1. Mealhero heeft meer klanten

Wat tien seconden aandacht in het VTM-programma Kan iedereen nog volgen? met een start-up kan doen, ervoer Mealhero op 2 april. In het programma toont Lieven Scheire innovatieve nieuwe producten. Als klant van Mealhero, toonde Scheire ook diens makkelijk te bedienen stoomkoker. Daarmee kunnen ze de speciale diepvriesporties die ze online kopen klaarmaken. Mensen hebben zo met één druk op de knop een verse maaltijd zonder inkopen te doen of te koken. "We wisten pas een paar dagen voor de uitzending wanneer Mealhero in het programma zou komen", zegt medeoprichter Jeroen Spitaels. "We konden nog snel onze website aanpassen, een extra pallet toestellen bestellen bij onze fabrikant en een extra voorraad maaltijden inslaan. In de drie dagen na de uitzending verkochten we evenveel als normaal in een maand." Mealhero gebruikte ook op een slimme manier de sociale media om de cameo in het tv-programma onder een breed publiek te verspreiden.

Zo'n meevaller heb je natuurlijk niet in de hand, maar Mealhero bedenkt ook zelf creatieve manieren om meer mensen zijn product te leren kennen. Het slaagde erin geïnteresseerde mensen, die het toestel eerst willen zien voor ze het kopen, naar zijn tijdelijke Pop-Up Kitchen te halen. Niet vanzelfsprekend, want die is maar af en toe open en bevindt zich niet in een stadscentrum, maar op het bedrijventerrein in Erpe-Mere waar Mealhero kantoor houdt. "Mensen konden het toestel niet ter plekke kopen, maar kregen demonstraties te zien. We zagen wel een hoge conversiegraad op de site. 90 procent van de bezoekers werd na een tweetal dagen klant." Het aantal klanten stijgt. Dat maakt ook dat het team van Mealhero uitbreidt, tot twaalf mensen, en dat het bedrijf een verpakkingsmachine heeft gekocht.

2. Fibricheck ook in Italië

Goed nieuws voor Fibricheck. De app voor het opsporen van hartritmestoornissen mag ook in Italië worden verkocht. Voor de verdeling werkt de Limburgse start-up samen met het farmaconcern Pfizer. Eigenlijk had Fibricheck al een CE-goedkeuring voor de verkoop in Europa. "Maar voor sommige landen zijn er bijkomende vereisten", vertelt co-oprichtster Bieke Van Gorp. "Voor Italië is dat het geval. We zijn blij dat die markt opengaat."

Intussen is het skiverlof met het personeel ook achter de rug. Dat was een bedankje voor de inzet van de afgelopen maanden, maar bood ook de kans om iedereen te motiveren voor de volgende stappen bij de start-up. Fibricheck zet de komende maanden sterk in op marketing en sales. Daarom is ook een marketingmanager aangetrokken. "Ze brengt bagage aan boord waarmee we snelheid kunnen maken voor de lancering van onze app voor wearables", zegt Van Gorp. "De lancering staat gepland voor eind juni." Fibricheck heeft een akkoord met een van de grote spelers van smartwatches voor het gebruik van zijn app. "De consumentgerichte activiteiten krijgen de komende maanden de belangrijkste focus. Naast de lancering van de wearable werken we met een producent van medische apparaten ook aan een project om in diverse Europese landen een sensibiliseringscampagne en een screening op te zetten."

Over enkele weken trekt een team van Fibricheck naar San Francisco. Daar vindt een belangrijk cardiologisch congres plaats. Een van de presentaties op het grote podium wordt het wetenschappelijke verslag van de screening die Fibricheck twee jaar geleden deed met lezers van Het Belang van Limburg. De studie is gemaakt door onderzoekers van de Universiteit Hasselt. "Voor onze geloofwaardigheid en naambekendheid in de Verenigde Staten is dat enorm belangrijk", zegt Van Gorp. "We doen inspanningen om ons meer te profileren met klinische studies." De komende weken staan voorts in het teken van de applicatie voor een Gold Track Programma van EIT Health. Dat is een ondersteuningsprogramma voor start-ups in de gezondheidszorg. Fibricheck hoopt via die weg de strategie voor de Amerikaanse markt te kunnen versnellen.

3. Shape vindt moeilijk personeel

Alexandre Wayenberg van Shape voelt zich een kok in een restaurant die ook nog eens moet opdienen. De uitgeweken Belg ontwikkelt in San Francisco met zijn start-up een intelligente weegschaal en bodyscanner, maar heeft een gebrek aan goede medewerkers. Begin 2019 had hij nog kapitaal opgehaald en middelen zijn niet echt het grote probleem. "Op dit moment moet ik overal bijspringen in plaats van mij louter op de bedrijfsleiding te kunnen concentreren", zegt Wayenberghe. "De vraag naar goede ingenieurs en ontwikkelaars is hier vele malen groter dan het aanbod. Zij hebben de jobs voor het uitkiezen en daardoor zijn ze nooit zo vrij beschikbaar. Je moet dus iemand proberen los te weken en je moet het aanwervingsproces daarom ook zo kort mogelijk houden. We hadden begin dit jaar een rekruteerder aangeworven om goede mensen te vinden en aan te trekken, maar zij voldeed niet aan de verwachtingen. Ik moet dus weer zelf bezig zijn met het uitbreiden van het team. En door het personeelstekort moet ik ook nog bijspringen in de ontwikkeling van de hardware. De ingenieurs die we begin dit jaar hebben aangenomen zijn gelukkig een schot in de roos. Zij zijn een grote hulp."

4. Qover denkt Europees

Andere bedrijven kunnen met de technologie van Qover verzekeringspakketten op hun platform of website aanbieden. De Brusselse verzekeringsstart-up dekt al meer dan 20.000 mensen in zeven landen. Medeoprichter Jean-Charles Velge benadrukt hoe belangrijk het is om niet land per land, maar Europees te denken. De locatie van Brussel helpt. "Vanuit Brussel kun je bijvoorbeeld in een dag heen en weer naar steden als Parijs of Madrid. Zaventem is een relatief kleine, goed verbonden luchthaven. Mensen in Londen moeten bijna twee uur reizen voor ze een vlucht kunnen nemen. Ze kunnen niet zo makkelijk voor een dag ergens naartoe." Dat vele reizen is volgens Velge cruciaal. "Je kunt wel actief zijn in de digitale wereld, maar het is een eeuwenoude businessregel dat je mensen face to face moet zien."

Is er in de EU al voldoende harmonisering om vlot een Europees bedrijf uit te bouwen? "De sterkte van Qover is dat we, in tegenstelling tot traditionele verzekeringsbedrijven, pan-Europese verzekeringsprogramma's heel gemakkelijk kunnen uitrollen. Wat Europa ongelofelijk goed heeft gedaan, is ervoor zorgen dat onze licentie zonder veel administratie geldig is voor 32 landen. Maar als je in die landen verzekeringsproducten gaat verkopen, moet je zorgen dat ze conform zijn met de lokale wetgeving." Qover kreeg door een contract met een lokaal fintechbedrijf voet aan de grond in Madrid en opende onlangs een kantoor in Parijs, omdat Frankrijk een grote markt is. "Ons netwerk en de taal maken het makkelijk om eerst naar daar te gaan, maar een andere reden is dat alles geconcentreerd is in Parijs", zegt Velge. "Dat is een groot verschil met bijvoorbeeld Duitsland, waar de activiteiten meer gedecentraliseerd zijn. Duitsland heeft ook sterke verzekeraars, is conservatiever, het is niet de gemakkelijkste markt voor ons."