De bevolking zou er flitsend uitzien als iedereen zou diëten tot hij strak in het vel zit. De economie zou super werken als iedereen zou diëten tot hij strak in het vel zit. De economie zou ook super werken als iedereen levenslang zou leren tot aan de grens van zijn kunnen. Maar de mens is niet gemaakt om te diëten en soms is het vege lijf zo gebakken dat matigen niet helpt. Wie in kraamklinieken kijkt, ziet baby's in alle maten en verrassende vormen, een genetisch gegeven waar een leven lang diëten niets aan verandert. Leren is net zo hopeloos als diëten. Leren helpt niet voor iedereen. Niet iedereen wil of kan leren. Wie in kleuterklassen kijkt, ziet al gauw dat slimmigheid en handigheid oneerlijk verdeeld zijn vanaf de geboorte en daar kan geen levenslang leren tegenop.
...

De bevolking zou er flitsend uitzien als iedereen zou diëten tot hij strak in het vel zit. De economie zou super werken als iedereen zou diëten tot hij strak in het vel zit. De economie zou ook super werken als iedereen levenslang zou leren tot aan de grens van zijn kunnen. Maar de mens is niet gemaakt om te diëten en soms is het vege lijf zo gebakken dat matigen niet helpt. Wie in kraamklinieken kijkt, ziet baby's in alle maten en verrassende vormen, een genetisch gegeven waar een leven lang diëten niets aan verandert. Leren is net zo hopeloos als diëten. Leren helpt niet voor iedereen. Niet iedereen wil of kan leren. Wie in kleuterklassen kijkt, ziet al gauw dat slimmigheid en handigheid oneerlijk verdeeld zijn vanaf de geboorte en daar kan geen levenslang leren tegenop.Toch wordt levenslang leren dezer dagen naar voren geschoven als de oplossing voor vele maatschappelijke kwalen met een vurigheid die meestal slechts gereserveerd is voor het geloof in het heil van een nieuw dieet. Europese werknemers worden belaagd door almaar slimmer wordende buitenlandse concurrenten. Er komen steeds ingewikkelder technieken en kennis veroudert snel. De enige oplossing is dat iedereen een leven lang wordt bijgeschoold.RAPPORT.De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in Parijs heeft namens al de geïndustrialiseerde landen van de wereld recentelijk een rapport uitgebracht over levenslang leren. In dat rapport staan, zoals dat gebruikelijk is in internationale ambtelijke documenten, veel nieuwe woorden tussen aanhalingstekens. We moeten toeleven naar een " global information economy" en daarom moeten alle landen worden omgevormd tot een " learning society". Het zal wel. Het rapport bevat ook drie praktische aanbevelingen. Ten eerste moeten we de fundamenten van levenslang leren verbeteren. Levenslang leren, moet kunnen bouwen op degelijk basisonderwijs en middelbaar onderwijs. Er wordt zorgelijk gewezen naar de hopeloze uitzichten voor jongeren die het onderwijs verlaten zonder diploma (gemiddeld 15-20% van de jongeren). Ten tweede beveelt het rapport aan de overgang tussen school en werk geleidelijker te laten verlopen dan nu het geval is. Er wordt daarbij gedacht aan minder rigide vormen van onderwijs, veel meer experimenteren met studieduren en curricula en met combinaties van werken en leren. Ten derde ziet men een belangrijke rol voor de overheid en de sociale partners. Hierbij wordt het idee gelanceerd van een " Ministry of Learning", een Leerministerie, dat meer is dan het ministerie van Onderwijs en ook onderdelen bevat van het ministerie van Sociale Zaken voor zover dat gaat over de scholing van werklozen en delen van het ministerie van Economische Zaken waar die zich bezig houden met het investeren in kennis en technologie. STILLE REVOLUTIES.Er staan veel goede zaken in dit rapport maar er zijn twee punten waardoor ik toch niet zo opgezweept raak over het heil van levenslang leren. Punt een: er wordt spontaan al veel bijgeschoold door werkgevers en werknemers. Er was al levenslang leren voor levenslang leren werd uitgevonden. Bijna iedere werknemer doet op zijn vijftigste totaal andere dingen dan op zijn twintigste. Velen van ons werken een leven lang in beroepen waar we niet voor hebben gestudeerd. Werkgevers hebben er zelf belang bij om hun werknemers bij te scholen als ze de productie omgooien. Dat hoeft niet door de overheid te worden gestimuleerd. Er wordt vaak gezegd dat levenslang leren nu meer nadruk krijgt omdat de veranderingen sneller gaan. Maar in de jaren '40 en '50 gingen we over van een oorlogseconomie en een landbouweconomie naar een industriële economie. Er zijn sinds de jaren '60 voortdurend bedrijfstakken weggevallen (scheepsbouw bijvoorbeeld) en andere bijgekomen of uitgebouwd (chemie). Sinds de jaren '70 schakelen we over van een industriële naar een diensteneconomie. Al die stille revoluties voltrokken zich zonder dat we weet hadden van levenslang leren.MUUR.Punt twee: verwacht er niet te veel van. "Il y a le mur de l'estomac", zeggen de Fransen. Er zit een muur in de maag. Je kan maar zoveel eten. De ene al wat meer dan de andere. Er is ook een muur bij het leren. Je kan mensen maar zoveel leren. Er kan altijd veel verbeterd worden aan kennisoverdracht en er komen steeds nieuwe leertechnieken. Maar een groot deel van de belangrijke vaardigheden voor werknemers zijn nauwelijks aan te leren: sociale en communicatieve vaardigheden bijvoorbeeld en handigheid in het oplossen van problemen. Daar wordt iemand mee geboren. Ik geloof dat de techniek zich eerder aanpast aan de mens dan de mens aan de techniek. De industriële productie was zo geregeld dat hoog- en laaggeschoold aan het werk kon. De lopende band maakte veel eenvoudig werk mogelijk. Maar ook in de diensteneconomie heeft men er belang bij, het productieproces en de arbeidsorganisatie zo te regelen dat op alle niveaus mensen aan het werk kunnen. De mens is geen knippatroon. Het model ligt grotendeels bij de geboorte vast. Levenslang diëten en leren veranderen daar weinig aan. Dr. Jules Theeuwes is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Leiden.JULES THEEUWES