Het is niet de eerste keer dat wij ons in Trends afvragen of Vlaams minister van Tewerkstelling Renaat Landuyt (SP.A) wel iets begrijpt van de werking van de arbeidsmarkt, maar deze keer maakt hij het echt wel bont. De minister wil immers de tewerkstelling van hoog opgeleide buitenlanders koppelen aan de opleiding van de laaggeschoolde werklozen. Concreet: bedrijven die hooggeschoolde buitenlandse werknemers willen aantrekken, zouden hiervoor enkel nog de toelating krijgen als ze beloven om laaggeschoolde werklozen op te leiden of een werknemer bij te scholen voor dezelfde functie. Wat kan daar de bedoeling van zijn? Poli...

Het is niet de eerste keer dat wij ons in Trends afvragen of Vlaams minister van Tewerkstelling Renaat Landuyt (SP.A) wel iets begrijpt van de werking van de arbeidsmarkt, maar deze keer maakt hij het echt wel bont. De minister wil immers de tewerkstelling van hoog opgeleide buitenlanders koppelen aan de opleiding van de laaggeschoolde werklozen. Concreet: bedrijven die hooggeschoolde buitenlandse werknemers willen aantrekken, zouden hiervoor enkel nog de toelating krijgen als ze beloven om laaggeschoolde werklozen op te leiden of een werknemer bij te scholen voor dezelfde functie. Wat kan daar de bedoeling van zijn? Politieke profilering? Vreemd genoeg gaat de houding van Landuyt diametraal in tegen de maatregelen die een paar maanden geleden op federaal vlak genomen werden. De federale regering had het licht op groen gezet voor de verlenging van geldigheidsperiode van de arbeidskaart voor hoger opgeleiden van vier jaar naar acht jaar. Die kaarten worden echter door de gewestelijke overheden uitgereikt. Door daar op Vlaams vlak voorwaarden aan te koppelen, worden de versoepelde regels van de federale overheid uitgehold. Het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) heeft gelijk als het beweert dat "wat men met de ene hand geeft met de andere hand wordt teruggenomen." Volgens het Vlaams Economisch Verbond ( VEV) is deze hele operatie er blijkbaar op gericht om de buitenlandse hooggeschoolden zo snel mogelijk terug te sturen naar hun land van herkomst, en om de beslissing van de federale regering dode letter te laten blijven. Begrijpe wie kan. Wat vaststaat, is dat Landuyt daarmee voor de zoveelste keer een slechte dienst bewijst aan de Vlaamse ondernemingen. Die zijn in hun zoektocht naar geschoold personeel de wanhoop nabij. Zij pleiten al langer dan vandaag voor een versoepeling van de arbeidsmarktregels in de hoop dat daarmee het prangende tekort aan bijvoorbeeld ingenieurs kan worden opgelost.Hun smeekbeden werden totnogtoe amper verhoord. Integendeel, buitenlandse werknemers die bijvoorbeeld over een vergunning beschikken voor drie jaar, kregen het steeds moeilijker om een verlenging ervan te krijgen. En zoals gezegd: de wetgeving mag dan nog versoepeld worden, Landuyt slaagt erin om die via een achterpoortje weer ongedaan te maken. Die houding resulteert in verschillende negatieve effecten. Primo: steeds meer hooggeschoolde buitenlandse werknemers kiezen eieren voor hun geld en gaan in landen werken waar de wetgeving soepeler is. Tot grote ergernis van de bedrijfsleiders en de verschillende werkgeversorganisaties die lijdzaam moeten toezien hoe een heel pak expertise die de werknemers hebben opgedaan zomaar meenemen naar het buitenland. "Een dure investering die we definitief kwijt zijn," is een veel gehoorde klacht. Bovendien zullen steeds minder hooggeschoolde buitenlandse werknemers bereid zijn om in België te komen werken.Een ander negatief effect is dat bedrijven die een beroep doen op buitenlandse hooggeschoolde werknemers twee keer zullen nadenken vooraleer ze beslissen in Vlaanderen te investeren. En die zijn in deze moeilijke economische periode meer dan welkom. Ook voor ingenieurs die - denk maar aan Alcatel - niet langer zeker zijn van hun job. De beleidsopties van Landuyt kunnen dus zware gevolgen hebben voor onze economie. Alain Mouton [{ssquf}]