"Van kredietschaarste is geen sprake", sust Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank. Filip Dierckx, vicevoorzitter van BNP Paribas Fortis en voorzitter van de sectorfederatie Febelfin, treedt hem bij: Van een credit crunch kan je niet gewagen. De banken zijn misschien iets selectiever. Voor kleine bedrijven en zelfstandigen, en in bepaalde sectoren zoals de horeca, is het wellicht moeilijker om aan kredieten te geraken. Maar het is zeker geen algemeen fenomeen."
...

"Van kredietschaarste is geen sprake", sust Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank. Filip Dierckx, vicevoorzitter van BNP Paribas Fortis en voorzitter van de sectorfederatie Febelfin, treedt hem bij: Van een credit crunch kan je niet gewagen. De banken zijn misschien iets selectiever. Voor kleine bedrijven en zelfstandigen, en in bepaalde sectoren zoals de horeca, is het wellicht moeilijker om aan kredieten te geraken. Maar het is zeker geen algemeen fenomeen." En toch... Terwijl de bankiers in alle toonaarden ontkennen dat ze de kredietkraan dichtdraaien, klagen veel ondernemers over kredietweigeringen, hogere persoonlijke waarborgen en duur kaskrediet. Toegegeven, meestal gaat het om kleinere ondernemingen. Maar voor het eerst lijken de cijfers hun gelijk te geven. In de eerste drie maanden van 2012 daalde het aantal kredieten verstrekt door financiële instellingen aan ondernemingen met 6,1 procent. In volume was er zelfs een daling met 14,6 procent in vergelijking met het eerste kwartaal van 2011. Het is voor het eerst sinds 2009 dat de productie van nieuwe kredieten aan het bedrijfsleven in absolute bedragen daalde (zie grafiek Kredietproductie voor ondernemingen daalt). Volgens Febelfin, de federatie van de financiële sector, ligt de verklaring bij de dalende vraag. Er waren in het eerste kwartaal 10,9 procent minder aanvragen voor ondernemingskredieten. Het aangevraagde bedrag daalde met 14,2 procent. "Sinds november 2011 zien we een daling van de vraag, zowel in aantal als in bedragen", bevestigt Arnaud Laviolette, hoofd commercial banking van ING België. "Wij draaien dus niet bewust de kredietkraan dicht. Het zijn vooral de ondernemingen die minder vaak een beroep doen op bankkrediet. Bij ING komt de weigeringsgraad niet hoger dan 2 procent." Ook Jan Smets, directeur van de Nationale Bank van België, denkt dat de conjunctuur aan de basis ligt van de dalende kredietproductie, die overigens nog uitgesprokener is bij de hypothecaire kredieten. "Tot eind vorig jaar lag de groei van de kredietproductie in België, zowel aan bedrijven als aan gezinnen, boven het gemiddelde van de eurozone", zegt Smets. "In het eerste kwartaal zien we nu een terugval. Dat heeft wellicht te maken met de moeilijke tijden die we meemaken: overheidsschulden, bankproblemen, een slabakkende economie... Het hangt allemaal samen. Dat heeft geleid tot minder investeringen, een afwachtende houding en een dalende vraag naar krediet." En wat te denken van de houding van de banken? "Na de kredietverstrakking in 2008-2009 hebben we een normalisering meegemaakt", legt Smets uit. "In feite zijn de kredietvoorwaarden de voorbije twee jaar nagenoeg stabiel gebleven. We gaan wel uit van een kredietverstrakking in 2012, zowel voor bedrijven als voor gezinnen. Maar die is minder ingegeven door de eigen balansrestricties of financieringskosten van de banken, dan wel door een strikter risicobeheer. Ook in die zin kan je spreken van een conjunctuurgedreven aanpassing van de kredietvoorwaarden." Een beter risicobeheer betekent natuurlijk wel dat de banken sneller de knoop doorhakken en weigeren een bedrijf te blijven financieren als ze vrezen dat ze hun geld niet terug zullen zien. Volgens goede bronnen is dat wat gebeurde bij bedrijven als Premaman en O'Cool. "De kredietkraan sneller dichtdraaien voor de verliezen nog meer de spuigaten uitlopen, dat gebeurt inderdaad frequenter dan in het verleden", zegt een bankier die liever anoniem wenst te blijven. "Maar dat kan je ons niet aanwrijven. Eigenlijk is dat een daad van goed beheer. We baseren ons meer op rationele dan op emotionele factoren." Laviolette wijst erop dat de banken bepaalde sectoren aandachtig in het oog houden, zoals de bouw en de vastgoedmarkt. De woonkredieten kenden de voorbije