Zelfs op zijn zeventigste komt de Amerikaanse auteur John Updike nog altijd verrassend uit de hoek. In Zoekt mijn aangezicht (Arbeiderspers, 264 blz., 19,95 euro) vlecht hij twee sterk uiteenlopende werelden ineen: de bruisende kunstwereld van de voorbije halve eeuw en de ouderdom. Bovendien balt Updike die thema's van panoramische envergure samen in een claustrofobisch decor: een jonge journaliste interviewt een bejaarde kunstenares in haar huis in Vermont. De kunstenares was driema...

Zelfs op zijn zeventigste komt de Amerikaanse auteur John Updike nog altijd verrassend uit de hoek. In Zoekt mijn aangezicht (Arbeiderspers, 264 blz., 19,95 euro) vlecht hij twee sterk uiteenlopende werelden ineen: de bruisende kunstwereld van de voorbije halve eeuw en de ouderdom. Bovendien balt Updike die thema's van panoramische envergure samen in een claustrofobisch decor: een jonge journaliste interviewt een bejaarde kunstenares in haar huis in Vermont. De kunstenares was driemaal getrouwd en in die mannen herkennen we onder meer Jackson Pollock en, iets minder dicht naar het leven getekend, Willem De Kooning, nog een coryfee van het abstracte expressionisme. Updike laat zijn kritiek los op de kunst en de kunstenaars, schetst hun even glorieuze als extreme leven. Ondertussen verliest hij de confrontatie van de jonge interviewster en de bejaarde vrouw niet uit het oog. Hij brengt geen spektakel, geen uitroeptekens, maar schildert traag en eigengereid een melancholische compositie, zonder ook maar één frase toe te geven aan meligheid. Spektakel en uitroeptekens krijgen we wel in Verloren nachten (Anthos, 448 blz., 24,90 euro), maar dat blijkt geen bezwaar als ze van een vakman als T.C. Boyle stammen. Gretig, groots en griezelig realistisch beschrijft Boyle een hippiecommune in het vrije-blije Californië van de jaren zeventig. Als de bonte bende uit haar morsige tuin van Eden verjaagd wordt, trekt de dubieuze goeroe met zijn adepten naar Alaska. Die exodus van zon naar ijs stuwt de onderhuidse spanningen naar de oppervlakte en laat en passant de dunne draden van de idealen één na één knappen. Grandioze Boyle. Wat bedaarder lijkt De onderstroom (Boekerij, 302 blz., 17,50 euro), de eerste soloroman van Nicci Gerrard, de vrouwelijke helft van het schrijverspaar dat onder de naam Nicci French al zes psychologische thrillers schreef. Eerstdaags verschijnt nummer zeven. Geheel zoals verwacht, stoomde dit solodebuut in ijltempo naar de top van de bestsellerslijsten. Laten we het beleefd onderhoudend noemen. Drie volwassen zussen blikken terug op het verleden, op de ontrouw van hun moeder. En de fatale gevolgen. Nog een familiedrama met wortels in het verleden beschrijft Basha Faber in De jeugdzonde (Augustus, 303 blz., 19,50 euro). Maar de Amsterdamse communicatieconsultant, die pas zes jaar geleden op haar 55ste debuteerde als romancier, stoffeert haar derde boek veel rijker dan de beroemde Gerrard. Om haar hoofdpersoon, een vijftigplusser die de laan uitgestuurd is als directeur, beter te portretteren, interviewde ze zelfs ontslagen topmanagers in diverse landen. Luc De Decker