De firma Delvaux is vooral bekend om zijn verfijnd marokijnwerk. Minder geweten is dat de familie Schwennicke, de eigenaar van de fabriek, ook al een tiental jaar actief is in de horeca. La Manufacture, ondergebracht in een verlaten fabriek in de Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat te Brussel (02-502 25 25) was het eerste horecaproject van de Schwennickes. La Manufacture werd een klassieker, een restaurant waarover je zelden of nooit negatieve berichten hoort.
...

De firma Delvaux is vooral bekend om zijn verfijnd marokijnwerk. Minder geweten is dat de familie Schwennicke, de eigenaar van de fabriek, ook al een tiental jaar actief is in de horeca. La Manufacture, ondergebracht in een verlaten fabriek in de Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat te Brussel (02-502 25 25) was het eerste horecaproject van de Schwennickes. La Manufacture werd een klassieker, een restaurant waarover je zelden of nooit negatieve berichten hoort. In Parijs participeert de zakenfamilie in het Bouillon-concept. En er is ook een tweede Belgische horecaproject: Le Mess, een moderne brasserie, ondergebracht in het gerestaureerde arsenaal aan de Brusselse Louis Schmidtlaan. Het complex is een eeuw oud en bestaat uit losstaande gebouwen, opgetrokken uit baksteen en grijze hardsteen. Het huis van de hangarwachter, dat ook dienstdeed als mess voor de officieren, werd onder handen genomen door de architecten Léopold d'Ursel en Pierre Hoet. Het resultaat mag worden gezien: achter de ongewijzigde façade bevinden zich mooie volumes die op het gelijkvloers en op de eerste verdieping met smaak werden ingericht tot restaurantzalen. Overheersende materialen zijn in mahoniekleur gebeitste wilde kerselaar en gepolijst beton. Chef-kok sinds een jaar is Bruno Lesbat. Deze Franse Bask werkte uitsluitend in sterrenhuizen en was drie jaar souschef in het Brusselse delicatessenrestaurant La Truffe Noire. Toen Le Mess net zijn deuren had geopend, hadden we het restaurant al eens bezocht. We waren toen maar matig geestdriftig over de keuken. Om de kwaliteiten van de nieuwe chef-kok te beoordelen, kwamen we terug met vier. Jong personeel in kakikleurig tropenkostuum wees ons een tafel aan en er kwam een mand met Marokkaans brood en lekkere notenpesto. De spijskaart vermeldt klassiekers als: kabeljauw met mousselinesaus (18,90 euro), bout van lam uit Gaume met seldergratin en dadels (16,40 euro) en lendenribstuk met bearnaisesaus (19,60 euro). Op onze tafel verschenen diverse voorgerechten, zoals prima carpaccio van ossenhaas, geparfumeerd met truffelolie en op smaak gebracht met parmezaan (12,40 euro), smakelijke ganzenleverterrine, in doek gepocheerd, opgediend met hard exotisch fruit en gekruide perenchutney (14,80 euro), salade van ezelsoren en kreeft, zodanig geparfumeerd met vanille dat het gerecht oneetbaar werd (15,50 euro), en nems gevuld met hier en daar een stukje kreeft en scampi en voorzien van een zoetzure sinaasappelsaus (14,50 euro). Hoofdgerechten waren: 'koningskabeljauw', droog gebraden in de oven en aan tafel gebracht met smakelijke stroaardappel en mousselinesaus (18,90 euro) en een mooi stuk tonijn van de grill, braaf gekruid en op het bord gebracht met een berg spaghetti van wortel en courgette, gefrituurd filodeeg en een mediterrane saus van olijfolie, venkel, tomaat en basilicum (16,90 euro). Als glasvulling werd aanvankelijk een Spaanse Finca San Martin, Tempranillo besteld (17,90 euro). De eerste fles had een kurksmaak en de tweede stelde zo teleur dat wij ze teruggaven. De ober adviseerde een Argentijnse Gran Lurton, een cabernet sauvignon die zijn prijs niet waard was (29,50 euro). Op onze rekening vonden wij ook de teruggestuurde Tempranillo terug. Spijs en drank waren uiterst wisselvallig. Iemand uit ons gezelschap maakte zelfs de opmerking dat men tegenwoordig nog het best thuis eet. Maar zover willen wij niet gaan.Pieter van Doveren