Dokters en specialisten

In het artikel 'Specialisten zijn niet duurder' (Trends, 13 mei 2004, blz. 21) wordt een argument aangehaald tegen de zogenaamde 'echelonnering' in de gezondheidszorg (patiënten bezoeken eerst hun huisarts en dan een specialist). Specialisten zouden niet noodzakelijk duurder zijn, omdat huisartsen veel huisbezoeken doen en die kosten meer dan consultaties. Echter.
...

In het artikel 'Specialisten zijn niet duurder' (Trends, 13 mei 2004, blz. 21) wordt een argument aangehaald tegen de zogenaamde 'echelonnering' in de gezondheidszorg (patiënten bezoeken eerst hun huisarts en dan een specialist). Specialisten zouden niet noodzakelijk duurder zijn, omdat huisartsen veel huisbezoeken doen en die kosten meer dan consultaties. Echter. Ten eerste daalt het aantal huisbezoeken zienderogen de laatste jaren. Vroeger deden huisartsen te veel 'luxebezoeken' bij mensen die geen tijd of geen zin hadden om op consultatie te komen. Dankzij enkele maatregelen is daarin een kentering gekomen. De 35 % huisbezoeken die het Onafhankelijk Ziekenfonds (OZ) vermeldt, is in mijn praktijk al gereduceerd tot een goede 20 %. Ten tweede is het juist de sterkte van de huisarts dat hij nog aan huis komt. Geen enkele specialist kent de thuissituatie van zijn patiënt beter dan de huisarts. Alleen al om de kans op slagen van een therapie in te schatten, is dit een groot voordeel. Erger is dat echelonnering geminimaliseerd wordt tot een mislukte poging om geld te besparen. Het Onafhankelijk Ziekenfonds kan zijn bewering onmogelijk staven, omdat er hier in België nog nooit van enige echelonnering sprake is geweest. Iemand die 's ochtends na een avondje doorzakken met een houten kop uit bed stapt, kan nog altijd rechtstreeks bij de professor Neurologie van een universitair ziekenhuis terecht. Zijn uitstapje naar het ziekenhuis wordt door de sociale zekerheid evengoed terugbetaald als dat van de doorverwezen patiënt met een hersentumor. Het eerste doel van echelonnering is de kwaliteit van de gezondheidszorg te verbeteren. Het tweede doel is de beschikbare middelen efficiënter te gebruiken. Pas in laatste instantie kan men veronderstellen dat er mogelijk een verlaging van het kostenplaatje in zit. Het artikel 'De pillenoorlog van minister Demotte' (Trends, 20 mei 2004, blz. 72) bevatte een zeer goede uiteenzetting over de absurde pillenoorlog van minister Rudi Demotte. Voor de 'afgoden' van deze tijd zoals abortus (terugbetaald) en contraceptie, heeft hij wel geld te veel, zo te zien. Miljoenen euro's worden uitgetrokken voor de pil (die geen geneesmiddel is) en het condoom of andere anticonceptiepillen. Jongeren onder vijftien jaar worden niet uitgesloten en apothekers moeten 'gesensibiliseerd' worden om uitleg te verschaffen. Alleen positieve informatie natuurlijk, volgens Demotte, die er dus iets op heeft gevonden voor minderjarigen, niettegenstaande de wetgeving terzake. De mot zit er al in bij onze inerte minister, die onzorgvuldig omspringt met farmabedrijven, artsen en apothekers. Mic6. De firma Mic6 is geen spin-off van de universiteit van Luik, maar van de universiteit van Louvain-la-Neuve (Trends, 13 mei 2004, blz. 32). Kinepolis. Gilbert Deley is de managing director van Kinepolis en niet de gedelegeerd bestuurder, zoals we vorige week schreven (Trends, 20 mei 2004, blz. 140). De gedelegeerd bestuurders van Kinepolis zijn nog steeds Florent Gijbels en Joost Bert.