Deze dagen bereiken de acties van 11.11.11 een jaarlijks hoogtepunt en stromen de giften binnen. Ngo's als Artsen Zonder Grenzen, 11.11.11 of Vredeseilanden kunnen bij een belangrijk deel van de bevolking op goodwill rekenen, maar tegelijk blijft bij tal van schenkers de twijfel bestaan over de aanwending van de kolossale bedragen waarover ngo's beschikken. Waar gaan de 300 miljoen euro naartoe die in België jaarlijks aan caritatieve giften worden verzameld? In "Hoe goed is het goede doel?", licht economist Thierry Debels de liefdadigheidsbusiness door en analyseert hij verschillende tendensen in de sector. Tegelijk geeft hij een aantal wenken mee aan de milde schenkers.
...

Deze dagen bereiken de acties van 11.11.11 een jaarlijks hoogtepunt en stromen de giften binnen. Ngo's als Artsen Zonder Grenzen, 11.11.11 of Vredeseilanden kunnen bij een belangrijk deel van de bevolking op goodwill rekenen, maar tegelijk blijft bij tal van schenkers de twijfel bestaan over de aanwending van de kolossale bedragen waarover ngo's beschikken. Waar gaan de 300 miljoen euro naartoe die in België jaarlijks aan caritatieve giften worden verzameld? In "Hoe goed is het goede doel?", licht economist Thierry Debels de liefdadigheidsbusiness door en analyseert hij verschillende tendensen in de sector. Tegelijk geeft hij een aantal wenken mee aan de milde schenkers. Een opvallende vaststelling van de auteur is dat er een groeiend aantal spelers op de markt actief is, waardoor de koek over een steeds groeiend aantal spelers moet worden verdeeld. Zo daalden de giften aan Broederlijk Delen tussen 2004 en 2005 van 3,2 naar 2,9 miljoen euro. Debels neemt het bedrijfsmodel van de charitysector onder de loep en daaruit blijkt dat er steeds moderne marketingtechnieken worden gehanteerd. Er wordt door fondsenwervers natuurlijk sterk op emoties ingespeeld. Een brief met een beeld van een uitgemergeld kind levert volgens een onderzoek tweeënhalf keer zoveel op als een brief met een lachend kind. Ngo's die in fundraisingbrieven een gadget steken, halen dan weer een return die maar liefst 400 % hoger ligt. Gevolg daarvan is wel dat een niet onbelangrijk deel van de giften gebruikt wordt als werkingskosten. Sommige bedrijven verdienen er dan ook een aardige cent aan. Dat is het geval wanneer er een beroep wordt gedaan op 'chuggers' of mensen die op straat potentiële schenkers aanspreken. Ngo's besteden dat 'ronselwerk' vaak uit aan bedrijven. Een daarvan is Direct Dialogue Fundraising (DDF), dat 50 euro verdient per aangebrachte donateur. Dat lijkt de omgekeerde wereld, want het is een privébedrijf dat het meeste wint aan de schenkingen. Debels geeft verschillende voorbeelden van zo'n paradoxale situaties. Zo blijkt dat werknemers op een Fair Tradekoffieplantage in Peru niet eens het minimumloon verdienen. Ook is het verhaal bekend van caritatieve instellingen die in moslimlanden worden opgericht, maar eigenlijk een dekmantel blijken te zijn voor fundamentalistische groeperingen. Achilleshiel van de liefdadigheidssector is dat de middelen niet altijd terechtkomen waar het moet. Volgens een onderzoek van Deloitte is fraude bij caritatieve instellingen vrij groot omdat er geen verband kan worden gelegd tussen de ontvangen gelden en de geleverde prestaties. Zo wees onderzoek uit dat meer dan 10 % van alle schenkingen in het kader van rampen zoals de tsunami in Zuidoost-Azië, in de handen van oplichters terechtkomt. De auteur gaat ook dieper in op de psychologie van de donateurs. Volgens hem zijn die nog altijd gedreven door een of andere vorm van eigenbelang, omdat ze er zich goed bij voelen wanneer ze een gift doen. Dat geldt zeker en vast voor superrijken als Bill Gates of Warren Buffet, die elkaar de loef proberen af te steken door massale bedragen aan liefdadigheid te schenken. Volgens Debels draait het in dat geval "vaak om sociale dominantie." Aangezien liefdadigheid sterk op emotie steunt, kan het volgens Debels geen kwaad op voorhand een kosten-batenanalyse te maken. Zo doet een donateur er best aan zijn doelen zelf uit te kiezen in plaats van zich op straat te laten aanspreken. Een andere tip is een goed doel als een belegging te benaderen. Concreet: kies voor een ngo waar de werkingskosten slechts een beperkt deel van de opbrengsten uitmaken. Bij Greenpeace is dat meer dan 20 %, bij Amnesty International net iets minder, maar bij Artsen Zonder Grenzen slechts 13 %. De tips van Thierry Debels zijn nuttig, maar verhinderen niet dat er rond de geldstromen in de charitysector altijd een waas van geheimzinnigheid zal blijven hangen. THIERRY DEBELS, HOE GOED IS HET GOEDE DOEL?, BORGERHOFF & LAMBERIGTS, 2007, 228 BLZ., 19,95 EURO Door Alain Mouton