jaren een forse boom en de prijzen op de woningmarkt bereiken historische pieken. Niemand ontkent dat er een gevaar op oververhitting is. Nogal wat bankiers bevestigen hun grotere terughoudendheid ten aanzien van hypotheekleningen en de vastgoedmarkt. En toch staan ook veel ondernemers aan de klaagmuur uit sectoren die zogenaamd niet geviseerd worden. Dat merkt ook Johan Bortier, hoofd van de studiedienst van de organisatie voor zelfstandige ondernemers Unizo. "Ik houd me al twintig jaar bezig met het kredietbeleid aan ondernemingen", verklaart hij. "Tot 2008 was er geen vuiltje aan de lucht. Toen gingen de banken zwaar op de rem staan, en regende het klachten van kmo's. Sinds eind vorig jaar merk ik dat er opnieuw veel klachten komen. En dat is de voorbije maanden niet veranderd. Op het terrein spreken de ondernemers wel degelijk van een credit crunch." En vaak vallen daarbij de namen van de grootbanken KBC, ING en BNP Paribas Fortis, blijkt uit gesprekken die Trends voerde. Dat hoeft niet te verbazen, veel andere grote geldschieters voor het bedrijfsleven blijven er niet over. De buitenlandse banken hebben zich van de Belgische markt van ondernemingskredieten teruggetrokken. Belfius (het voormalige Dexia Bank België) is vooral actief in de markt van openbare besturen, en kleinere financiële instellingen hebben een beperkte investeringscapaciteit. KBC wordt vaak verweten dat de bank zich extern profileert als de steun en toeverlaat van de Vlaamse kmo's, terwijl dat in de praktijk te wensen over laat. ING België zou in sommige regio's dan weer aansturen op een inkrimping van de kredietportefeuille met 20 procent. En van BNP Paribas Fortis hoor je vooral klagen over een gebrek aan voeling met de Vlaamse kmo-markt. Feit is dat de banken vanaf volgend jaar stapsgewijs een nieuwe regelgeving (de fameuze Basel III) moeten implementeren, die belangrijke kapitaal- en liquiditeitseisen aan de instellingen stelt. Die eisen zullen onvermijdelijk een effect hebben op de beschikbaarheid, de prijs en de voorwaarden van de kredietverlening, zegt Freddy Van den Spiegel, economisch adviseur van BNP Paribas Fortis: "Het wordt structureel moeilijker om aan goedkope kredieten te geraken." Van den Spiegel wijst erop dat de banken verplicht worden meer en beter kapitaal aan te houden en de risico's beter af te wegen. Systeembelangrijke instellingen moeten een bijkomende kapitaalbuffer aanleggen. En naast strenge liquiditeitsratio's wordt een leverageratio ingevoerd die de schuldfinanciering beperkt tot maximaal 33 keer het eigen vermogen. Als gevolg van al deze Basel III-maatregelen zullen de banken veel meer kapitaal moeten aanhouden en hun langetermijnfinanciering gevoelig uitbreiden. Het maakt een verstrakking en een tariefverhoging van de kredietverlening heel waarschijnlijk. Het eerste en belangrijkste slachtoffer van de kapitaal- en liquiditeitseisen van Basel III worden de leningen met zeer lange looptijd, zegt Marc Lauwers, vicevoorzitter van het directiecomité van Belfius Bank: "Banken zullen terughoudender zijn om leningen met een looptijd van twintig jaar of meer toe te kennen. Daar horen hypotheekleningen bij, maar ook projectfinanciering." Arnaud Laviolette van ING België bevestigt dat er een risico van beschikbaarheid dreigt te ontstaan voor kredieten op zeer lange termijn. Dat is niet zozeer een probleem voor bedrijven, die bij bankfinanciering doorgaans werken met looptijden van vijf tot zeven jaar. Maar wel voor de openbare en de zorgsector, en voor investeringen in infrastructuur en grote projecten, die gefinancierd worden met kredieten van 20, 25 of 30 jaar. De banken zullen zulke kredieten niet vlot blijven aanbieden, zegt Laviolette, die vindt dat er gezocht moet worden naar alternatieven: "Andere investeerders met een langetermijnhorizon, zoals verzekeraars of pensioenfondsen, kunnen onze plaats innemen. We moeten er alles aan doen om langetermijnfinanciering beschikbaar te houden. Er zijn oplossingen mogelijk. Maar de rol van de banken zal in de toekomst beperkt blijven tot intermediatie. Andere actoren zullen de kredieten op hun balans moeten nemen." PATRICK CLAERHOUT"Banken zullen terughoudender zijn om leningen met een looptijd van twintig jaar of meer toe te kennen" Marc Lauwers (Belfius Bank)