In 2022 is het veertig jaar geleden dat Mexico moest toegeven dat het niet in staat was het geld terug te betalen dat Amerikaanse banken het land zonder nadenken geleend hadden. Daarna hebben 26 andere ontwikkelingslanden, waaronder 15 in Latijns-Amerika, uiteindelijk hun schulden moeten herschikken.
...

In 2022 is het veertig jaar geleden dat Mexico moest toegeven dat het niet in staat was het geld terug te betalen dat Amerikaanse banken het land zonder nadenken geleend hadden. Daarna hebben 26 andere ontwikkelingslanden, waaronder 15 in Latijns-Amerika, uiteindelijk hun schulden moeten herschikken. Veertig jaar later hebben de opkomende markten opnieuw problematisch hoge schuldpercentages opgebouwd. Luidt de verjaardag van de ene schuldencrisis de volgende in? In één woord: nee. Voor 1982 leenden de meeste opkomende markten op korte termijn en tegen een variabele rente in buitenlandse munt. De grootste schuldenaren verkopen nu over het algemeen obligaties voor de lange termijn, meestal in hun eigen munt en vaak aan lokale kopers. De meeste landen met een hoog risico op schuldproblemen zijn bovendien te klein om het financiële systeem in gevaar te brengen. De enige mogelijke uitzondering vormt Argentinië. In 2020 heeft het land zijn obligaties al eens herschikt, en het zal zonder problemen zijn verplichtingen tegenover privécrediteuren kunnen nakomen. Maar zijn schuld tegenover het Internationaal Monetair Fonds is een andere zaak. In 2022 moet het land onder meer 15,8 miljard euro aflossen. Om die af te betalen, zal het een nieuwe langtermijnlening nodig hebben. In ruil daarvoor zal het IMF waarschijnlijk eisen dat Argentinië de elektriciteitstarieven optrekt, de centrale bank minder laat lenen en een realistische wisselkoers handhaaft. In de plaats van onder een schuldencrisis zullen opkomende markten misschien wel lijden onder verschillende gradaties van fiscal scarring (begrotingslittekenvorming), zoals Alberto Ramos van Goldman Sachs het noemt. Net als het stijve weefsel dat een wond dicht, kunnen hoge staatsschulden en begrotingstekorten de flexibiliteit en bewegingsruimte van een regering beperken. Zo heeft het Braziliaanse begrotingstekort bijgedragen tot de inflatiedruk in het land. De centrale bank zag zich gedwongen de rentevoeten scherp te verhogen, zelfs nu de werkeloosheid er hoog blijft. De schuld in de opkomende markten die in 2021 het meest de aandacht van de wereldbeleggers trok, was niet die van een regering, maar van China's zwaar met schulden beladen projectontwikkelaar Evergrande. Zijn schuldenberg bedraagt meer dan 265 miljard euro. Hoe China zijn vertraging in de vastgoedsector aanpakt, zal in 2022 waarschijnlijk het grootste vraagteken zijn dat boven de grootste opkomende economie hangt. Van de tien landen die in 1981 werden opgenomen in het lijstje van opkomende markten, zijn enkel Chili, Griekenland en Zuid-Korea uitgegroeid tot hoge-inkomenseconomieën volgens de definitie van de Wereldbank. China - dat niet bij de oorspronkelijke tien zat - hoopt binnenkort tot dat rijtje toe te treden. De Wereldbank past de drempel elk jaar aan op basis van een gewogen gemiddelde van inflatiepercentages en wisselkoersen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, China, de eurozone en Japan. In 2022 ligt hij op een nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van 11.171 euro. Als China, dat in 2020 een inkomen van 9.337 euro per bewoner had, zijn vastgoedcrisis goed aanpakt, heeft het een goede kans om zich in 2023 bij die drie landen te voegen.