Chinese textielindustrie: het gele gevaar

De reportage over de Chinese textielindustrie in Trends van 25 november 2004 (blz. 64) was bijzonder interessant, maar we hoorden vooral de 'Chinese klok'. En wanneer wij als Febeltex, de federatie van Belgische textielbedrijven, soms iets te eenzijdig klinken, dan lijkt mij dit ook het geval voor uw Chinese gesprekspartners.
...

De reportage over de Chinese textielindustrie in Trends van 25 november 2004 (blz. 64) was bijzonder interessant, maar we hoorden vooral de 'Chinese klok'. En wanneer wij als Febeltex, de federatie van Belgische textielbedrijven, soms iets te eenzijdig klinken, dan lijkt mij dit ook het geval voor uw Chinese gesprekspartners. Ongetwijfeld heeft de Chinese textielindustrie heel wat objectieve troeven: lage loonkosten, veel en hard werken, grote arbeidsflexibiliteit, en dat alles gecombineerd met moderne technologie. Maar toch zijn er voor heel wat Chinese exportproducten vandaag onverklaarbaar lage prijzen die onmogelijk 'marktconform' kunnen worden genoemd. Het geciteerde voorbeeld van de polyester filamentweefsels (voeringstoffen) is daar een voorbeeld van. Dat de Chinezen efficiënter zouden weven, is onzin: in het beste geval doen zij het even goed als wij. Zelfs zonder loonkosten kunnen zij niet ruim 50 % goedkoper zijn dan onze westerse fabrikanten. Het is positief dat de banken nu meer orthodoxie eisen en dus stipte terugbetalingen, maar dat is nog maar zeer recent en ondertussen staat daar een overcapaciteit waarvan we de gevolgen op de wereldtextielmarkt nog minstens tien jaar zullen voelen. Net zomin als ze aan ons de samenstelling van hun kostprijsstructuur uitleggen, leggen ze die aan Trends uit. U hebt ook geen jaarrekeningen kunnen bemachtigen. Als de Chinese textielproducenten niets te verbergen hebben, waarom doen ze er dan zo geheimzinnig over? Ik was met verstomming geslagen toen ik de laatste frats van onze troonopvolger te horen kreeg: Chris Morel moet tijdens de handelsmissie naar China op vijftig meter afstand van de prins blijven. Zijn misdaad: zijn dochter is verkozen op de lijst van het Vlaams Blok (Trends, 11 november 2004, blz. 122). De naam Morel zegt de doorsnee Vlaming/Belg niets. Wie, net als ik, jarenlang in China heeft gewoond en gewerkt, kent Chris Morel des te beter. Deze man was al in de jaren zeventig bezig met de ontginning van de enorme Chinese markt. In die tijd was er nog geen sprake van westerse hotels, westers voedsel, efficiënte transportmiddelen of medische verzorging. Het resultaat: sinds midden jaren tachtig heeft 'den Bell' tientallen miljoenen telefoonlijnen in China verkocht, werd een fabriek met een capaciteit van 15 miljoen lijnen per jaar uit de grond gestampt, werden miljarden verdiend en hadden duizenden mensen in Vlaanderen, Wallonië én Brussel werk. Welke Belgische politicus kan in alle eerlijkheid zeggen dat hij zo veel werkgelegenheid heeft gecreëerd? Jaren na elkaar stond Shanghai Bell bekend als de meest succesvolle joint venture in China, met meer dan 50 % van de telecommarkt in handen. Is het niet hemeltergend dat een man met zo'n staat van dienst zou moeten thuisblijven omdat op koninklijk bevel zijn rolstoel niet door zijn eigen dochter mag worden geduwd? In het artikel 'Beleggen in belastingschulden: een veilige investering?' (Trends, 25 november 2004, blz. 71) sloop een aantal foutjes. Zo legden we de zin "Voorlopig kijken de Belgische banken nog de kat uit de boom (...) Voor de institutionele klanten is de nieuwe vorm van publieke effecten een interessante diversificatie van hun portefeuille" ten onrechte in de mond van Louis Sausa, director Global Fixed Income van Citigroup. Sagres, het vehikel van Citigroup dat onder meer optreedt als beleggingsvennootschap voor schuldvorderingen, laat ook weten dat het zijn obligaties niet alleen laat waarderen door Fitch en Standard& Poor's maar ook door Moody's. De interesten op de obligaties zijn niet gewaarborgd, wel de interestvoeten.