 % voor de periode 2005-2006 kan weliswaar aangepast worden voor sectoren die het moeilijk hebben, maar in de praktijk is het moeilijk om van die richtlijn af te stappen. Er ontstaat meteen een conflictsituatie." Een loonkostenverlaging (of een loonmatiging) zou vooral in Vlaanderen én in traditionele sectoren opmerkelijk méér jobs kunnen opleveren dan in andere regio's of sectoren, al is ook in Vlaanderen de potentiële joboogst (46.000 jobs bij 10 % lagere loonkosten) vrij mager. Dat is niet gelegen aan de bedrijven. Ze schrijven relatief veel extra vacatures uit als de loonkosten dalen. Een loonkostenverlaging van 10 % in Vlaanderen resulteert in een toename van de vraag naar arbeid met 13 % in de industrie en 14 % in de dienstensector, terwijl dat in Wallonië slechts resulteert in een toename van 3 % in de industrie en 6 % in de dienstensector. Hogere lonen lokken echter nauwelijks extra mensen naar de arbeidsmarkt. In die omstandigheden gaan lagere loonkosten op aan hogere brutolonen en niet aan extra jobs. Dat was dé opmerkelijke conclusie uit de eerste studie van Joep Konings. Een beleid om de vraag naar arbeid te stimuleren via loonlastenverlaging heeft daarom alleen maar zin als de prikkels om te werken ook versterkt worden. En daar loopt het vooral in Wallonië mis. Verhoog in Vlaanderen de brutolonen met 10 % en het arbeidsaanbod stijgt met 4 %. In Wallonië valt dat percentage zelfs terug tot 2 %. Wanneer alleen voor Waalse mannen gemeten, neigt dat percentage naar nul. Die resultaten suggereren dat er een groot probleem bestaat op het vlak van de werkbereidheid van Waalse mannen. Daan KillemaesVerlaag in Vlaanderen de loonkosten met 10 % en de werkgelegenheid neemt toe met 3,1 % (goed voor 46.000 arbeidsplaatsen).