Geld maakt niet gelukkig, wordt vaak gezegd, maar je hebt wel een minimum aan geld nodig om fatsoenlijk te kunnen leven. In elk huishouden is de cashflow van de portemonnee heel belangrijk. Wat verdienen we en hoeveel geven we uit? Kunnen we sparen of moeten we schulden maken? In ons gezin zijn we allemaal kleine ondernemers die hun financiële middelen optimaal willen gebruiken.
...

Geld maakt niet gelukkig, wordt vaak gezegd, maar je hebt wel een minimum aan geld nodig om fatsoenlijk te kunnen leven. In elk huishouden is de cashflow van de portemonnee heel belangrijk. Wat verdienen we en hoeveel geven we uit? Kunnen we sparen of moeten we schulden maken? In ons gezin zijn we allemaal kleine ondernemers die hun financiële middelen optimaal willen gebruiken. Juist investeren en de inkomsten en de uitgaven goed beheren, is in bedrijven bepalend voor duurzaam succes, en dus ook voor de inkomsten van tientallen of zelfs honderden gezinnen. Net daarom is het van cruciaal belang dat we gezonde bedrijven hebben en dat ze worden geleid door mensen die het verschil kunnen maken. Er is maar één vorm van echt ondernemen: risico's nemen met de eigen middelen, zoals in familiebedrijven gebeurt. De betrokkenheid van managers die in opdracht van de eigenaars een bedrijf operationeel leiden, is anders, omdat zij niet werken met eigen geld, en dat ook niet kunnen verliezen als het misloopt. Zo valt het in raden van bestuur geregeld op dat bestuurders die aandelen hebben in de firma moeilijke beslissingen anders nemen dan bestuurders die geen aandelen bezitten. Ondernemers zijn van grote waarde voor de samenleving. De meeste onder ons zijn geen echte ondernemers en werken in dienstverband. De meesten onder ons beschikken niet over de durf, de passie of het talent om succesvol te ondernemen. Daarom moeten we onze ondernemers koesteren en ondersteunen, erkennen en bewonderen. Vlaanderen heeft vandaag een schrijnend gebrek aan ondernemers. Ondernemen wordt ook te weinig aangemoedigd. Het veel te hoge overheidsbeslag op lonen en op energie, en pestbelastingen zoals die op bedrijfswagens of liquidatieboni, lijken veeleer bedoeld om ondernemers te ontmoedigen. Door het aanzienlijke overheidsbeslag -- meer dan de helft van het bruto binnenlands product -- is het belang van de overheid de jongste decennia toegenomen en is de klemtoon verschoven van de privébedrijven naar de overheid. De overheid is in veel bedrijven aanwezig, niet alleen via ingewikkelde vormen van subsidiëring, maar ook via allerlei constructies, participaties en staatswaarborgen. Het vele geld van de overheid is tegelijk van iedereen en van niemand. Veel gezagsdragers voelen zich dan ook geroepen met dat geld te ondernemen, maar dan zonder het essentiële kenmerk van ondernemen: het risico van de inzet van eigen kapitaal. De echte kapitaalverschaffers of aandeelhouders zijn in dit geval de belastingbetalers, en die zijn ver weg en anoniem. Daarom kan het gebeuren dat kwistig, voluntaristisch en zelfs onbezonnen wordt omgesprongen met overheidsgeld, tot en met de retroactieve creatie van staatswaarborgen voor gedupeerde klanten van coöperatieve vennootschappen. Ook die klanten krijgen vroeg of laat de eigen factuur weer gepresenteerd. Hoe groter de afstand tussen de verschaffers van kapitaal en diegenen die de middelen gebruiken, hoe kleiner de kans op een goede afweging en controle, en hoe groter de kans op roekeloos en oneigenlijk gebruik. De samenleving voelt aan wanneer overheden losjes omspringen met belastinggeld en wanneer ethiek, waarden en de waarde van het belastinggeld plaats moeten ruimen voor macht, opportunisme en zelfbediening. Dat geregeld onvoldoende spaarzaam wordt omgesprongen met belastinggeld, verschaft aan brede kringen een gemakkelijk excuus voor allerlei vormen van sociale en fiscale fraude. De geschiedenis leert telkens opnieuw dat heel wat toppolitici na verloop van tijd vooral macht nastreven, en dat weinigen aan de verleidingen van het geld kunnen weerstaan. Ook vanwege die bedenkelijke reputatie hebben we er baat bij het overheidsbeslag zo veel mogelijk te beperken. De auteur is expert in bestuur van vennootschappen en gasthoogleraar aan de KU Leuven. JOHN DEJAEGERDe geschiedenis leert dat heel wat toppolitici na verloop van tijd vooral macht nastreven, en dat weinigen aan de verleidingen van het geld kunnen weerstaan.