Ik ben een langeafstandswandelaar en stond ook dit jaar aan de start van de Dodentocht in Bornem. Voor een symbolische 66 kilometer. Route 66. Na 3.000 kilometer training en een generale repetitie van 60 kilometer, was het wandelen bij nachtelijke temperaturen in de woorden van mijn kleindochter een 'makkie'. Ik ben in Bornem aangekomen op tijd voor een stevig ontbijt, lekker ontspannen.
...

Ik ben een langeafstandswandelaar en stond ook dit jaar aan de start van de Dodentocht in Bornem. Voor een symbolische 66 kilometer. Route 66. Na 3.000 kilometer training en een generale repetitie van 60 kilometer, was het wandelen bij nachtelijke temperaturen in de woorden van mijn kleindochter een 'makkie'. Ik ben in Bornem aangekomen op tijd voor een stevig ontbijt, lekker ontspannen. Toch was deze tocht historisch. Niet alleen door de heroïsche inspanningen van honderden vrijwilligers om zich last minute aan te passen, maar ook door het merkwaardige fenomeen dat de overheid zich moeide met het evenement en het de facto verbood, waardoor de organisatoren het maar inkortten. Volgens de overheid werd de niet-getrainde deelnemer op die manier tegen zichzelf beschermd. Dat is een gevaarlijk argument. De termen 'betutteling' en 'bemoeizucht' hingen in de socialemedialucht. Sport is passie. Is al die sport zonder gevaren? Nee toch. Of zal men volgend jaar de 16.000 wielertoeristen die de Ronde van Vlaanderen willen rijden ook beschermen tegen zichzelf, tegen valpartijen, uitputting of onderkoeling? De gevaren van de hitte werden afgewogen tegenover het passionele plezier en de pijnen, ongemakken en gevaren van enkele tientallen ongetrainde, opgejutte wandelaars, voor wie nochtans opgeven op elk moment een alternatief bleef. Ik, als 'overtrainde' wandelaar, zou gestart zijn onder het mantra failure is an option of het citaat van Ed Viesturs uit de beklimming van de Everest: "Getting to the top is optional, getting down is mandatory". Ik vertaal dat als: starten aan de Dodentocht is een bewuste keuze, veilig aankomen of tijdig opgeven is een morele plicht. De emoties over de inkorting liepen hoog op. Als expert besliskunde heb ik alle begrip voor het afwegen van gevaren, passie, persoonlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is niet eenvoudig, vooral als men er te laat aan begint. De weersvoorspellingen waren ondubbelzinnig en de situatie al lang duidelijk. De beslissing was op zich niet fout, maar wel veel te laat genomen. Er was geen tijd voor betere alternatieven. Leert de overheid dan echt niet? Iedereen weet dat België de volgende jaren zal worden geconfronteerd met zware crisissen. Draaiboeken met alternatieve scenario's moeten klaarliggen. Daar moeten feiten in staan, geen kreten. Hoeveel gehospitaliseerden extra waren er in 2003, toen de Dodentocht wél plaatsvond in een verzengende hitte? Wat doet men in het buitenland? Wat is kritisch, en wat is kretologie: hitte, hitte, hitte, doden, doden. Deze minicrisis, dankzij de komkommertijd sterk uitvergroot, heeft mij nog iets geleerd. Vijftig edities lang kon de Dodentocht ongewijzigd plaatsvinden. Nu is drie jaar na elkaar zwaar ingegrepen. Het is slechts een voorbeeld van de toekomst die ons te wachten staat. Wat zal nog vanzelfsprekend zijn? Denken we echt dat corona een eenmalig gebeuren is? De aarde warmt op en dramatische (bosbranden, overstromingen) en onthutsende (het inkorten van een wandelmonument) voorvallen zijn al wekelijkse kost. Veerkracht mag dan een modewoord zijn, het zal een essentiële vaardigheid worden. Experts in crisismanagement kunnen je een lange lijst crisissen opsommen waar dit landje niet op voorbereid is. Het zijn zelfs geen zwarte zwanen meer, ze zijn bekend en geïnventariseerd. En de politiek? Ze bedisselt, vangt elkaar vliegen af en improviseert erop los. De organisatie van de Dodentocht steunt op vrijwilligers en is knap professioneel. De overheid heeft die vernederd. Onze politici hebben de morele plicht professioneel crisismanagement tot prioriteit te verheffen. Niet voor mijn passionele hobby, maar voor al die sportbeoefenaars, die zoveel plezier beleven aan de belangrijkste bijzaak in het leven. En natuurlijk ook voor de hoofdzaken.