L e Château du Mylord behoort tot de top van de Belgische gastronomie en ligt discreet verborgen tussen het groen in een weinig bekende streek. Het gebied werd gedeeltelijk ontsloten door de aanleg van de autosnelweg Halle-Rijsel. Het chique eethuis heeft zijn onderkomen in een voornaam pand in Elizabethaanse stijl. De aristocratische woning ligt temidden van een drie hectare groot uitgestrekt park met eeuwenoude bomen, standbeelden en een stervormige rozentuin. Ze werd gebouwd door kolonel Gubbins of Kilfrusch, die ter plaatse 'Mylord' werd genoemd. ...

L e Château du Mylord behoort tot de top van de Belgische gastronomie en ligt discreet verborgen tussen het groen in een weinig bekende streek. Het gebied werd gedeeltelijk ontsloten door de aanleg van de autosnelweg Halle-Rijsel. Het chique eethuis heeft zijn onderkomen in een voornaam pand in Elizabethaanse stijl. De aristocratische woning ligt temidden van een drie hectare groot uitgestrekt park met eeuwenoude bomen, standbeelden en een stervormige rozentuin. Ze werd gebouwd door kolonel Gubbins of Kilfrusch, die ter plaatse 'Mylord' werd genoemd. De adellijke woning werd in 1981 door Jean-Baptiste Thomaes gekocht en omgebouwd tot restaurant. Later stapten ook de twee andere broers in: Christophe Thomaes, die chef-patissier is, en Vincent Thomaes, die waakt over de bediening en het beheer van de gevulde wijnkelder (25.000 flessen en 1200 verschillende wijnen). Wij werden door een cordon personeel in livrei aan de deur ontvangen en kregen een tafel in de rookvrije Marine-zaal. Het eetgedeelte bestaat uit twee in elkaar overlopende zalen. De decoratie is opulent: lambriseringen in donkere eik, glanzend geboende parketvloeren, monumentale schouwen, doeken van Belgische schilders in rijk bewerkte vergulde lijsten... Toch gaat het er in Le Château du Mylord niet echt stijf aan toe: het personeel is spontaan vriendelijk en de aanwezigheid van de drie broers zorgt voor een bijna familiale sfeer. Le Château du Mylord kreeg van Michelin twee sterren en heeft een gevarieerde spijskaart met voorgerechten van 24 tot 49 euro en hoofdgerechten van 36 tot 58 euro. Specialiteit is ragout van grote langoustines met dragon en wortelmousse (45 euro). Het restaurant hanteert kruidige prijzen, maar beter duur dan niet te koop. Blijkbaar zijn er genoeg lekkerbekken die zich niet door dergelijke prijzen laten afschrikken, want op de doordeweekse avond waren bijna alle tafels in beide eetzalen bezet. Wij aten 'à la carte'. De door ons bestelde gerechten werden voorafgegaan door een 'micro-menu d'apéritif', opgebouwd uit vier delicate hapjes. Er kwamen twee verschillende voorgerechten: carpaccio van schitterende sint-jakobsschelpdieren met gebakken ganzenlever en emulsieschuim van cantharellen (38 euro) en Noorse krab, gepresenteerd in een exotisch geurend soepje met kokos, gember, curry en citroengras (38 euro). Beide voorgerechten wisten te verrukken. Als hoofdgerecht kregen we superieure zwezeriken van Corrèze-kalf, opgediend met gedroogde kruidenkoek, krokante snijbonen en asperges, selderpuree, wilde paddestoelen en een echte saus met het parfum van specerijen (36 euro). Voor het nagerecht werd de rijk beladen nagerechtentrolley voorgereden en kozen wij frangipanetaart met peren en 'île flottante' (12 euro). Dit was een memorabele, prettig-ouderwetse en feestelijke maaltijd. Al even tevreden waren we over het interessante wijnarrangement (25 euro per persoon) dat door een jonge en enthousiaste sommelier werd voorgesteld. Pieter van Doveren