Nu zaterdag, 22 maart, wordt de winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs 2003 bekendgemaakt. Tom Lanoye (of toch nog een verrassing?) wordt er 25.000 euro rijker. Onze favoriet is Dik van der Meulen met diens biografie van Multatuli. In plaats van nog meer regels te verspillen aan het doorgaans voorspelbare festijn, schuiven we een alternatief leesmenu naar voren, gevuld met drie verrassende, op zijn minst hoogst opmerkelijke, vertaalde romans.
...

Nu zaterdag, 22 maart, wordt de winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs 2003 bekendgemaakt. Tom Lanoye (of toch nog een verrassing?) wordt er 25.000 euro rijker. Onze favoriet is Dik van der Meulen met diens biografie van Multatuli. In plaats van nog meer regels te verspillen aan het doorgaans voorspelbare festijn, schuiven we een alternatief leesmenu naar voren, gevuld met drie verrassende, op zijn minst hoogst opmerkelijke, vertaalde romans. De eerste tip zet de genomineerden voor zowat alle actuele trofeeën al meteen zwaar in de schaduw: de Russische jood Der Nister (1884-1950) schetst in De familie Masjber (Vassallucci, 768 blz., 50 euro) de teloorgang van een Russisch-joodse handelsfamilie. In plaats van alleen te focussen op de bankier, beschrijft Nister met een merkwaardige mengeling van kleurrijk realisme en magische metaforen een Russische stad op het einde van de negentiende eeuw. Vele van Nisters personages zijn aandoenlijk, vaak ronduit tragisch, maar hij brengt hun mislukkingen lang niet altijd zwaarmoedig en zeker niet larmoyant. Talloze dramatische scènes geeft hij ook iets ironisch en absurds mee, waardoor ze hun specifieke sociale omgeving overstijgen en zelf metafoor worden. In plaats van een naturalistisch miseriefresco ontstaat er een literaire betekenispuzzel, die in sfeer en toon meer verwantschap vertoont met Kafka dan met Dickens. Aan de roman zou Nister nog een onvindbaar slotdeel toegevoegd hebben, maar misschien verdween dat voorgoed met hem in de sovjetgevangenis. In 1950 werd hij er, zoals zovele joodse intellectuelen, omgebracht door de beulen van Stalin. Wie meer over de verpletterende impact van de sovjetdictatuur op mens en maatschappij wil lezen, kan bij Wladimir Kaminer terecht. Hij werd in 1967 in Moskou geboren, maar woont sinds 1990 in Berlijn, waar hij ook het nu vertaalde Soldatenrock (Cossee/Knack, 175 blz., 19,90 euro) schreef. Helaas blijken zijn stijl te arm en zijn humor te mat om de mistroostigheid van een jeugd in de Sovjetunie accuraat aan te tonen. Wrang, maar met te goedkope middelen. Literair verbijsterend, pregnant in zijn spel met vorm en betekenis, is Austerlitz (Bezige Bij, 333 blz., 24,99 euro), de laatste roman van Winfried Georg Sebald (1944-2001). Het joodse hoofdpersonage werd door zijn ouders uit het bezette Praag naar Engeland gestuurd, waar het kind geadopteerd werd door een kil domineesechtpaar. Pas na zijn vijftigste komt Austerlitz zijn ware naam te weten en gaat hij op zoek naar zijn verleden. Dat brengt hem ook in Antwerpen, Mechelen en het sinistere Fort van Breendonk. Zo naverteld, lijkt het een schier chronologische postholocaustroman, maar dat is zonder de mozaïsche stijl van Sebald gerekend. Luc De Decker [{ssquf}]