Valencia, de derde grootste stad van Spanje, is de nieuwste toeristische blikvanger. Dit jaar was Valencia gaststad van de 32ste America's Cup. De zeilrace gaf de stad zo'n impuls dat die op korte tijd uitgroeide tot een echte place to be. Valencia is ook radicaal veranderd door de verlegging van de Turia. Vroeger trad die rivier geregeld buiten haar oevers en zette de stad blank. Op de plaats van de rivierbedding vind je vandaag - tussen zeventien bruggen - een twaalf kilometer lang stadspark met sportvelden en speeltuinen voor jong en oud. De Jardines del Turia zijn opgesplitst in diverse delen, die telkens door een andere architect werden ingericht.
...

Valencia, de derde grootste stad van Spanje, is de nieuwste toeristische blikvanger. Dit jaar was Valencia gaststad van de 32ste America's Cup. De zeilrace gaf de stad zo'n impuls dat die op korte tijd uitgroeide tot een echte place to be. Valencia is ook radicaal veranderd door de verlegging van de Turia. Vroeger trad die rivier geregeld buiten haar oevers en zette de stad blank. Op de plaats van de rivierbedding vind je vandaag - tussen zeventien bruggen - een twaalf kilometer lang stadspark met sportvelden en speeltuinen voor jong en oud. De Jardines del Turia zijn opgesplitst in diverse delen, die telkens door een andere architect werden ingericht. Spectaculair is de futuristische Stad van de Kunsten en Wetenschappen, ontworpen door de inmiddels wereldberoemde Valenciaanse architect Santiago Calatrava. Naast het Hemisfèric (Imaxtheater) en het Museu de les Ciències (interactief museum over wetenschap voor klein en groot) is ook het opera- gebouw Palau les Artes een architectonisch hoogstandje. En dan is er nog L'Oceanografic, ontworpen door architect Felix Candela. Je kan er wandelen te midden van de maritieme fauna of iets eten in het onderwaterrestaurant. Valencia is ook een fietsstad, met zeventig kilometer fietspaden en verhuurstations voor de tweewielers. Wandelen doe je 's middags op de boulevard langs het brede strand. Je treft er het ene restaurant naast het andere. Shoppen kan dan weer in de boetiekjes tussen de Plaza del Ayuntamiento en de Mercado de Colón. De vroegere marktplaats met ingelegde jugendstilmozaïeken is gerestaureerd. Op de begane grond bevindt zich een aangenaam overdekt terras en in de kelder tref je nog enkele overgebleven markthandelaars. De fruitverkoper maakt deel uit van de derde generatie en heeft de lekkerste tomaten van de stad. In Valencia geven ze de voorkeur aan half groen-half rode tomaten, die nooit helemaal rijp zijn. Manglano verkoopt sinds 1955 charcuterie en kazen. De ham van Joselito uit het dorpje Guijuelo komt van patanegravarkens en is van absolute topkwaliteit. Het historische centrum ligt in de bocht van de rivier. Te midden van een doolhof aan straten en stegen steekt de klokkentoren van de kathedraal van Miguelete of Micalet als een symbool van vertrouwen boven het oude stadsdeel uit. Je hoort in de wijk Spaans en Valenciaans, dat nauw verwant is met het Catalaans. Wij gaan even binnen bij Monpla, een van de betere banketbakkers. Van heinde en ver komen ze hiernaartoe voor een hartige empanadilla, gevuld met paprika, tomaat en tonijn. Bij het zoete gebak is pizarro de specialiteit, gemaakt van bladerdeeg en gevuld met amandelcrème. De Mercado Central is een levendige, overdekte marktplaats, waar onder de stalen boogconstructie de heerlijkste Spaanse ingrediënten te koop zijn. De kramen zijn gevuld en het aanbod is breed: sappige sinaasappels, dadels in