LAAT LONEN VRIJ

De vlotte vergelijkbaarheid van de prijzen en bijgevolg de toename van concurrentie in de Europese muntunie (EMU), maken dat competitieve sectoren en regio’s zullen groeien en werknemers aanwerven. Zwakkere sectoren en regio’s daarentegen zullen een terugval van de groei en een arbeidsuitstoot kennen. Vasthouden aan de bestaande starre lonen en rigide aanwervings- en ontslagregels is dan een slechte oplossing, schrijft Freddy Heylen, professor macro-economie aan de Universiteit Gent, in een recente studie (zie ook Tweespraak in Trends van 25 juni 1998). Beter is het de arbeidsmarkt te flexibiliseren – aanwerving en ontslag vergemakkelijken, genereuze uitkeringen afbouwen… – en de lonen vrij naar hun evenwicht te laten zoeken. Dat betekent: hogere lonen in sterke sectoren en regio’s (de nieuwe jobs worden ingevuld), lagere lonen in de zwakkere (arbeidsuitstoot wordt beperkt en werknemers tot omscholing aangezet). Omdat dit inkomensongelijkheid geeft en succes bovendien niet verzekerd is – in de VS en het VK bleek loonflexibiliteit alleen de tewerkstelling van de laagst geschoolden niet te bevorderen – wil Heylen dit beleid aanvullen met positieve maatregelen zoals vorming, reconversie, overheidsinvesteringen in zwakke regio’s en een ondersteunend macro-economisch vraagbeleid.

Onze loonkostenevolutie vergelijken met die van onze handelspartners – zoals België nu al tien jaar doet – heeft in het licht van de EMU niet veel zin meer, aldus Heylen. De daaruit resulterende globale macro-economische loonnorm zal te hoog zijn voor de zwakke sectoren en regio’s (zodat de werkloosheid er stijgt) en te laag voor de sterke (zodat potentiële werkgelegenheid er niet komt). Temeer, zo’n vergelijkende loonnorm kan sommige landen inspireren tot competitieve loonmatiging, dat is het onderbieden op de lonen van de handelspartners. Dat is negatief voor de inkomensverdeling en tast de binnenlandse vraag aan. Competitieve loonmatiging kunnen we missen zeker nu het loonaandeel in het nationaal inkomen al historisch laag en het rendement van kapitaal historisch hoog is. In dit kader vindt Heylen het verontrustend dat het loonmatigingsbeleid van Nederland algemeen tot model wordt uitgeroepen. Hij meent dat de EU-Commissie veeleer zou moeten optreden tegen lidstaten die een algemene loonkostenverlaging doorvoeren zonder dat daar in de arbeidsmarkt redenen voor zijn.

Hoe ga je nu de arbeidsmarkt en de lonen flexibiliseren? De EMU en de daaruit volgende concurrentieslag zullen allicht niet volstaan, aldus Heylen. Want de medewerking van de sociale partners is niet zeker: de koppeling van de Belgische frank aan de Duitse mark (een soort EMU avant la lettre) heeft onze vakbonden in het begin van de jaren negentig niet aangezet tot gematigdheid. En een aantal sectoren blijft ook in een muntunie grotendeels aan de internationale concurrentie ontsnappen, zoals horeca, distributie en kleinhandel. Daarom pleit Heylen ervoor om de sectoren te responsabiliseren voor overmatige loonstijgingen: door hen, bijvoorbeeld, zelf de lasten te doen dragen van de werkloosheid die ze door te hoge lonen veroorzaken. Of door kortingen op hun werkgeversbijdragen afhankelijk te maken van al of niet verantwoord loonbeleid. Heylen denkt – in het extreemste geval – aan het weigeren van de algemeen bindend-verklaring van de CAO als sanctie. Algemeen toegekende loonkostenverlagingen (zoals Maribel) en de “genereuze” brugpensioenen stelt hij in vraag, omdat ze niet stroken met de responsabilisering.

Tot slot benadrukt Heylen nog eens de noodzaak van een ondersteunend macro-economisch vraagbeleid. Zo’n vraagbeleid kan de inflatie doen stijgen, maar dat is niet erg. Recente studies tonen aan dat een inflatie van bijvoorbeeld 5% niet nadelig hoeft te zijn voor de groei. Een stelling waarmee Heylen de Europese Centrale Bank wellicht niet te vriend zal zijn…

Freddy Heylen, “Monetaire unie en arbeidsmarkt: reflecties over loonvorming en macro-economisch beleid,” Universiteit Gent, Faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen, Working Paper nr. 98/56, juni 1998.

Info: Tel. (09)264.34.86.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content