Een werkgever die verdoken voordelen toekent aan werknemers stelt zich bloot aan loodzware financiële sancties.
...

Een werkgever die verdoken voordelen toekent aan werknemers stelt zich bloot aan loodzware financiële sancties.Als een onderneming een premie betaalt aan één of meer werknemers, moet deze premie steeds volledig in de jaarrekening, en meer bepaald in de Rubriek 62 - Bezoldigingen, Sociale Lasten en Pensioenen, kunnen worden teruggevonden. De aard van de bezoldiging (vast of variabel) noch de periodiciteit of frequentie van de betaling ervan (maandelijks of jaarlijks) spelen hierbij een rol. De premie moet bovendien kunnen worden teruggevonden in de individuele rekeningen die het bedrijf (of het sociaal secretariaat voor rekening van het bedrijf) in het begin van elk jaar met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar opstelt. Deze rekeningen moeten voor elke werknemer afzonderlijk een getrouw samenvattend beeld geven van de bezoldigingen die in de loop van een bepaald kalenderjaar werden betaald en waarop sociale-zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing werden ingehouden. Het is trouwens op basis van deze individuele rekeningen dat de fiscale loonfiches worden opgesteld. Het bedrijf moet de op de premie betrekking hebbende sociale-zekerheidsbijdrage van de werknemer in mindering hebben gebracht van het brutobedrag van de premie en deze samen met de werkgeversbijdrage tijdig in de kwartaalaangifte hebben aangegeven en betaald aan de RSZ. Zoniet kan het bedrijf worden geconfronteerd met sancties : betaling van de verschuldigde werkgevers- én werknemersbijdragen zonder mogelijkheid om het werknemersgedeelte van de werknemer terug te vorderen, alsmede betaling van een bijdrageverhoging van 10 % en een nalatigheidsinterest van 8 % per jaar, die beide worden berekend op de verschuldigde bijdragen.VERJARINGSTERMIJN.Tot voor kort bedroeg de verjaringstermijn voor de invordering van de bijdragen, verhogingen en interesten slechts drie jaar. De Sociale Programmawet van 29 april '96 heeft deze termijn opgetrokken tot vijf jaar en dit vanaf 1 juli '96. De inspectiediensten krijgen dus twee jaar langer de tijd om onderzoeken in te stellen en bijdrageplichtige werkgevers te achtervolgen met de invordering van nog verschuldigde sociale bijdragen. De minister van Sociale Zaken achtte deze verlenging verantwoord omdat de inspectie ook de mogelijkheid moet krijgen om zeer ingewikkelde dossiers te kunnen samenstellen en grondig te ontleden. De verjaringstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op het kwartaal waarop de bijdragen betrekking hebben. De verjaringstermijn van vijf jaar speelt niet alleen voor de vanaf 1 juli '96 verschuldigde sociale bijdragen, maar ook voor de bijdragen die voordien al verschuldigd waren en waarvoor de driejarige verjaringstermijn op 1 juli '96 nog niet was verstreken. De nieuwe wet heeft dus ook gevolgen voor het verleden, met name voor de nog lopende verjaringen. Het zal bijgevolg tot 1 augustus '98 duren vooraleer de RSZ de bijdragen die betrekking hebben op het tweede kwartaal van '93 niet langer zal kunnen invorderen. FISCALE RAPPORTERING.De premie moet voorts kunnen worden teruggevonden in de fiscale loonfiches die het bedrijf (of het sociaal secretariaat voor rekening van het bedrijf) in het begin van elk jaar met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar opstelt. Het betreft de individuele loonfiches 281.10 voor de werknemers, op basis waarvan zij hun jaarlijkse fiscale aangifte in de personenbelasting kunnen invullen, en de samenvattende jaaropgave 325.10. Van beide fiches worden kopieën gestuurd naar het bevoegde Documentatiecentrum Bedrijfsvoorheffing. Er moet trouwens een aansluiting tot stand kunnen worden gebracht tussen de samenvattende opgave 325.10 en de als personeelskost in de rubriek 62 geboekte bezoldigingen. Indien deze premie niet is opgenomen in deze fiscale fiches, rijst voor het bedrijf een risico tot taxatie van de toegekende premie als geheim commissieloon tegen een aanslagtarief van 309 %, inclusief de crisisbelasting van 3 %. Deze belasting en het geheim commissieloon zijn weliswaar aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. De verjaringstermijn voor een eventuele naheffing van belastingen bedraagt in principe drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. De fiscus beschikt echter over een uitgebreid arsenaal van bijzondere aanslagtermijnen, die de verjaringstermijn in aanzienlijke mate kunnen verlengen. Zo wordt de aanslagtermijn op vijf jaar gebracht in geval van inbreuken op de fiscale wetgeving met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, bijvoorbeeld fraude. BEDRIJFSVOORHEFFING.Bovendien moet het bedrijf de op de premie betrekking hebbende exceptionele bedrijfsvoorheffing (bv) hebben ingehouden van het bruto belastbaar bedrag van de premie (na sociale zekerheid) en in de aangifte 274.3 (274.3 Aut. SS voor sociale secretariaten) tijdig hebben aangegeven en betaald aan het bevoegde ontvangkantoor van de belastingen. Zoniet kan de fiscus zich alsnog richten tot het bedrijf om de niet ingehouden bv te vorderen. Het bedrag van de verschuldigde bv wordt dan ten laste van de werkgever ingecohierd en verhoogd met 10 tot 200 %. De toe te passen percentages verschillen naargelang de aard en de frequentie van de overtreding. Zo wordt al bij een eerste overtreding met de bedoeling de belasting te ontduiken een verhoging van 50 % op de niet betaalde bv aangerekend. Een administratieve boete kan eventueel ook worden gevorderd. Voorts is de onderneming een nalatigheidsinterest van 0,8 % per maand verschuldigd, niet alleen op de niet-betaalde bv, maar ook op de eventueel toegepaste belastingverhoging en administratieve geldboete. Los daarvan heeft de fiscus dan nog eens de mogelijkheid om bij de werknemers-genieters zelf aan te kloppen en een aanvullende aanslag in de inkomstenbelasting te vestigen.In praktijk zal het meestal niet zo een vaart lopen. Doorgaans zal de controleur-vennootschapsbelasting genoegen nemen met het taxeren van de premie als geheim commissieloon.JEAN-PAUL TIMMERMANS HERMAN TACKAERT Jean-Paul Timmermans en Herman Tackaert zijn juridische raadgevers bij Price Waterhouse.