40-urige werkweek

Hoewel ik uw artikel over de veertigurige week met belangstelling gelezen heb (Trends, 2 september 2004, blz. 50), ben ik toch wat teleurgesteld dat aan de essentie zelf voorbijgegaan werd. Het zijn de brutolonen die als loonkost te sterk op onze concurrentiepositie drukken. Als je BTW, accijnzen en lokale taksen meetelt, bedraagt de loonbelasting 200 % bovenop het netto besteedbare inkomen. De oorzaak daarvan is niet zozeer de sociale zekerheid, maar het immense overheidsapparaat. Er zijn 10 miljoen Belgen, waarvan 6 miljoen tot de beroepsbevolking behoren. Daarvan werken er zo'n 3,8 miljoen, waaronder 1,1...

Hoewel ik uw artikel over de veertigurige week met belangstelling gelezen heb (Trends, 2 september 2004, blz. 50), ben ik toch wat teleurgesteld dat aan de essentie zelf voorbijgegaan werd. Het zijn de brutolonen die als loonkost te sterk op onze concurrentiepositie drukken. Als je BTW, accijnzen en lokale taksen meetelt, bedraagt de loonbelasting 200 % bovenop het netto besteedbare inkomen. De oorzaak daarvan is niet zozeer de sociale zekerheid, maar het immense overheidsapparaat. Er zijn 10 miljoen Belgen, waarvan 6 miljoen tot de beroepsbevolking behoren. Daarvan werken er zo'n 3,8 miljoen, waaronder 1,1 miljoen bij de overheid. Dus de sociale lasten en belastingen op het loon van de 2,7 miljoen die in de privé-sector werken, dienen om alles te betalen. 2,2 miljoen is ofwel werkloos, ofwel op een of andere vorm van brugpensioen of werkt gewoon niet. Als er dan gepleit wordt voor een veertigurige week tegen hetzelfde loon, waarom spreekt men dan niet eerst de bestaande werkreserve aan? Het volstaat bijvoorbeeld de niet-werkenden te laten werken tegen een nettoloon en daarna, gespreid in de tijd, de loonbelasting voor iedereen te verlagen tot een competitief niveau. Met deze benadering kan de economische output ook stijgen zonder dat de loonkost omhoog gaat. De herinvoering van de veertigurige werkweek zal wel een ander voordeel hebben. Bedrijven kunnen zich op een vlottere manier organiseren en hun investeringen dus beter doen renderen. Je kunt nog verder gaan en de werknemers bijvoorbeeld tweemaal zes uur per dag laten werken. Er is een vrij grote werkreserve om dat in te voeren, zeker in de productiesectoren, maar ook de dienstensectoren zouden er wel bij varen. In Trends van 16 september 2004 (blz. 66) en op Trends TV afgelopen weekend verklaarde Maurice Lippens dat in Londen en New York "de perceptie leeft dat het Belgische bedrijfsleven één grote knoeiboel is". Als dit juist zou zijn, door welke magische krachten is onze regio dan een van de welvarendste, zoniet de welvarendste van de hele wereld geworden? Bovendien is de realiteit dat Belgische ondernemingen in het buitenlandse bedrijfsleven een uitstekende reputatie genieten op het vlak van degelijkheid en betrouwbaarheid, zowel wat hun producten en diensten als hun medewerkers betreft. Hoe komt het dan dat dit in de financiële kringen van Londen en New York, waar men ons amper kent, anders zou zijn? Welke rol spelen onze eigen financiële kringen bij deze beeldvorming? Buitenlanders die België een beetje kennen, verwonderen er zich voortdurend over hoe weinig fierheid en eigenwaarde wij hebben en hoe wij er steeds naar neigen het eigen nest te bevuilen. Proficiat met het schitterende interview met Michel Bekaert, afscheidnemend chief executive officer van Bekaert Textiles (Trends, 2 september 2004, blz. 28). Uiteraard ken ik Michel Bekaert zeer goed en het artikel slaat de nagel op de kop. Het verhaal van het verslechterende ondernemingsklimaat in België klinkt heel sterk wanneer het wordt gebracht door een topbedrijfsleider die klare taal durft te spreken.