Electrabel: 'flagrante onjuistheden'

In zijn Cursief 'De ondeugd van Suez' (Trends, 7 oktober 2004, blz. 3) schrijft Piet Depuydt: "Je zal maar onafhankelijk bestuurder wezen bij Electrabel en voor dit mandaat zo'n 136.000 euro per jaar verdienen." Ik kan u verzekeren dat mijn vergoeding, inclusief diverse commissievergaderingen in het kader van artikel 524 (speciale bijeenkomsten van onafhankelijke bestuurders naar aanleiding van de mogelijke overname van delen van Tractebel door Electrabel), in 2003-2004 welgeteld 11.593,66 euro netto heeft opgeleverd.
...

In zijn Cursief 'De ondeugd van Suez' (Trends, 7 oktober 2004, blz. 3) schrijft Piet Depuydt: "Je zal maar onafhankelijk bestuurder wezen bij Electrabel en voor dit mandaat zo'n 136.000 euro per jaar verdienen." Ik kan u verzekeren dat mijn vergoeding, inclusief diverse commissievergaderingen in het kader van artikel 524 (speciale bijeenkomsten van onafhankelijke bestuurders naar aanleiding van de mogelijke overname van delen van Tractebel door Electrabel), in 2003-2004 welgeteld 11.593,66 euro netto heeft opgeleverd. In het artikel 'De onderkoning van Suez' (Trends, 7 oktober 2004, blz. 67) lees ik: "Tractebel sponsort het Instituut voor Bestuurders, een crime fluisteren de puristen van de corporate governance." De relatief geringe omvang van dergelijke bijdragen kan bezwaarlijk gezien worden als een mogelijke aanleiding tot een inbreuk op de onafhankelijke houding. In hetzelfde artikel: "Het Instituut voor Bestuurders (IvB) volgt de redenering dat er geen speciale controles hoeven voor het toezicht op Belgische beursgenoteerde ondernemingen met een referentieaandeelhouder." Dat is absoluut incorrect. Al van bij de aanvang heeft het IvB ervoor gewaarschuwd dat de mythe van 'onafhankelijke' bestuurders zoals gedefinieerd in Angelsaksische kringen, geen soelaas kan bieden in België, omdat ons probleem niet is dat bestuurders onafhankelijk moeten zijn van een machtig management, maar van een machtige aandeelhouder. Zowel in onze opleidingen als in onze publicaties wordt er steevast voor gepleit om het belang van de onderneming te laten primeren en daartoe voldoende 'tegengewichten' te voorzien in de vorm van onafhankelijke bestuurders. Ook het pleidooi voor meer 'internal governance' binnen ondernemingsgroepen kadert in deze bezorgdheid. Terecht wordt gesteld (zowel in het Cursief, als in het artikel), dat ik op de 'bewuste' raad van bestuur van Electrabel niet aanwezig was. Ik moet er wel op wijzen dat deze 'bijkomende' en niet ingeplande meeting slechts twee weken vooraf werd gemeld. Ik had bij het zoeken naar een datum duidelijk te kennen gegeven dat dit een dagdeel was dat voor mij absoluut onmogelijk was, gezien ik dan een conferentie van de European Academy for Business in Society, met 275 internationale deelnemers, moest voorzitten. Het is een zeer pijnlijke zaak als dan blijkt dat deze meeting juist de vergadering is waarop het betrokken ontslag ter sprake komt. In de rubriek 'Fiscaal' behandelde advocaat Jan Van Dyck het 'vermoeden van ingewilligd bezwaar' (Trends, 9 september 2004, blz. 93). Helaas ontbrak de problematiek van de bezwaarschriften tegen heffingen van de Vlaamse Gemeenschap. Ik denk daarbij aan een bezwaarschrift dat op 10 juli 1997 werd ingediend tegen een heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting. In de ontvangstmelding wees de administratie erop dat het bezwaarschrift onderzocht zou worden op ontvankelijkheid en gegrondheid. Als er echter geen beslissing volgt binnen de drie maanden, "wordt het beroep geacht te zijn afgewezen."Met zo'n procedure maakt de administratie van de Vlaamse Gemeenschap het zich wel uitermate gemakkelijk. Valt er geen beslissing binnen de drie maanden, dan is het bezwaarschrift verworpen. Zaak gesloten. Of toch niet? Kan men bij gebrek aan beslissing na een aantal maanden terecht bij de rechtbank? Misschien een hint voor de rubriek 'Fiscaal': eens het licht laten schijnen op de bezwaarprocedure bij de Vlaamse Gemeenschap?