Schilder Gustave van de Woestyne - hier in een brief aan kunsthistoricus Jozef Muls - was slechts een van de vele Belgische kunstenaars die in 1914 werden verrast door de Duitse inval. In shock stak hij het Kanaal over naar Groot-Brittannië. De meeste Belgen belandden uiteindelijk in Londen. Voor Emile Claus bijvoorbeeld zou de Theems een nieuwe, onuitputtelijke inspiratiebron worden. Van de Woestyne van zijn kant zocht met beeldhouwer George Minne en schilder Valerius de Saedeleer - samen de kernleden van de eerste Latemse groep - het typische Welshe natuurdecor op.
...

Schilder Gustave van de Woestyne - hier in een brief aan kunsthistoricus Jozef Muls - was slechts een van de vele Belgische kunstenaars die in 1914 werden verrast door de Duitse inval. In shock stak hij het Kanaal over naar Groot-Brittannië. De meeste Belgen belandden uiteindelijk in Londen. Voor Emile Claus bijvoorbeeld zou de Theems een nieuwe, onuitputtelijke inspiratiebron worden. Van de Woestyne van zijn kant zocht met beeldhouwer George Minne en schilder Valerius de Saedeleer - samen de kernleden van de eerste Latemse groep - het typische Welshe natuurdecor op. Achteraf bekeken vormen de jaren van ballingschap slechts een onbelangrijke voetnoot in de Grote Belgische Kunstgeschiedenis. We kunnen het dan ook niemand kwalijk nemen dat de kunstwerken van de 'Vlaamse kolonie in Wales' nooit eerder en bloc aan het publiek werden getoond. In de kelders van het Gentse Museum voor Schone Kunsten liggen al sinds 1949 bijna 400 'Welshe tekeningen' van symbolist Minne. Maar niemand onderzocht ooit de omstandigheden waarin die totstandkwamen. En de voorbije vijftig jaar werd al evenmin aandacht geschonken aan de taferelen die Valerius de Saedeleer en Gustave van de Woestyne in Wales op doek zetten. Meer zelfs: de 'landschappen van Cardiganshire' (De Saedeleer) en de 'Welshe boeren' (Van de Woestyne) bleven al die tijd in Britse verzamelingen steken. De tentoonstelling Kunst in Ballingschap - Vlaanderen, Wales en de Eerste Wereldoorlog biedt voor het eerst een overzicht van wat de Vlaamse ballingen in Wales produceerden - en dat is op zich al een prestatie. Dat de tentoonstellingsmakers het werk van de Vlamingen ook nog eens met Welshe kunst uit de vroeg-twintigste eeuw combineerden, was een minder goed idee. De schilderijen van Augustus en Gwen John, Frank Brangwyn en David Jones zijn allesbehalve verrassend. Bovendien valt het op dat de gedeelde interesse van Vlamingen en Welshmen voor eenvoudige portretten en desolate landschappen nooit een uitgangspunt vormde voor een artistieke uitwisseling. Als toeschouwer kan u dus ten hoogste 'parallellismen' ontdekken. Dat het Gentse museum de tekeningen van Minne nog eens uit de kelders opdiepte, maakt echter van deze expositie wél een aanrader. Het is trouwens opvallend dat Minne tijdens zijn verblijf in het Welshe Llanidloes niet één beeldhouwwerk maakte. Hij hield het bij tekeningen: vierhonderd in totaal - waarvan er zo'n 25 ophangen - en in alle mogelijke formaten. In een expressief clair-obscur behandelde de symbolist daarin steeds weer dezelfde thema's: moeders die hun kind omhelzen, wachtende vrouwen, piëta's en eucharistische Christusfiguren. Stuk voor stuk pakkende getuigenissen van de obsessionele scheppingsdrang van de Gentse kunstenaar. Werken ook die op een indringende manier de existentiële angst en onmacht reflecteren waarin Minne en zijn vrouw verkeerden... met drie zonen aan het front. Minne verwoordde het in een brief aan de Gentse kunstcriticus George Chabot als volgt: " Al mijn tekeningen stellen hetzelfde voor, maar vergeef mij indien ik er nog niet wil over spreken op dit moment. Al wat ik kan zeggen, is dat zij gemaakt zijn onder de diepe indruk die deze jaren van innerlijk lijden hebben nagelaten." We vergeven het Minne maar al te graag. Jan LodewyckxKunst in Ballingschap - Vlaanderen, Wales en de Eerste Wereldoorlog. T/m zo 17/3 in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark, 9000 Gent (van di t/m zo van 10.00 tot 18.00 uur). Info: tel.09-240 07 50, http://finearts.museum.gent.be