verschillende variëteiten, valse boleten en andere soorten eetbare paddenstoelen, sepia of inktvissen, zeeslakken, percebes, gedroogde lomo, navajas (scheermessen), cocido (gamba), cangrejos (kleine krabben), bewegende cigalas (grote langoustines), rotjos (rode grote garnalen), chutoro, het beste stukje uit de rug van grote tonijn, toro of buikspek van tonijn, sardines en makreel - blinkend van de versheid. In de oude binnenstad is het gezellig wandelen. Het wemelt hier van de bars en cafés waar je zorgeloos kunt neerstrijken voor een verfrissend glaasje en een verkwikkend hapje, zoals croquetas de bacalao (kroketjes met kabeljauw) of colitas de gambas (gefrituurde gambastaarten). Een pelgrimstocht langs de tapasbars is een onvergetelijke gebeurtenis. In Valencia heeft men het dan over een picaeta op zijn Valenciaans of een picadita op zijn Spaans. Je strijkt neer aan een tafel of aan de bar in een bodega om verscheidene eenvoudige, nog te bereiden gerechtjes te proeven. De eerste stop is Casa Montaña, een vermaarde wijnbistro uit 1836 in de wijk El Cabanyal aan de achterkant van Malvarossa. De mensen wachten voor de deur op het voetpad met een glaasje in de hand tot er een tafel vrijkomt. Binnen staan langs de muren grote tonnen wijn die zijn doordrenkt met geschiedenis. In deze tempel van de Valenciaanse tapas eet je clochinas (kleine gestoomde mosselen), habas baby (tuinbonen), longanizaworstjes of inktvis van de grill. De wijnkaart verzamelt een duizendtal referenties, met daarbij ook de mooiste Spaanse wijnen tegen aantrekkelijke prijzen. Wat verder in dezelfde straat bevindt zich El Rey de la Anchoa, Casa Guillermo 1957. In deze ouderwets knusse bar, met foto's van stierengevechten aan de muur, ben je op bezoek bij de koning van de ansjovis. De lekkernij bestaat uit zorgvuldig schoongemaakte en gezouten ansjovis, ingelegd in olie van eerste kwaliteit. Hier ben je ook op het goede adres voor morcilla, een soort bloedworst, en sandwiches met bonito en olijven. Wil je van een volledige maaltijd genieten, dan zijn er honderden restaurants. Ca' Sento is een gastronomisch restaurant met moderne keuken. Het eethuis ligt in een woonwijk, heeft een geblindeerde façade en de reputatie niet goedkoop te zijn. Afloopproblemen maakten dat wij aan de ingang werden verwelkomd op een onaangename geur. De eetzaal heeft een wit design- interieur en vanaf de tafels zie je de koks bezig in de keuken. De chef kwam in eigen persoon polsen waar wij zin in hadden en iedereen kreeg een klam handje. Sento is de naam van zijn vader, die met het restaurant begon en bekend stond om zijn sterke persoonlijkheid en zijn indrukwekkend onthaal. Zijn zoon ging in de leer in bekende restaurants en botste met vader toen hij de opgedane technische kennis in vaders restaurant in de praktijk wilde brengen. Wij kozen het Menu Ca' Sento (110 euro, elf gerechten) en dronken een glaasje tien jaar oude, kurkdroge Manzanilla San Léon met de smaak van witte amandelen. Op het bord kwamen gefrituurde inktvisjes, ansjovis met olijfolie, tomaat en gedroogd brood, een horentje gevuld met spinkrab en gefrituurde stokvisballetjes zo licht als wolkjes. Goede producten en gevorderde technieken: dat zijn de stokpaardjes van de chef-kok. Het glas werd gevuld met een aromatische witte Naiades 2005, als strakke, elegante Verdejo, opgediend bij een oester met espuma van limoen en granité van groene appel. De ober zei dat wij alles in een keer in onze mond moesten steken, maar daarvoor was de oester veel te groot. Gamba's, die 