Jaarlijks nemen zo'n 10.000 koppigaards, fanaten, atleten, naïeve enthousiastelingen en zattemanswedders deel aan wat voor Vlaanderen de tocht der tochten is: de Dodentocht, de 100 kilometer van Bornem. In 24 uur tijd word je verondersteld honderd kilometer af te wandelen. De helft van de deelnemers ondervindt sneller dan ze dachten dat de wandeltocht niet voor niets 'Dodentocht' wordt genoemd.
...

Jaarlijks nemen zo'n 10.000 koppigaards, fanaten, atleten, naïeve enthousiastelingen en zattemanswedders deel aan wat voor Vlaanderen de tocht der tochten is: de Dodentocht, de 100 kilometer van Bornem. In 24 uur tijd word je verondersteld honderd kilometer af te wandelen. De helft van de deelnemers ondervindt sneller dan ze dachten dat de wandeltocht niet voor niets 'Dodentocht' wordt genoemd. Dit jaar behoorde nummer 3363 tot de categorie 'nieuwsgierigen'. Zou het mogelijk zijn op 63-jarige leeftijd, met een voorbereiding van exact drie maanden, zonder enig noemenswaardig sportverleden, zo'n uitdaging tot een goed eind te brengen? Het antwoord op die vraag ken ik ondertussen en luidt, goed voor mijn ego, 'ja'. Vertrokken om 21.28 uur en op pijnlijke voeten aangekomen om 20.10 uur. Wat leer je uit zo'n tocht? Heel wat over jezelf natuurlijk. Dat ik een 'kenner' ben, wist ik al lang. Ik heb dus zowat alles gelezen dat er te lezen is over langeafstandswandelingen. Aan theoretische kennis geen gebrek, en die komt uiteraard goed van pas. Kies de juiste kousen, draag geen katoen, blijf eten ook als je geen eetlust hebt, bouw progressief je trainingsschema's op. Maar je leert niet alles uit de boekjes, je maakt beginnersfouten. Mijn 500 trainingkilometers waren gebaseerd op mijn sporthorloge, maar zo'n batterij houdt het maar zeven uur vol. En zo geraakte ik snel mijn belangrijkste controle-instrument kwijt. Het is zoals met managementkennis. De 'boekjes' hebben gelijk (lach niet veel met theorie in aanwezigheid van een managementprofessor), maar zijn helaas niet volledig. In ieder geval, een goede voorbereiding is 80 procent van het succes. De overige 20 procent is aanpassen aan het moment. Het is daarom des te verbazingwekkender dat zovelen zonder noemenswaardige voorbereiding aan zo'n uitdaging beginnen. Ze kennen allemaal wel iemand die de tocht zonder voorbereiding heeft uitgelopen. Ze willen dan blijkbaar niet weten van de honderden die jaarlijks al na kilometer 30 moeten opgeven, door de blaren, de spierpijn, of uitputting door een veel te snelle start. Je hoeft echt geen atleet te zijn. Maar voorbereiding is wel essentieel. Die verwarring zie je ook bij management: IKEA, Facebook, Apple... Leuke voorbeelden, zonder twijfel, maar naast elke IKEA staan honderden meubelfabrikanten die gewoon hard werken en wat geld verdienen of verliezen. Lijkt u meer op IKEA of op Meubelen Buelens & Co? Waarschijnlijk meer op het laatste. Geef dat gewoon toe. Digitale media domineren. Sms-pushes en digitale tracking laten iedereen in de wereld meevolgen. Maar omdat die met heel veel vertraging werken, gonst het al snel van de geruchten (hij is niet vertrokken, hij heeft opgegeven). En Facebook verspreidt het nieuws nog bijna voor je de volgende controlepost hebt bereikt. De Dodentocht is voor jong en oud. Maar toch vooral voor jong. De meeste deelnemers waren duidelijk jonger dan ik. Dat is in ieder geval goed nieuws. De jeugd gaat de uitdagingen niet uit de weg. Vriendelijk, opgewekt (niet meer na kilometer 60) en behulpzaam. De organisatie zelf verloopt pico bello. Zeer professioneel voor een vrijwilligersorganisatie die van haar evenement een sterk merk heeft gemaakt. Een typisch voorbeeld van een succesformule. Je hebt een ondernemer die met iets vreemds begint, het slaat aan en het wordt succesvoller en succesvoller. En door het groeiende succes ontwikkel je kernbekwaamheden. Alleen al de aanvoer van bananen, peperkoek, koeken, appelen naar zo'n tiental controleposten moet al een flinke logistieke uitdaging vormen. Maar de Dodentocht heeft stilaan een groeiend probleem. Een vrijwilligersorganisatie draait op vrijwilligers. Wie een tennistoernooi organiseert, kan niet mee tennissen. De fanaten willen mee wandelen. Hier zie je een langetermijnneveneffect van een maatschappij die alles in lonen, bonussen, incentives uitdrukt. Waarom zou ik mij keihard inzetten en grote verantwoordelijkheid nemen, als ik er toch niet voor betaald word? De tocht der tochten viert over zeven jaar zijn vijftigste editie. Hij zou in de problemen kunnen geraken door schaalproblemen. Met tienduizend deelnemers is de limiet waarschijnlijk al overschreden. Maar de grootste bedreiging is dat de vrijwilligers afhaken; die moeten evenzeer in de bloemetjes worden gezet als de wandelaars. Bij deze doe ik dat dan maar. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School.MARC BUELENSHet is zoals met managementkennis. De 'boekjes' hebben gelijk, maar zijn helaas niet volledig.