"Veel debiteuren zullen in gebreke blijven, de onroerendgoedmarkt zal instorten en veel projectontwikkelaars zullen hun gebouwen niet afmaken." Het is een alarmkreet die geregeld terugkomt als het over het Chinese mirakel gaat.
...

"Veel debiteuren zullen in gebreke blijven, de onroerendgoedmarkt zal instorten en veel projectontwikkelaars zullen hun gebouwen niet afmaken." Het is een alarmkreet die geregeld terugkomt als het over het Chinese mirakel gaat. Westerse zakenlui zijn onder de indruk van glitterende torengebouwen, snelwegen en prima uitgeruste industrieterreinen. China groeit sinds een kwarteeuw gemiddeld 9 % per jaar en dat zal volgens de jongste prognoses zo blijven. Believers van het Chinese groeiwonder overtreffen ruimschoots de sceptici. De schrijver Michel Korzec heeft het over China als 'toverspiegel': we zien dingen die er niet zijn en wat er wel is, willen we niet zien. We kunnen er nochtans niet omheen: geen land ter wereld heeft in zo'n korte tijd zo'n vooruitgang gemaakt. En wie twee jaar geleden een harde landing van de economie voorspelde, is eraan voor de moeite. Optimisten verwachten geen serieuze terugval in de nabije toekomst, laat staan in het volgende decennium. "Om over de economische evolutie iets zinnigs te kunnen zeggen, is een risicoanalist afhankelijk van goede en objectieve informatie," schrijft Henk Schulte Nordholt, managing director van Hofung Technology in Peking en oud-bankier in China en Taiwan, in zijn pas gepubliceerde boek De Chinacode ontcijferd (uitgeverij Byblos). "Maar is de informatie die uit China komt wel betrouwbaar?" laat hij zich ontvallen. Het antwoord op die vraag laat hij enigszins in het midden: "De promotie van Chinese ambtenaren hangt af van een ingewikkeld scoresysteem, waarbij sommige beoordelingscriteria zwaarder wegen dan andere. Het zwaarst tellen economische groei, het vermogen buitenlandse investeerders aan te trekken en het bewaren van sociale stabiliteit. De verleiding is dus groot een en ander aan te dikken. Temeer daar volgens de maoïstische traditie statistieken in dienst staan van de politiek." "Wat betrouwbaarheid van de bedrijfscijfers betreft om het klantenrisico te kunnen inschatten, is het nog altijd tasten in het duister omdat er geen geloofwaardige jaarrekeningen of balansen voorhanden zijn," bevestigt Pascal Barrecchia, marketingdirecteur bij Delcredere. Daarom staat China bij Delcredere sinds jaren in categorie C, de slechtste score voor commerciële risico's wegens wanbetalingen en faillissementen (voor het politieke risico scoort China zeer goed). Om te peilen naar het klantenrisico hield de Franse kredietverzekeraar Coface eind vorig jaar een enquête onder 3000 in China gevestigde bedrijven met een volledig of gedeeltelijk Frans aandeelhouderschap. Bij de respondenten ondervond 35 % betalingsproblemen, tegenover 17 % bij een eerdere enquête in 2004. "Het risico op wanbetalingen is dus in een jaar verdubbeld," waarschuwt Coface. Delcredere beschikt niet over gelijkaardige enquêteresultaten, maar "het verbaast me niet, onze bevindingen zijn gelijklopend," zegt Barrecchia. Als verklaring voor de verslechterende kredietwaardigheid, hoofdzakelijk bij Chinese privébedrijven (zie grafiek: De oorzaken van wanbetaling in China), noemt Coface de verscherpte concurrentie in China en financiële problemen bij die ondernemingen, vooral bij de kmo's en distributiebedrijven. De Vlaming Jan Borgonjon, voorzitter van InterChina Consulting in Peking, ziet de operationele risico's ook toenemen: "Onderlinge concurrentie, maar ook chronische overcapaciteit drukken op de marges van de bedrijven." Volgens Coface ondervinden de sector van de mobiele telefonie en producenten van huishoudapparaten de grootste druk op hun marges als gevolg van een aanhoudende prijzenoorlog. Maar Coface ontwaart ook knipperlichten in de automobielindustrie, bij distributeurs van informatica-apparatuur en in sectoren als petrochemie en plastics, die geconfronteerd worden met hogere grondstofprijzen. "Het risico op wanbetaling neemt ook toe omdat die hogere prijzen niet doorgerekend worden aan de consument of onderaannemers." Ruim twee derde van de ondervraagde bedrijven ondervindt dat steeds meer Chinese bedrijven met liquiditeitsproblemen kampen, en een op vijf gewaagt van moedwillige fraude of het niet willen naleven van afspraken. Om inzicht te krijgen in de financiële situatie van klanten, wendt 59 % van de ondervraagden zich tot gespecialiseerde agentschappen of ze dekken zich in bij een kredietverzekeraar. Voor ruim driekwart van de ondervraagden zijn de Chinese privébedrijven de slechtste betalers, joint ventures en buitenlandse bedrijven blijven het minst in gebreke, terwijl staatsbedrijven, ook als er vertraging is, op den duur meestal hun verplichtingen nakomen. Sinds het dichtdraaien van de kredietkraan in 2004 krijgen de Chinese ondernemers steeds moeilijker bankleningen. Coface waarschuwt: "Steeds meer van de ondervraagde bedrijven verkopen daarom op krediet en op langere termijnen, zonder bankgarantie (met open account). Ze doen dat om hun klanten ter wille te zijn en in de hoop marktaandeel te winnen. Maar het is een gevaarlijke praktijk, omdat debiteuren dan geneigd zijn het niet zo nauw te nemen. En dat leidt tot nog meer wanbetalingen. Je handelt dus beter op de korte termijn. Indien nodig, afhankelijk van de informatie die je over de solvabiliteit van de klant krijgt, kan je nieuwe afspraken maken over de spreiding van de terugbetalingstermijnen." De staatsbanken bedienen nog altijd vlot staatsondernemingen, meestal op grond van politieke in plaats van economische criteria. Meer dan een derde van de 140.000 staatsbedrijven (40 miljoen werknemers) maakt verlies. Jan Borgonjon omschrijft de macro-economische risico's als "iets beter, maar toch nog substantieel". Hij verduidelijkt: "Tegelijk met de naleving van zijn verplichtingen tegenover de Wereldhandelsorganisatie zal China niet-tarifaire barrières optrekken. De regelgeving blijft complex omdat lokale besturen, uit een protectionistische reflex of om gevestigde lokale belangen te handhaven, hun eigen interpretatie zullen blijven geven aan nationale regels. Op middellange termijn zou steeds meer sociale onrust instabiliteit kunnen veroorzaken." Op microvlak wijst Borgonjon erop dat het steeds moeilijker wordt goede werkkrachten te vinden of te houden. China blijft een boeiende markt: maar liefst 87 % van de multinationals die eind 2005 door de Verenigde Naties werden ondervraagd, vindt China het meest aantrekkelijke land om zaken te doen. Hoewel het rechtssysteem stilaan verbetert, blijft vriendschappelijk negotiëren vaak nog de enige manier om tegoeden van debiteuren terug te krijgen. Een gewaarschuwd zakenman is er twee waard. Erik Bruyland