De literaire klapper wereldwijd momenteel is zonder de minste twijfel Leven om het te vertellen (Meulenhoff, 572 blz., 24,50 euro), het eerste omvangrijke deel van de autobiografie van de Colombiaan Gabriel Garcia Marquez (1927). Het boek lijkt een monumentale beklemtoning van zijn rede die hij al hield bij de ontvangst van de Nobelprijs voor literatuur in 1982: hij ontkende thuis te horen in het genre van het magisch realisme, dat realiteit en magie mixt. De excentrieke gebeur...

De literaire klapper wereldwijd momenteel is zonder de minste twijfel Leven om het te vertellen (Meulenhoff, 572 blz., 24,50 euro), het eerste omvangrijke deel van de autobiografie van de Colombiaan Gabriel Garcia Marquez (1927). Het boek lijkt een monumentale beklemtoning van zijn rede die hij al hield bij de ontvangst van de Nobelprijs voor literatuur in 1982: hij ontkende thuis te horen in het genre van het magisch realisme, dat realiteit en magie mixt. De excentrieke gebeurtenissen zijn gewoon uit het Latijns-Amerikaanse leven geplukt. Zo blijkt zijn familie grotendeels de inspiratie voor zijn kleurrijke personages. Dat toont hij nu met zoveel nadruk aan, dat de lezer al gauw lange passages van romans herkent. Wat uiteraard alweer de vraag oproept waar de feiten eindigen en de fictie begint. Een bezwaar vormt dat niet, zolang Marquez maar een aantrekkelijk literair universum creëert, zoals hij onder meer deed in zijn doorbraak Honderd jaar eenzaamheid (1967). Maar zo overtuigend is hij nu niet. Daarvoor schurkt de autobiografie te dicht tegen zijn oeuvre aan, zonder er iets essentieels aan toe te voegen. Ook zijn meeslepende vertelstijl ontglipt hem geregeld. Geen probleem voor Marquez, de verkoop en de uitbundig positieve recensies lijken niet te stelpen. In de Lage Landen verschijnen dezer dagen ook een verhalenbundel en nieuwe edities van zijn bekendste romans. De Brit Graham Swift (1949) dipt zijn pen behoedzaam in een heel ander register dan de wel eens barokke en wispelturige Marquez. Swift toont zich door en door Engels met zinnen die kabbelen aan de oppervlakte, maar dan met voldoende onrust erin om de lezer attent te maken op de broeierigheid eronder. Al wordt het understatement ook wel doorbroken met venijnige oneliners, zeker in Het volle daglicht (Bezige Bij, 320 blz., 19,50 euro). Een morsige privé-detective wordt smoor op een vrouw die haar man vermoordde en een lange gevangenisstraf uitzit. Beetje bij beetje geeft Swift het verleden van de man prijs, als puzzelstukken die de lezer broodnodig heeft om de desperate liefde van de man te kunnen begrijpen - als dat al zou kunnen. Na de ingenieuze ironie van Swift doet de ironische bravoure van de Amerikaan Dave Eggers op een pijnlijke manier pathetisch en grotesk aan. Na zijn daverende debuut Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit, volgt nu U zult versteld staan van onze beweeglijkheid (Manteau, 399 blz., 24,50 euro): een rommelige, gehaaste en al te opdringerig pseudo-filosofische road novel, waarin twee jongemannen de dood van hun vriend verwerken met een mislukte wereldreis, waarin ze heel wat dollars willen uitdelen. Luc De Decker [{ssquf}]