Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis. Bezige Bij, 647 blz., 29,90 euro.
...

Amos Oz, Een verhaal van liefde en duisternis. Bezige Bij, 647 blz., 29,90 euro.Zijn moeder, een 38-jarige vrouw verzonken in lethargie, ontgoocheld in het leven, besloot die nacht toch maar naar bed te gaan. Ze hield wel haar kleren aan, nam thee en slikte haar slaaptabletten in - veel slaaptabletten. "Als ik op dat moment bij haar was geweest daar in de kamer met uitzicht op de achtertuin in de flat van tante Chaja en oom Tsvi die zaterdagavond, dan had ik mijn uiterste best gedaan om haar uit te leggen waarom ze het niet mocht doen. En als ik het haar niet duidelijk had kunnen maken, dan had ik alles gedaan om haar medelijden op te wekken," schrijft Amos Oz in zijn autobiografisch geschraagde roman Een verhaal van liefde en duisternis. De Israëlische schrijver was twaalf toen zijn moeder in januari 1952 zelfmoord pleegde. Met zo'n trauma als spil dreigen memoires uit te monden in stroperig aangekoekt melodrama, Bambi voor volwassenen. Amos Oz trapt niet in de val van pathos of hysterie, zijn magnum opus is juist een toonbeeld van evenwicht. Tragiek wordt afgewisseld met milde humor, woede wordt getemperd door melancholie, nostalgie wordt verlevendigd door actuele hete hangijzers. Dat evenwicht geldt ook voor de perfecte symbiose tussen het politieke en het persoonlijke, tussen universele geschiedenis en individueel drama. De wereldpolitiek is alomtegenwoordig - met de jodenvervolging zitten zelfs de zwartste bladzijden van het twintigste-eeuwse geschiedenisboek in de roman - en toch bulkt het boek evengoed van de scherp geportretteerde individuen. Psychologie en politiek zitten elkaar niet in de weg, bij Oz versterken ze elkaar. Amper vijftien was Oz, toen hij naar een kibboets trok. Hij ruilde het rechtse gedachtegoed van zijn vader in voor linkse politieke denkbeelden - vandaag is hij een van de boegbeelden van Vrede Nu. Tegen zijn vader koesterde hij alleen woede, maar die gram blijkt in het boek veranderd in begrip. Hij hoeft zijn familieleden geen gelijk te geven, maar hij leert ze wel te begrijpen door een zoektocht naar hun afkomst, hun frustraties, hun trauma's. In de jaren dertig waren zijn ouders voor het antisemitisme gevlucht uit Europa. Zijn vader kwam uit een gefortuneerde zakenfamilie uit Litouwen (de Russische revolutie had hen al uit Odessa doen vluchten). Zijn moeder groeide op in Oekraïne, ook al in een bemiddeld milieu. Toen ze in Jeruzalem arriveerden, was het alsof ze in een vreemde woestenij terechtkwamen. In plaats van een academische carrière (vader) of kunstenaarschap (moeder), wachtte grijsheid. Wat restte, waren onbereikbare dromen, leeggelopen ambities, gefnuikte levens. Luc De Decker