Chinees textiel

In grote lijnen volg ik de redenering van uw opiniestuk 'Sociale dumping is erger dan prijzendumping' (Trends, 5 mei 2005, blz. 130). Toch wil ik twee bedenkingen maken. Ten eerste blijf ik erbij dat de prijzendumping in Chinese textiel voor de in Europa opererende textielbedrijven minstens een even groot probleem is als de sociale dumping. Dat wil niet zeggen dat wij uw mening niet delen dat deze sociale dumping in China moet worden aangeklaagd, integendeel. Maar niet alleen de lage loonkosten verklaren de abnormaal lage prijzen van Chinese textiel en kleding. Het is duidelijk dat het hier niet gaat om marktconforme prijzen, maar om dumpprijzen.
...

In grote lijnen volg ik de redenering van uw opiniestuk 'Sociale dumping is erger dan prijzendumping' (Trends, 5 mei 2005, blz. 130). Toch wil ik twee bedenkingen maken. Ten eerste blijf ik erbij dat de prijzendumping in Chinese textiel voor de in Europa opererende textielbedrijven minstens een even groot probleem is als de sociale dumping. Dat wil niet zeggen dat wij uw mening niet delen dat deze sociale dumping in China moet worden aangeklaagd, integendeel. Maar niet alleen de lage loonkosten verklaren de abnormaal lage prijzen van Chinese textiel en kleding. Het is duidelijk dat het hier niet gaat om marktconforme prijzen, maar om dumpprijzen. En dat brengt mij op het tweede punt: het door u verfoeide quotasysteem. Het is niet door het wegvallen van het quotasysteem dat landen zoals Bangladesh, Indonesië, Turkije en landen uit Noord-Afrika en Centraal- en Oost-Europa niet competitief zouden zijn. Als er geen Chinese dumpprijzen waren, hadden deze landen zich kunnen ontwikkelen in de wereldhandel van textiel- en kledingproducten. We zijn ervan overtuigd dat als China in 2002 niet zou zijn toegetreden tot de Wereldhandelsorganisatie, de liberalisering met de afschaffing van alle invoerquota op 1 januari 2005 geen noemenswaardige problemen zou hebben opgeleverd in de internationale handel van textiel en kleding. Ik heb een bemerking bij uw artikel 'De verrassende nieuwe baas van het VBO' (Trends, 28 april 2005, blz. 122) over de aanstelling van Jean-Claude Daoust als nieuwe VBO-voorzitter. Bij nazicht van de jaarrekeningen van Daoust Interim blijkt dat de vennootschap verlieslatend was in de laatste drie boekjaren (2001, 2002, 2003), met een aanzienlijk negatief eigen vermogen. Rijp dus voor de Kamer voor Handelsonderzoek bij de rechtbank van koophandel. Daoust is niet bepaald een referentie als spreekbuis voor de KMO-ondernemers in tijden van deugdelijk bestuur en de herwaardering van het statuut van ondernemer. Ik betwijfel geenszins de vaststellingen van professor Kees Cools in uw artikel 'Psychopaten in maatpak' (Trends, 11 april 2005, blz. 64) en ik betreur ten zeerste dat de bedrijfswereld in binnen- en buitenland af en toe wordt geteisterd door 'organisatiecriminaliteit'. Managers krijgen ook geregeld op hun kop van mensen zoals professor Manfred Kets De Vries. Wat mij opvalt- en stoort-, is de eenzijdigheid van die (op zich terechte) aanklachten en schetsen: het syndicalisme blijft steeds buiten schot. Weliswaar hebben vakbondsleiders en -militanten minder kans tot financieel gesjoemel, en zeker op de schaal die we in bedrijven zien. Maar hun (harde) acties vertonen trekken die in andere situaties tot criminaliteit worden gerekend. Wie de syndicale actoren aanziet als enkel moreel gedreven actievoerders, is mijns inziens naïef of te kwader trouw. Menselijke gebreken zijn niet het privilege van bedrijfsleiders, en ook de syndicale situaties bieden een forum om verwerpelijk gedrag te vertonen. Over de aanvaardbaarheid van vele acties zou ook meer openlijk gedebatteerd moeten worden, onder meer in Trends. Wilt u reageren op artikelen in Trends ? Mail dan uw reactie naar trends@trends.be, fax ons op het nummer 02 702 48 02 of stuur uw commentaar naar Trends Lezersbrieven, Raketstraat 50 bus 4, 1130 Brussel. Fa Quix, Herman Schelfaut, Germain Schippers