IRIS DE FEIJTER, FOTOGRAFIE LIES WILLAERT
...

IRIS DE FEIJTER, FOTOGRAFIE LIES WILLAERT Etnische kunst, design, fotografie, hedendaagse kunst, antiek én multimediakunst van nationale en internationale kunstenaars: u vindt het allemaal op Lineart (van 3 tot 7 december), het kunstevenement dat zich sinds enkele jaren profileert als fusionbeurs. Een beetje contradictorisch, vindt Declercq. "Lineart kan enerzijds teren op een lange traditie, maar zet anderzijds de jongste jaren ook steeds nieuwe tradities in: B-New Gallery, Belgium Calling, De Modernen, Lineart Award Event, Focus op Singapore, The Border, Young Ones Award en ga zo maar door." JOOST DECLERCQ. "Eerlijk gezegd is mijn curatorschap beperkt. Alle galeries, kunstenaars en kunstwerken lagen al vast. Het is mijn taak om de acht geselecteerde werken zo goed mogelijk te presenteren. Vorig jaar werd Gigacase gecureerd door Pierre-Olivier Rollin, de directeur van het kunstencentrum B.P.S. 22 in Charleroi. Ik was verantwoordelijk voor de selectie van de galeries. Maar als je twaalf aanbiedingen krijgt en er tien plaatsen te verdelen zijn, is het werk snel gedaan. Ik heb me voor deze job geëngageerd, omdat ik uit de streek ben en veel ervaring heb als curator. Het is dus vooral een gebaar tegenover Lineart." DECLERCQ. "Kunstwerken goed opstellen, veronderstelt kennis van zaken. Een werk dat in de hoek staat, komt anders over dan wanneer het middenin de ruimte staat. Mijn toegevoegde waarde is: kunstwerken optimaal tot hun recht laten komen. Als iedereen zijn eigen patat meebrengt en er neerlegt, liggen er gewoon acht patatten. Ik probeer er een goede hutsepot van te maken." DECLERCQ. "Wisselvallig, al zitten er zeker heel boeiende werken tussen. Jonge kunstenaars hebben vaak nog een gebrek aan kennis, inzicht en ervaring, maar dat kan nog groeien. Als je de selectie vergelijkt met wat er internationaal gebeurt, dan zie je toch wel een groot niveauverschil. Op Lineart overheerst conservatieve academische kunst. Dat is op zich interessant, ook al is het niet mijn wereld." DECLERCQ. "Naar de normen van de doorsnee Lineart-bezoeker is het zeker avant-gardistisch. Maar wanneer je al zo lang meedraait in het internationale circuit, heb je toch een ander idee bij avant-garde." DECLERCQ. "De beurs heeft inderdaad al een paar jaar een identiteitscrisis: Lineart heeft zich jarenlang gericht op de lokale kunstscene, maar dat is niet meer van deze tijd. Daarom wil Lineart zich herprofileren en een hoogstaander, internationaler publiek aantrekken. Het probleem is alleen dat er al een heleboel beurzen voor hedendaagse kunst bestaan, zoals Art Brussels, Fiac, Frieze en vele nieuwkomers. Al die initiatieven vissen in dezelfde vijver. Er zijn nu eenmaal geen duizenden goede galeries voor hedendaagse kunst. Laat staan duizenden goede kunstenaars." DECLERCQ. "Concurreren met Art Brussels is geen goed idee. Lineart wil per se hedendaagse kunst binnenhalen om een nieuw publiek te lokken, maar dat is volgens mij niet nodig. De beurs moet zich specialiseren in ontontgonnen markten, zoals fotografie, primitieve kunst en het soort moderne kunst dat je in de galeries op de Knokse Zeedijk vindt. De beurs zit in een lastig groeiproces, maar lokt nog altijd veel kopers. Vaak komen er mensen die niks van kunst kennen, maar wel een schilderij zoeken dat bij hun zetel past." DECLERCQ. "Elk jaar zijn er vondsten te doen, al blijven echte verzamelaars misschien wat op hun honger zitten. Ik zag hier de voorbije jaren al topwerken van Raoul De Keyser, Eugène Leroy, Dan Van Severen en Jo Delahaut hangen voor twee keer niks. Lineart zou een snuffelbeurs moeten worden." DECLERCQ. "De meeste collectioneurs hebben een groter jaarlijks kunstbudget dan Schauvliege. Ik zou zeggen: laat hen maar kopen. Musea hebben daar toch de middelen niet voor. Trouwens, als een museum kunst aanschaft, is dat speculatie met geld van de belastingbetaler. Misschien moeten musea weg van het idee dat ze werken in hun collectie moeten hebben om ze te kunnen tonen aan het publiek. Kunstwerken in privébezit komen toch vroeg of laat in de musea terecht. Ik pleit voor een nauwere samenwerking tussen musea en de privéverzamelaars. Dat is volgens mij de toekomst. En de overheid beseft dat ook steeds meer." DECLERCQ. "Een museum dat niet kan leven zonder subsidies, kan evengoed de deuren sluiten. Ofwel is het management fout, ofwel is er geen vraag naar. Ik vind het niet gezond dat er veel organisaties tot 99 procent van de overheid afhankelijk zijn. Daarom pleit ik voor de fiftyfiftyregel: de overheid en de privésector sponsoren elk de helft van het budget." DECLERCQ. "Wij zijn een private organisatie, maar sinds 2000 ontvangen we geld van de Vlaamse overheid. Dat bedrag is goed voor een derde van onze inkomsten. De rest komt uit eigen middelen, entreegelden, sponsoring en opbrengsten uit onze activiteiten zoals het jaarlijkse tuinfeest met bijbehorende veiling. Die financiële situatie maakt ons onafhankelijk en dat is heel erg belangrijk." DECLERCQ. "We zijn een klein museum met een zwakke vaste collectie, maar zonder geldzorgen. Dat geeft ons de ideale uitgangspositie om onze functie ter discussie te stellen. Hoe kunnen we meer zijn dan een verzameling kadertjes aan de muur? Ik wil geen discussie opwekken, maar confrontaties uitlokken. Er mag voor mijn part een beetje meer schwung in de museumwereld zitten." Lineart, van 3 tot 7 december in Flanders Expo Gent, www.lineart.be Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, Deurle, www.museumdd.be " Lineart zou een snuffelbeurs moeten worden"