's morgens vroeg waren gevist, waren zeer kort gegaard, zodat de inhoud van de kop, de bruine brij waar de Spanjaarden zo verlekkerd op zijn, in een keer leeggeslobberd kon worden. Ook kreeft wordt in Spanje bijna rauw gegeten: dat ondervonden wij bij een sla met gekonfijte tomaat en onaangenaam rauwe kreeft. Vervolgens was er soep met doorsmakende olijfolie en peper en neutraal smakende babyaaltjes, een onbetaalbare Spaanse lekkernij die men beter met rust zou laten wil men het palingbestand in stand houden. Ventresca van de buik van tonijn werd krokant gebakken en verscheen in sap van gember met reepjes sinaasappel en auberginepuree. Vervolgens kwam er boter-en-eicrème met een lepel kaviaar, afgedekt door in smaak overheersende gelei van ibericaham. Op zout gegaarde cigalas (grote langoustines) klasseerden wij als absolute ambrozijn. Tarbot kwam met buikvet van tarbot, taaie, doorsmakende espardenyas-schelpen en crème van ui. Om af te sluiten was er rijst met inktvis en garnaal, opgediend met de soccarat, de aanbakkoek van de bodem van de pan, die voor Spanjaarden het lekkerste van de paella is. Na het avondeten is het tijd voor een wandeling. En die sluit je op haar beurt best af met een agua de Valencia, gemaakt van cava (Spaanse mousserende wijn), vers sinaasappelsap, een scheut Cointreau en wodka, wat suiker en vooral geen water. Een goede locatie voor de agua de Valencia is het Café de las Horas. De volgende dag aten wij 's avonds bij Askua, een van de betere adressen voor mensen die eenvoudige kwaliteit zoeken en bereid zijn daarvoor te betalen. De bazin is een hartelijke vrouw, die veel klanten bij naam kent. Haar man is de rôtisseur, die achter de schermen aan de houtskoolgrill staat. De eetvertrekken zijn ondergebracht in het achterhuis en modern ingericht in wit met rode accenten. Wij werden verwelkomd met anchoia del cantabrico San Filippo de Santona of ansjovisjes van de beste kwaliteit (2,5 euro per stuk) en gebakken stukjes zwezerik. Askua heeft de mooiste wijnkaart van de stad en presenteert de beste Spaanse wijnen op een aantrekkelijke, eenvoudige en overzichtelijke manier. Wij kozen voor een Vall Llach 2002 Priorat, een sappige en koppige rode, die perfect was in zijn eenvoud en goed paste bij de gerechten (80 euro). Als hapje voor het wachten was er montado de steak tartare, een montage van met het mes gehakt vlees van oude koe met aardappel op toast. Voorgerecht was zwezerik, dun gesneden, wat harder van textuur en bijzonder smakelijk. Als hoofdgerecht kozen we voor de specialiteit van het huis: aan het bot boven houtskool gebraden zesrib. Het enorme stuk vlees kwam van de slagerij Luismi, die koeien van Galicië vetmest tot de beesten tien tot vijftien jaar oud zijn. Het superieure 'Luismi premium'-vlees, dat met paspoort wordt verkocht, is slechts in enkele restaurants te degusteren. De bekwame rôtisseur laat het met vet dooraderde vlees eerst rustig op 40 °C komen, voordat hij het in eigen vet grilt boven de gloeiende houtskool. De vetaders smelten en geven het succulente vlees een heerlijke smaak. Als garnituur zijn er Spaanse frieten en pikante paprika. Eenvoud is het kenmerk van het ware. Tijdens onze citytrip naar Valencia sliepen wij even buiten het centrum in een van de acht gerieflijke en keurig onderhouden bungalows met hotelservice van de Spaanse Belg Jean-Paul Perez. Onze bungalow had vier kamers, een ruime keuken en lag te midden van een rustig, ommuurd groen park met tennis, sauna, fitness en twee zwembaden. Pieter van Doveren