Vorige week luidden de meeste werkgeversorganisaties de alarmbel. De oplopende inflatie in België - ondertussen zo'n 5 procent - leidt via de automatische indexering tot een hoger dan verwachte aanpassing van de lonen aan de levensduurte. "De Belgische bedrijven zullen de lonen in enkele maanden moeten verhogen met 4,5 à 5 procent, terwijl voor de jaren 2021 en 2022 samen maar was gerekend op een verhoging van 2,8 procent", berekende het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). De aanpassing gebeurt door de automatische indexering ook sneller dan in de buurlanden. De werkgevers vrezen dat de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven zwaar wordt aangetast en vragen een indexsprong. Ook al omdat de loonkosten hier nog altijd een stuk hoger liggen dan bij onze belangrijkste handelspartners, Duitsland, Frankrijk en Nederland. In de Europese Unie is een arbeidsuur enkel in Denemarken en Luxemburg duurder dan bij ons (zie grafiek Hoge Belgische uurloonkosten).
...

Vorige week luidden de meeste werkgeversorganisaties de alarmbel. De oplopende inflatie in België - ondertussen zo'n 5 procent - leidt via de automatische indexering tot een hoger dan verwachte aanpassing van de lonen aan de levensduurte. "De Belgische bedrijven zullen de lonen in enkele maanden moeten verhogen met 4,5 à 5 procent, terwijl voor de jaren 2021 en 2022 samen maar was gerekend op een verhoging van 2,8 procent", berekende het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). De aanpassing gebeurt door de automatische indexering ook sneller dan in de buurlanden. De werkgevers vrezen dat de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven zwaar wordt aangetast en vragen een indexsprong. Ook al omdat de loonkosten hier nog altijd een stuk hoger liggen dan bij onze belangrijkste handelspartners, Duitsland, Frankrijk en Nederland. In de Europese Unie is een arbeidsuur enkel in Denemarken en Luxemburg duurder dan bij ons (zie grafiek Hoge Belgische uurloonkosten). Geert Janssens, de hoofdeconoom van de werkgeversorganisatie Etion, laat in dat debat een genuanceerd geluid horen. "Het klopt dat de factuur van de hogere inflatie grotendeels wordt afgewenteld op de bedrijven . En ja, de loonkosten zijn hier nog altijd hoog. Maar er is de voorbije jaren toch wat veranderd. Een vergelijking van de Belgische loonkosten per uur met het gemiddelde van onze belangrijkste drie handelspartners wijst op een handicap van meer dan 11 procent in 2020. Die handicap bedroeg in 2012 meer dan 18 procent en is sindsdien aanzienlijk afgenomen als gevolg van de indexsprong in 2015 en door de snelle loonkostenontwikkeling bij onze oosterburen. Na een periode van loondeflatie tussen 2004 en 2010 stegen de Duitse loonkosten vanaf 2014 systematisch sneller dan bij ons." Die trend zal doorzetten, zegt Janssens. "Volgens de OESO zullen de loonkosten per werknemer in België in de periode 2022-2023 met 7 procent stijgen. Maar in de buurlanden zal de stijging wellicht nog iets hoger liggen. We mogen dus verwachten dat onze loonkostenhandicap ten opzichte van de buren niet zal stijgen, ondanks de hoge inflatie en de indexering. Vooral de snelle ontwikkeling van de loonkosten in Duitsland speelt daarin een rol, en meer bepaald het feit dat de nieuwe regering onder leiding van kanselier Olaf Scholz de minimumlonen met 25 procent wil optrekken." De Duitse loonstijgingen zijn volgens Janssens een goede zaak. "Ze verbeteren onze concurrentiekracht met onze belangrijkste handelspartner. Ze vergemakkelijken ook de convergentie in de eurozone. Wanneer de sterkste economie van een muntunie inzet op loondeflatie, krijg je een deflatoir klimaat en financiële problemen. Het is van belang dat de eurozone competitief blijft, maar naast loonkosten zijn er tal van zaken van belang: innovatie, de versterking van de interne markt en de wisselkoers van de euro." Janssens geeft ook mee dat er in de discussie over de loonkosten te weinig wordt gekeken naar de correctie van de loonkosten voor de productiviteitsontwikkeling. "Dan verkrijgen we een maatstaf voor de efficiëntie waarmee we de factor arbeid in onze economie aan het werk zetten. Dat zijn de loonkosten per eenheid product. Die evolueerden sinds 2012 in gunstige zin. Gemeten vanaf 1996, het jaar dat de loonkostenwet van kracht ging, meten we vandaag een handicap van 1,6 procent. In 2012 bedroeg die nog 7,8 procent. In die maatstaf zien we ook het effect van de snellere loonkostenontwikkeling in Duitsland en van de indexsprong van 2015. Op basis van OESO-data mogen we verwachten dat ook onze loonkostenhandicap per eenheid product eerder stabiel zal blijven en niet zal stijgen." Ondanks die geruststellende cijfers heeft Janssens weinig begrip voor de vakbonden die beweren dat de werkgevers niet te veel moeten klagen over de oplopende inflatie en de loonkostenstijgingen. "Dat de loonkosten bij onze buren nog sneller stijgen dan bij ons, neemt niet weg dat het een zware pil blijft om te slikken voor de bedrijven", waarschuwt hij. "Op de huidige loonmassa van 150 miljard euro betekent dat tegen eind 2023 een stijging met 15 miljard euro voor de volledige private sector. Ongeveer twee derde van die factuur vloeit naar de schatkist als een jaarlijks weerkerend inkomen. Laten we hopen dat de regering het geld gebruikt om ons structurele begrotingstekort terug te brengen tot minder dan 3 procent." Janssens heeft het evenmin begrepen op de syndicale kritiek dat het Belgische automatische indexeringssysteem is uitgehold omdat de lonen worden aangepast via de gezondheidsindex waarin de prijsstijgingen voor brandstof, tabak en alcohol niet worden verrekend. "De loonindexering beschermt de koopkracht van de medewerkers, maar ze beschermt de samenleving tegelijkertijd tegen een gevaarlijke inflatiespiraal. Dat is een fragiel maar essentieel evenwicht. Vergeet ook niet dat de automatische loonindexering in de eurozone enkel in België, Cyprus, Malta en Luxemburg bestaat. Het gaat om 3 procent van alle werknemers in de private sector in de eurozone. In de andere landen wordt de levensduurte ook doorgerekend in de loonkosten, maar daar wordt gekeken naar de inflatie van de voorbije periode om een loonnorm te berekenen." "België gebruikt de gezondheidsindex en werkt ook nog eens met een gewogen gemiddelde van de laatste vier maanden, waardoor maandelijkse prijsschommelingen worden uitgevlakt", zegt Janssens. "Vandaar dat de huidige index niet is te vergelijken met die in de jaren zeventig en tachtig. Het maakt de index al een heel stuk minder volatiel en verlaagt het risico op een loon-prijsspiraal."