Twee maanden geleden zette de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) België op de grijze lijst van belastingparadijzen (zie tabel). Ons land heeft namelijk de noodzakelijke overeenkomsten nog niet getekend om uitwisseling van financiële gegevens mogelijk te maken. Bovendien passen de Belgische banken voorlopig nog een bronheffing op inkomsten uit spaargelden van buitenlanders uit de Europese Unie toe.
...

Twee maanden geleden zette de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) België op de grijze lijst van belastingparadijzen (zie tabel). Ons land heeft namelijk de noodzakelijke overeenkomsten nog niet getekend om uitwisseling van financiële gegevens mogelijk te maken. Bovendien passen de Belgische banken voorlopig nog een bronheffing op inkomsten uit spaargelden van buitenlanders uit de Europese Unie toe. Maar de regering wil zo snel mogelijk van dit grijze imago af. Op 1 januari 2010 stapt ons land officieel over naar de automatische uitwisseling van informatie in het kader van de Europese spaarrichtlijn. Daarnaast heeft Didier Reynders (MR), de federale minister van Financiën, 48 landen aangeschreven om financiële gegevens aan elkaar door te geven. Dit protocol bestaat al met de Verenigde Staten. Rusland en China volgen binnenkort. Ook staan overeenkomsten met het eiland Man, het Verenigd Koninkrijk, Malta, Brunei en Frankrijk op het programma. En op 21 april heeft de vicepremier officieel aan Monaco, San Marino, Liechtenstein en Andorra - vier gereputeerde belastingparadijzen - gevraagd onderhandelingen te beginnen over de automatische uitwisseling van fiscale inlichtingen, met inbegrip van bankinformatie. De OESO eist minstens twaalf van dergelijke contracten voor landen op de witte lijst. Zelfs Zwitserland heeft aan de OESO zijn medewerking toegezegd. Ten derde plant Reynders een nieuwe afdeling in het Wetboek der Inkomstenbelastingen (WIB). Daarin komt de lijst van de belastingparadijzen, opgesteld in samenwerking met de OESO. Elke onderneming die met een van die landen transacties verricht, zal dat moeten aangeven aan de fiscus. Hiervoor komt er een aparte rubriek op de belastingbrief. En ten slotte pleit de vicepremier voor een omkering van de bewijslast. Reynders: "Als er met belastingparadijzen wordt gewerkt, zal moeten worden bewezen dat achter de transactie een economische realiteit schuilgaat. Ook zou ik in zulke gevallen het belastbare tijdperk graag willen verlengen naar tien jaar, want het is moeilijk informatie uit landen met een bankgeheim te krijgen." Sinds de bankencrisis uitbrak, neemt de druk op de belastingparadijzen fel toe. Op de vergadering van de twintig rijkste landen (G20) in maart kondigden de groten der aarde zelfs een heus actieplan tegen het bankgeheim aan. De regeringen hebben immers dringend geld nodig. Door de miljarden die de overheden in de financiële sector pompten, kleuren de begrotingen dieprood. Een strijd tegen de fiscale fraude is aan de publieke opinie gemakkelijker te verkopen dan klassieke belastingverhogingen. Een sanering van de publieke uitgaven is ook niet populair. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 trachten de Verenigde Staten ook tot elke prijs de financiering van het terrorisme te voorkomen. Reynders: "Het is geen toeval dat België in 2006 een overeenkomst met de Verenigde Staten moest sluiten om de uitwisseling van bankinformatie mogelijk te maken. Dat was een primeur voor ons land. De belastingparadijzen gaven ook aanleiding tot een parallel bankcircuit dat aan de regulering ontsnapte. Dat is een van de redenen van de ernst van de financiële crisis. De speculatiefondsen bijvoorbeeld spelen een niet te verwaarlozen rol in de ontwikkeling van toxische producten die het hele financiële verkeer verziekten. Andere offshorecentra hebben zich gespecialiseerd in vehikels om schuldvorderingen te effectiseren. Dit mechanisme ligt aan de basis van de subprimecrisis. En ten slotte mogen de overheden, die honderden miljarden euro's aan herstelplannen besteden, zich zulke fiscale ontvangsten niet meer laten ontglippen." Ondertussen vragen vele belastingplichtigen zich af of deze waslijst van maatregelen concrete gevolgen zal hebben voor hun persoonlijke situatie. Mag een Belgische inwoner die zijn inkomsten uit Luxemburg jarenlang niet heeft aangegeven, zich verwachten aan een bezoek van de fiscus? Reynders: "Iedere Belgische belastingplichtige moet in zijn aangifte vermelden of hij rekeningen in het buitenland heeft. Hij moet ook al zijn Belgische en buitenlandse inkomsten van eender welke aard aangeven. Als Luxemburg van de bronbelasting afziet en overschakelt naar de automatische informatie-uitwisseling, zal de Belgische fiscus van de uitgekeerde intresten op de hoogte worden gebracht. Op basis van die informatie kan de controleur u over de herkomst van het kapitaal op de rekening kunnen ondervragen. In geval van fraude kan hij een 'bericht van wijziging' voor de jongste zeven jaar sturen." De belastingplichtige riskeert dus fiscale rechtzettingen, maar ook administratieve sancties voor de niet-aangegeven inkomsten. Reynders: "De belasting en een eventueel supplement kunnen worden geheven binnen de 24 maanden nadat de Belgische administratie de inlichtingen heeft gekregen. Maar enkel indien blijkt dat de belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van een van de vijf jaren vóór het jaar waarin de Belgische administratie de informatie kreeg." Volgens belastingspecialist Iven De Hoon - auteur van een boek over belastingparadijzen - verandert in de praktijk weinig of niets. De Hoon: "Wie denkt dat met zwarte lijsten en het verdwijnen van het bankgeheim de schatkisten gevuld geraken, dwaalt. Niets is minder waar. De fiscale concurrentie tussen de landen zal immers niet verdwijnen, waardoor een internationaal georiënteerd bedrijf aan fiscale optimalisatie kan doen zonder ook maar één wet te overtreden." Stel dat een Vlaams bedrijf een vestiging opent in Sofia en zijn personeel daar een peulschil betaalt. De Hoon: "Deze dochter betaalt slechts 10 procent vennootschapsbelasting in Bulgarije. Dan blijft 90 procent over dat netjes in de Europese Unie naar de Vlaamse bvba komt. De aandeelhouders halen daar de winst uit als dividend, tegen 15 procent roerende voorheffing. Totale fiscale kostprijs van het verhaal... 25 procent.Had onze Vlaamse ondernemer alles in eigen land gehouden, dan spraken we over minstens 50 procent. Dit is dus een perfect legale constructie waar geen speld is tussen te krijgen." Hetzelfde geldt voor de Vlaamse ondernemer die bijvoorbeeld met een vennootschap uit Hongkong werkt. De Hoon: "Met de nodige creativiteit kan die perfect legaal een pak belastingen uitsparen. Daar kunnen geen twintig G20-toppen iets aan veranderen. De OESO is niets meer dan een papieren tijger. Sommige landen zullen hun wetgeving aanpassen. Maar op de keper beschouwd, is het business as usual, hoeveel lijsten de OESO ook publiceert." (T) Door Eric Pompen