Bart Somers en DHL

Thomas Leysen beseft als ondernemer zeer goed wat het saneren van 'historisch vervuilde sites' inhoudt. Het geeft zijn bedrijf Umicore een zweem van ethisch ondernemerschap wanneer in paginagrote advertenties wordt aangekondigd dat (onder druk van de Vlaamse overheid overigens) een groots project van bodemsanering wordt aangevat. Zijn commentaar op de uitspraken van Bart Somers over DHL in Trends van 29 april 2004 (blz. 62) slaat me dan ook met verstomming.
...

Thomas Leysen beseft als ondernemer zeer goed wat het saneren van 'historisch vervuilde sites' inhoudt. Het geeft zijn bedrijf Umicore een zweem van ethisch ondernemerschap wanneer in paginagrote advertenties wordt aangekondigd dat (onder druk van de Vlaamse overheid overigens) een groots project van bodemsanering wordt aangevat. Zijn commentaar op de uitspraken van Bart Somers over DHL in Trends van 29 april 2004 (blz. 62) slaat me dan ook met verstomming. Zo stelt Leysen onomwonden: "Het is positief dat openlijk gepleit wordt voor het behoud van DHL in Vlaanderen en dat daarbij geen geluidsreserves meer worden gemaakt". Meer dan welke ondernemer beseft Leysen wat 'historische vervuiling' betekent: een eufemisme voor vervuiling waarmee de ondernemers van de vorige generatie ons hebben opgezadeld omdat ze zich onvoldoende bewust waren van de impact op het milieu (onwetendheid) of omdat er geen wettelijke verplichting was (misbruik van vertrouwen). Met lawaaipollutie is het niet anders dan met chemische vervuiling. Vandaag kunnen ondernemers de impact van lawaaipollutie op de gezondheid niet langer ontkennen. Nachtvluchten leveren daartoe een stevige bijdrage. Professor Annemans becijferde in opdracht van het Vlaams parlement de economische kostprijs van de huidige nachtvluchten in Zaventem op 150 miljoen euro en 215 extra overlijdens per jaar, vooral als gevolg van hart- en vaatziekten. Dat betekent dat de 'historische vervuiling' door de nachtvluchten (waarvan de koeriersdiensten het grootste deel voor hun rekening nemen) sinds 1986 al voor een passief van naar schatting 2550 miljoen euro of 3655 mensenlevens heeft gezorgd, ten laste van de Belgische bevolking. Op 29 april verscheen in Trends het artikel 'Zijn de vastgoedbevaks in gevaar?' (blz. 78). Daarin werd ingegaan op de handel en wandel van onze maatschappij Cofinimmo. De bewering dat de toepassing van de IFRS-regels negatieve gevolgen zou hebben voor de balans van Cofinimmo is foutief. Zoals uitvoerig aangehaald in ons jaarverslag (blz. 80), blijft dat dossier onze aandacht behouden. We hebben daarvoor niet alleen onze externe auditeurs geraadpleegd, ook twee bekende onafhankelijke auditkantoren hebben eensluidend bevestigd dat onze huidige boekingsmethodes van vastgoedactiva verenigbaar zijn met de nieuwe internationale bepalingen. Tussen 1 januari 1996 en 31 december 2003 verkocht Cofinimmo voor 601 miljoen euro activa met een gemiddelde gewogen meerwaarde van 7,7 % tegenover de recentste waarderingen. 31 verhandelingen werden aldus verwezenlijkt: vijftien met verlies en zestien met een meerwaarde waarvan het totaal hoger ligt dan het verlies. De deskundigen zijn dus voldoende voorzichtig te werk gaan. In het artikel werd ook gesuggereerd dat Cofinimmo aan dumping zou doen. In de huidige moeilijke economische conjunctuur ligt het aanbod hoger dan de vraag. Het gevolg is dat de bezettingsgraad van kantoorgebouwen daalt. Ook de huurprijzen zijn daardoor onderhevig aan een dalende druk, iets waartegen wij reageren met een betere beloning voor vastgoedmakelaars die potentiële huurders naar onze portefeuille leiden. Cofinimmo volgt daarbij een wilskrachtige, proactieve politiek die niet ongebruikelijk of schadelijk is voor de markt. Wij stemmen onze huurvoorwaarden af op de marktomstandigheden en bieden de makelaars aantrekkelijke beloningsvoorwaarden die in geen geval als overdreven mogen worden bestempeld. Lavithas. In tegenstelling met wat we vorige week schreven (Trends, 6 mei 2004, blz. 62 - 'Grote fraude blijft onbestraft') is de zaak-Lavithas niet verjaard. Voor de raadkamer en in eerste aanleg kregen bepaalde verdachten geen verwijzing naar de strafrechter of werden ze vrijgesproken. De belangrijkste verdachten werden echter in eerste aanleg veroordeeld en ook in beroep eist het parket-generaal hun veroordeling. Die wordt in september verwacht.