Het moet nu maar eens gedaan zijn om steevast ons systeem van loonindexering aan te pakken. Voilà. Dat is gezegd. Ik heb het iets diplomatischer uitgedrukt, maar daar kwam mijn gesprek van vorige week met de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Jean-Claude Trichet, wel op neer. Na afloop van een commissievergadering in het Europees Parlement had ik de kans om de man apart te spreken. Ik heb mijn punt gemaakt. Hij het zijne. Hij nam akte van mijn bezorgdheid.
...

Het moet nu maar eens gedaan zijn om steevast ons systeem van loonindexering aan te pakken. Voilà. Dat is gezegd. Ik heb het iets diplomatischer uitgedrukt, maar daar kwam mijn gesprek van vorige week met de voorzitter van de Europese Centrale Bank (ECB), Jean-Claude Trichet, wel op neer. Na afloop van een commissievergadering in het Europees Parlement had ik de kans om de man apart te spreken. Ik heb mijn punt gemaakt. Hij het zijne. Hij nam akte van mijn bezorgdheid. Ons systeem van loonindexering wordt de jongste tijd nogal vaak onder vuur genomen en niet altijd even doordacht. De ECB valt het systeem openlijk aan. De Europese Commissie zei dat het systeem niet eeuwig houdbaar is. Er stond zelfs een impliciete aanval op de loonindexering in de ontwerpconclusies van de Europese top. De kritiek klinkt veelal dat de loonindexering een spiraal in gang zet van hogere lonen met een nog hogere inflatie tot gevolg. De inflatie piekt. De meest sprekende cijfers zijn die van Eurostat. Vorige week nog maakte het bekend dat België de tweede hoogste inflatie in de Europese Unie heeft, 5,1 %. Alleen Slovenië doet het nog slechter met 6,2 %. Het gemiddelde in de eurozone is 3,7 %. Nederland houdt de inflatie op 2,1 %. In ons land vormen vooral de prijzen voor energie een probleem, die stegen in een jaar met 26,4 %. Griekenland scoort in dat 'klassement' tweede met 13 %. De gedaalde koopkracht is bij ons dus vooral te wijten aan de gestegen energie- en voedselprijzen, in plaats van aan de automatische loonindexering. Het mechanisme van de loonindexering is de jongste jaren fel aangepast. De wet van 1996 over de competitiviteit van de ondernemingen zegt dat onze loonevolutie gelijke tred moet houden met die van onze voornaamste handelspartners. Bij interprofessionele akkoorden wordt telkens de loonevolutie aangegeven. Over deze loonevolutie hebben onze vakbonden trouwens geregeld overleg met hun collega's in Duitsland, Nederland, Frankrijk en Luxemburg. Daarnaast bestaan er in heel wat sectoren ook all-inakkoorden waarbij rekening wordt gehouden met de reële loonstijging en met de index. Bovendien bestaat sinds 1994 de gezondheidsindex. Daarin zitten niet de prijzen van brandstof, tabak of alcohol. De stijging van de gezondheidsindex (+ 4 %) was dan ook beperkter dan de prijzenindex met inbegrip van de energieprijzen. De loonstijgingen van de afgelopen maanden staan dus niet eens in verhouding met het koopkrachtverlies door de hoge energieprijzen. Het systeem van automatische loonindexering volgt niet zomaar de evolutie van de inflatie. Het is evenmin verantwoordelijk voor een inflatiespiraal. Dat hadden we anders toch ook al vastgesteld voor de huidige crisis, niet? De gemiddelde inflatie in de eurozone bedroeg tot 2007 2,1 % en in België 2,0 % Tot daar een economische overweging. In simpeler woorden kan het ook. Waarom is het zo verdomd simpel om remedies tegen inflatie of tegen economische crisissen in de zakken van de kleine man te zoeken? Waarom is het bon ton om de loonindexering af te schieten terwijl niemand zich vragen stelt bij de enorme speculaties op de financiële markten? Alsof de enorme stijging van de voedselprijzen niet voor een stuk het gevolg is van speculatie? De Europese Unie heeft nog maar weinig gedaan om de speculatie in te tomen. Het kleinste voornemen of initiatief - al was het maar een ethische reclamecode voor speculatie op de stijgende voedselprijzen - zou op zijn minst van goede bedoelingen getuigen. Nee, het lijkt veel eenvoudiger om te schieten op de loonindexering. Nota bene een systeem dat precies de kleine man voor een stukje probeert te beschermen tegen economische crisissen en overdreven koopkrachtverlies. Waar is je sociaal gezicht, Europa? Als je als politicus bovenstaande bewering probeert hard te maken, krijg je snel het etiket van 'populist' opgekleefd. Wel, liever een populistisch discours dan een discours dat weigert oplossingen te zoeken voor de hoge inflatie en het koopkrachtverlies. Het zijn niet de topmanagers, ook al maken ze fouten - Fortis, is dat nu goed bestuur? - die zich op het einde van de maand zorgen maken over de stijgende energiefactuur. Het zijn gewone mensen die de dupe zijn. Dat is ook wat ik meneer Trichet probeerde duidelijk te maken. Hij nam akte van mijn bezorgdheid. Wat een opluchting. (T) Mia De Vits - De auteur is Europees Parlementslid voor de sp. a.