De tweede en de derde pensioenpijler worden dan wel aanvullend pensioen genoemd, maar meer dan 95 procent van de Belgen kiest ervoor het kapitaal van hun pensioenfonds en hun groepsverzekering in één keer op te vragen. Ze kunnen dat bedrag beleggen, er een auto mee kopen, er verbouwingswerken mee laten uitvoeren of het investeren in vastgoed. Maar dat houdt risico's in: het geld gaat soms op aan aankopen die niet echt nodig zijn.
...

De tweede en de derde pensioenpijler worden dan wel aanvullend pensioen genoemd, maar meer dan 95 procent van de Belgen kiest ervoor het kapitaal van hun pensioenfonds en hun groepsverzekering in één keer op te vragen. Ze kunnen dat bedrag beleggen, er een auto mee kopen, er verbouwingswerken mee laten uitvoeren of het investeren in vastgoed. Maar dat houdt risico's in: het geld gaat soms op aan aankopen die niet echt nodig zijn. Een alternatief is nochtans te opteren voor een levenslange rente. De verzekeraar stort dan elke maand een som op de rekening van de cliënt. Aangezien het wettelijk pensioen daalt, kunnen gepensioneerden met zo'n rente hun inkomen aanvullen. Met de leeftijd nemen ook de kosten voor zorg toe. Het komt dan van pas een zo stabiel mogelijk inkomen te hebben. Er zijn gepensioneerden die geen heil zien in een maandelijkse rente, omdat ze op het moment van hun pensionering in goede gezondheid verkeren. Anderen hebben hun aanvullend pensioenkapitaal niet meteen nodig en willen het onaangeroerd laten als appeltje voor de dorst of om het te kunnen nalaten aan hun kinderen. Dat laatste is niet mogelijk met een rente: het bedrag dat niet is uitgekeerd, gaat doorgaans verloren bij het overlijden van de verzekerde. Sommige verzekeraars bieden wel de mogelijkheid om een begunstigde aan te duiden, aan wie de resterende rente wordt doorgestort. Maar daar stopt het, want die begunstigde kan geen erfgenaam meer aanduiden. Wanneer hij overlijdt, is het restbedrag definitief verloren. Er zijn gepensioneerden die bereid zijn te opteren voor een aanvullend pensioen, maar het kapitaal toch in één keer opnemen vanwege de nadelen van de renteformule. Dat de renteformule niet populair is, "is vooral een kwestie van fiscaliteit", luidt het bij de verzekeraars. Reserves die in één keer worden uitbetaald, worden eenmalig belast. De begunstigde betaalt er ongeveer 5 procent sociale bijdragen en een belasting tussen 10 en 20 procent op, afhankelijk van de leeftijd waarop het kapitaal wordt gestort. De rente daarentegen wordt beschouwd als een aanvullend pensioen en dus als een inkomen. Er is een progressieve belasting op verschuldigd, die 25 procent van de rente kan bedragen (plus de gemeentebelasting). De kapitaalformule is dus veel voordeliger. De rente is ook niet afkoopbaar. Dat wil zeggen dat een gepensioneerde die voor een rente kiest, aan zijn verzekeraar niet kan vragen hem het restbedrag te storten als hij plots een groot bedrag nodig heeft. Nochtans zijn specialisten het erover eens dat het rentesysteem moet worden aangemoedigd als aanvulling op het wettelijk pensioen. Zo wordt nagedacht over een fiftyfiftysysteem, waardoor de gepensioneerde de reserves deels als kapitaal kan opvragen en deels in de vorm van een maandelijkse rente. Maar daarvoor moet de renteformule fiscaal minstens zo interessant zijn als haar tegenhanger. Assuralia, de beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen, pleit voor "een neutrale fiscaliteit". Voor minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) is de kwestie niet echt prioritair. "De minister deelt de mening dat een betaling via rente voordelen biedt. Het is echter niet de bedoeling van de minister om de betaling via rente op te leggen, maar de gepensioneerde de vrije keuze te laten", zegt de woordvoerder van de minister. "Op dit moment kunnen we niet anders dan vaststellen dat het aanbod van renteproducten onvoldoende is, of niet kan beantwoorden aan die behoefte." Morgane Kubicki