Hotel The Mercer, in de schaduw van het Guggenheim-museum tussen trendy galeries, bars, restaurants en boetieks, is sinds een jaar hét trefpunt in New York voor de fine fleur uit de show- en de businesswereld. De ligging is immers ideaal, in het hartje van Soho, op de hoek van Mercer Street en Prince Street. Het hotel is een meesterwerk van eenvoud: minimalistisch, maar leefbaar. Het interieur werd ontworpen en ingericht door de Fransman Christian Liaigre (54), die een kruising is tussen Jean Michel Frank, een Afrikaanse kunstenaar en Florence Knoll. Eigenaar André Balasz (42) deed een beroep op Liaigre nadat hij vol bewondering had gezien wat de man had gedaan in de privé-appartementen van Kenzo en Carole Bouquet, en vooral in het Parijse hotel Montalembert in het begin van de jaren '90.
...

Hotel The Mercer, in de schaduw van het Guggenheim-museum tussen trendy galeries, bars, restaurants en boetieks, is sinds een jaar hét trefpunt in New York voor de fine fleur uit de show- en de businesswereld. De ligging is immers ideaal, in het hartje van Soho, op de hoek van Mercer Street en Prince Street. Het hotel is een meesterwerk van eenvoud: minimalistisch, maar leefbaar. Het interieur werd ontworpen en ingericht door de Fransman Christian Liaigre (54), die een kruising is tussen Jean Michel Frank, een Afrikaanse kunstenaar en Florence Knoll. Eigenaar André Balasz (42) deed een beroep op Liaigre nadat hij vol bewondering had gezien wat de man had gedaan in de privé-appartementen van Kenzo en Carole Bouquet, en vooral in het Parijse hotel Montalembert in het begin van de jaren '90.Balasz (die ooit nog tuinman, journalist en wetenschapper is geweest) had toen net voor 8,2 miljoen dollar een 'Romanesque Revival'-gebouw van zes verdiepingen gekocht. Het lag vlak naast zijn eigen loft en was in 1890 door William Schikel ontworpen als hoofdkantoor voor de bedrijven van de familie Astor. Architect Calvin Tsao kreeg de opdracht om het gebouw tot hotel om te vormen. Maar de wet van Murphy liet zich gelden: alles wat verkeerd kon gaan, liep ook mis. Uiteindelijk opende het hotel zijn deuren pas in mei 1998.Het wachtenloonde echter de moeite. Wie er ooit gelogeerd heeft, kan getuigen van de exclusiviteit van het interieur en de kwaliteit van de dienstverlening. En dat mag ook wel, met de tarieven die er gehanteerd worden... Al het personeel, van de portier en de conciërge tot de receptioniste en de maître d'hôtel, wordt gekleed door Isaac Mizrahi. Dat is mooi, maar ook verwarrend: je kunt de gasten en de staf nauwelijks uit elkaar houden.Vanop de straat zie je absoluut niets van wat binnen gebeurt, dit om de sfeer van een 'privé-club' te bewaren. De receptie heeft alles wat ze moet hebben, maar ziet er niet zo uit; de reusachtige bibliotheek bevat boeken over kunst, architectuur en design; het meubilair, de lampen en andere accessoires werden speciaal door Liaigre ontworpen. Alles is tegelijk indrukwekkend en leefbaar.In het ontvangstsalon kan men een kleine verfrissing laten opdienen en intussen wat kletsen met Cher of Mylène Farmer, met fotografen, grafici of publiciteitsmensen. Leonardo di Caprio en John Malkovich laten immers duidelijk blijken dat ze even met rust gelaten willen worden voor ze een hapje gaan eten in restaurant The Kitchen, waar men letterlijk naast de fornuizen van Jean-Georges Vongerichten aan tafel zit.De verlichting van het hotel, die in de gangen op de verdiepingen soms nogal summier is, werd speciaal bestudeerd door Hervé Descottes. Deze Fransman slaagde er zelfs in om de Mona Lisa in het Louvre te voorzien van een behoorlijke belichting, ondanks het feit dat dit meesterwerk is opgehangen achter een dikke glazen beschermingswand.The Merceris nu al maandenlang 'the place to be'; er komen dus evenveel beroemdheden als illustere onbekenden met een dikke portefeuille. In het adressenboekje van de baas staan de meest gezochte privé-nummers van het ogenblik (Richard Branson, Bryan Ferry, Calvin Klein...).André Balasz is ook niet aan zijn proefstuk. Op Sunset Boulevard in Los Angeles restaureerde hij Marmont Castle, dat al jarenlang druk bezocht wordt door al wat naam heeft in Hollywood. Toch kan The Mercer niet vergeleken worden met dat prestigieuze gebouw, noch met andere roemruchte concurrenten zoals het Royalton of de hotels Paramount, Mondriaan en Delano van Ian Schrager in New York, Los Angeles en Miami (waarvoor Philippe Starck als ster-ontwerper fungeerde).The Mercer heeft 75 kamers, 12 tot 47 m² groot (waaronder verschillende voor niet-rokers), met ruime badkamers in wit Italiaans marmer. De toiletproducten zullen zelfs de meest veeleisende gasten kunnen bekoren, en in de koelkast zit heel wat heerlijks van bij het vermaarde Dean & DeLuca. Alles is door Liaigre tot in de kleinste details ontworpen: van de lichtschakelaars tot en met de deurklinken.Het hotel heeft geen eigen fitnesscentrum, maar de gasten krijgen wel gratis toegang tot het David Barton Gym op drie minuten wandelen. Ze kunnen ook beschikken over de meest gesofistikeerde informatica en communicatie-apparatuur - maar toch is The Mercer in de eerste plaats bedoeld om stijlvol te logeren en niet om congressen te organiseren, zo wordt ons op het hart gedrukt.The Mercer - 147, Mercer Street, New York 10012; tel. (00-1-212) 966.60.60; internet www.themercer.comSERGE VANMAERCKE / MICHAEL MUNDY