Een tweetal weken geleden is in de pers grote commotie ontstaan over het feit dat sommige asielzoekers recht hebben op een terugbetaalbaar belastingkrediet voor de kinderen die zij ten laste hebben. Verschillende politici konden hun verontwaardiging nauwelijks bedwingen. Hier en daar was te horen dat de wet moet worden aangepast. Het zou immers niet kunnen dat mensen die nog nooit een halve euro belasting hebben betaald, nu recht hebben op een financiële tegemoetkoming vanwege de fiscus.
...

Een tweetal weken geleden is in de pers grote commotie ontstaan over het feit dat sommige asielzoekers recht hebben op een terugbetaalbaar belastingkrediet voor de kinderen die zij ten laste hebben. Verschillende politici konden hun verontwaardiging nauwelijks bedwingen. Hier en daar was te horen dat de wet moet worden aangepast. Het zou immers niet kunnen dat mensen die nog nooit een halve euro belasting hebben betaald, nu recht hebben op een financiële tegemoetkoming vanwege de fiscus. Die kritiek komt rijkelijk laat. Het terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste is niet nieuw. Het werd ingevoerd in het kader van de hervorming van de personenbelasting die acht jaar geleden werd doorgevoerd. Het belastingkrediet was voor de eerste keer van toepassing voor het aanslagjaar 2003 (inkomsten van 2002). De parlementsleden hebben zich indertijd over de nieuwe maatregel gebogen. Maar niemand heeft zich toen druk gemaakt. De maatregel heeft te maken met de manier waarop de personenbelasting afgestemd wordt op de familiale situatie van de belastingplichtige. Elke belastingplichtige heeft recht op een belastingvrije som. Die is voor het aanslagjaar 2009 gelijk aan 6150 euro. Zolang het netto belastbaar inkomen niet hoger is dan deze som, hoeft geen belasting te worden betaald. Om rekening te houden met de familiale situatie van de belastingplichtige wordt deze belastingvrije som in een aantal gevallen nog verhoogd. Dit is onder meer het geval als de belastingplichtige kinderen ten laste heeft. Voor het aanslagjaar 2009 bedraagt de verhoging 1310 euro als men één kind ten laste heeft, 3370 euro als men twee kinderen ten laste heeft, 7540 euro als men er drie ten laste heeft en 12.200 euro als men vier kinderen ten laste heeft. Voor elk bijkomend kind ten laste komt er nog eens 4660 euro bij. De belastingvrije som en de verhogingen ervan hebben uiteraard slechts zin als men over voldoende belastbare inkomsten beschikt. Wie - om welke reden dan ook - geen belastbaar inkomen heeft, of een inkomen dat niet hoger is dan de belastingvrije som, heeft geen enkele boodschap aan de verhogingen voor de kinderen ten laste. De wetgever vond acht jaar geleden dat daarom in een terugbetaalbaar belastingkrediet moest worden voorzien. Men kan het met deze politieke beslissing wel of niet eens zijn. Maar zodra de maatregel genomen is, moet men er wel alle consequenties van aanvaarden. Men kan dan geen onderscheid meer maken naargelang van de oorzaak die aan de basis ligt van het gebrek aan (voldoende) belastbaar inkomen. Wie wegens exploitatieverliezen geen belastbaar inkomen heeft, heeft recht op het terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste. Wie om een andere reden geen of te weinig inkomsten heeft, geniet ook het voordeel van het terugbetaalbaar belastingkrediet. De logische consequentie is, dat asielzoekers er eveneens recht op hebben, zodra zij volgens de fiscus belastingplichtigen zijn. De volgende vraag is dan, of de fiscus hen wel of niet als belastingplichtige beschouwt. Op basis van de bestaande wetteksten is dat allicht in veel gevallen niet uit te sluiten. Daarover ondervraagd, moest de minister van Financiën enkele jaren geleden toegeven dat asielzoekers meestal als rijksinwoners - en dus als belastingplichtigen - moeten worden aangemerkt, en dat zij dus in principe toegang hebben tot het terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen ten laste. De vraag is overigens of het veel helpt, hen niet als rijksinwoner te beschouwen. Niet-inwoners hebben in veel gevallen immers ook toegang tot het terugbetaalbaar belastingkrediet, zodra zij over wat belastbare beroepsinkomsten beschikken. Niet de asielzoekers zijn het probleem, wel de manier waarop de wetgever tewerk gaat. Als hij vindt dat mensen met geen of weinig belastbare inkomsten recht hebben op een terugbetaalbaar belastingkrediet, dan moet hij ofwel beter nadenken, ofwel er - zonder discriminerend onderscheid - alle consequenties van aanvaarden. Het terugbetaalbaar belastingkrediet voor kinderen die ten laste zijn, is overigens al lang geen alleenstaand geval meer. Wie gebruikmaakt van dienstencheques heeft recht op een belastingvermindering. Die vermindering heeft ook maar effect als men belasting verschuldigd is. Vandaar dat niet zo lang geleden beslist is deze belastingvermindering om te zetten in een terugbetaalbaar belastingkrediet, zodra de vermindering bij gebrek aan voldoende belastbare inkomsten niet effectief kan worden genoten. Het geval zal zich allicht niet snel voordoen. Maar stel dat een asielzoeker gebruikmaakt van dienstencheques. Hij moet dan, als hij geen of te weinig belastbare inkomsten heeft, ook recht hebben op een effectieve terugbetaling van de belastingvermindering. (T) Jan Van Dyck