De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Ter uitvoering van het regeerakkoord tovert de regering niet alleen een fiscale amnestieregeling tevoorschijn. Zij sleutelt ook aan de voorwaarden waaronder vennootschappen recht hebben op het verlaagd opklimmend tarief van de vennootschapsbelasting. Verlaging. Op dit ogenblik bedraagt dit tarief 28 % op de eerste schijf van 25.000 euro; 36 % op de schijf van 25.000 tot 89.500 euro, en 41 % op de schijf van 89.500 tot en met 323.750 euro. Zodra het fiscaal resultaat de grens van 323.750 euro overschrijdt, is het algemeen tarief van toepassing. Dat bedraagt totnogtoe 39 %. Het wordt niet alleen toegepast op het saldo dat de voormelde grens overschrijdt, maar op het geheel, vanaf de eerste euro. De vermelde tarieven zijn basistarieven. Ze worden verhoogd met drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage. Die is inmiddels in de personenbelasting bijna volledig afgeschaft. Maar in de sfeer van de vennootschapsbelasting geldt de aanvullende crisisbijdrage nog steeds voluit. In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting gaan de voormelde basistarieven omlaag. Vanaf het aanslagjaar 2004 bedraagt het algemeen tarief nog slechts 33 % en ziet het verlaagd opklimmend tarief er als volgt uit: 24,25 % op de eerste schijf van 0 tot 25.000 euro; 31 % op de schijf van 25.000 tot 90.000 euro en 34,5 % op de schijf van 90.000 tot 322.500 euro (percentages die dus ook nog altijd verhoogd moeten worden met drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage). Voorwaarden. De toepassing van het verlaagd opklimmend tarief is aan een hele reeks voorwaarden onderworpen. De vennootschap mag geen dividenden uitkeren die hoger zijn dan 13 % van het gestorte kapitaal. Ze mag geen deel uitmaken van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort. Haar aandelen mogen slechts in beperkte mate door andere vennootschappen gehouden worden. En ze mag ook geen financiële vennootschap zijn (wat wil zeggen dat de aandelen die ze zelf bezit, een bepaald plafond niet mogen overschrijden). Last but not least is vereist dat de vennootschap in voldoende mate bedrijfsleidersbezoldigingen uitkeert. Die laatste voorwaarde is indertijd ingevoerd als reactie op de tendens om zoveel mogelijk beroepsinkomsten aan de personenbelasting te onttrekken, en ze onder te brengen in professionele vennootschappen waar ze - in vergelijking met de tarieven die in de personenbelasting van toepassing zijn - slechts matig worden belast, zeker als ze daar slechts onderworpen worden aan het verlaagd opklimmend tarief van de vennootschapsbelasting. Vandaar dat de wetgever het verlaagd tarief voorbehouden heeft aan vennootschappen die in voldoende mate bedrijfsleidersbezoldigingen uitkeren, die vervolgens in hoofde van de bedrijfsleider (natuurlijke persoon) in de personenbelasting worden belast. Grens. Vereist is dat de vennootschap ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk, aan ten minste één van haar bedrijfsleiders een bezoldiging toekent die ten minste gelijk is aan een bepaald bedrag. Tot nog toe ligt de grens op 24.500 euro (ongeveer 1 miljoen oude frank). De bezoldiging mag ook lager zijn, maar dan is vereist, dat ze ten minste gelijk is aan of hoger is dan het belastbaar inkomen van de vennootschap. Uit een wetsontwerp dat onlangs door de regering werd goedgekeurd en dat weldra aan het parlement ter bespreking zal worden voorgelegd, blijkt nu dat de grens van 24.500 euro omhoog gaat. Verwonderlijk is dit niet. De grens is sinds de invoering (nu ongeveer tien jaar geleden) nooit aangepast. Als ze de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen had gevolgd, had ze vandaag al meer dan 30.000 euro moeten bedragen. Voorlopig blijft ze behouden op 24.500 euro. Maar vanaf het aanslagjaar 2005 gaat ze omhoog. Om te beginnen naar 27.000 euro, vervolgens voor het aanslagjaar 2006 naar 30.000 euro, dan voor het aanslagjaar 2007 naar 33.000 euro en vanaf het aanslagjaar 2008 naar 36.000 euro. Natuurlijke persoon. Zoals vandaag het geval is, volstaat het dat aan ten minste één bedrijfsleider zo'n minimumbezoldiging wordt uitgekeerd. Moet die bedrijfsleider per se een natuurlijke persoon zijn? Als men de ratio legis in aanmerking neemt (zie hoger), is dat wel degelijk het geval. Niettemin hebben sommige rechtbanken aanvaard, dat ook een bezoldiging die wordt uitbetaald aan een bestuurder/ vennootschap zou kunnen volstaan. Maar die rechtspraak heeft nog betrekking op een periode waarin de wettekst minder duidelijk geformuleerd was. Vandaag staat in het wetboek uitdrukkelijk te lezen dat een bedrijfsleidersbezoldiging alleen kan slaan op bezoldigingen die worden uitbetaald aan natuurlijke personen. De minimumbezoldiging waarvan sprake, moet dus - zeker vandaag - worden uitgekeerd aan een bedrijfsleider van vlees en bloed. Een vergoeding die aan een bestuur-der/vennootschap wordt uitgekeerd, telt dus niet (meer) mee. Jan Van DyckEen deel van het resultaat moet naar de personenbelasting vloeien.