Wie binnenkort in Parijs is en van kunst houdt, kan het Centre Pompidou niet overslaan. Op een tentoonstelling schetst het museum een volledig beeld van het kubisme, de revolutionaire stroming tussen 1907 en 1917, waarvoor Cézanne in de late...

Wie binnenkort in Parijs is en van kunst houdt, kan het Centre Pompidou niet overslaan. Op een tentoonstelling schetst het museum een volledig beeld van het kubisme, de revolutionaire stroming tussen 1907 en 1917, waarvoor Cézanne in de late negentiende eeuw het pad had geëffend. In 1907 kreeg Cézanne een soloshow op het Salon d'Automne, datzelfde jaar schildert Picasso zijn Demoiselles d'Avignon. Het Parijse museum beperkt zich niet tot de grote namen zoals Braque, Picasso en Léger, maar zoomt ook in op secundaire namen, zoals Gleizes, Laurens, Delaunay, Picabia en Metzinger, die ieder op hun manier de ideeën van het kubisme hebben vertaald. In een themazaal wordt de invloed van het historische kubisme op de avant-garde uitgelicht. Daar hangen interessante werken van onder meer Mondriaan, Duchamp, Malevitsj en Matisse. Nog in het Centre Pompidou opent op 10 oktober een soloshow rond Tadao Ando, de Japanse toparchitect en de winnaar van de Pritzker Prize. Van zijn minimalistische, bijna meditatieve betonarchitectuur zijn vijftig projecten uitgelicht, aan de hand van een tachtigtal tekeningen en maquettes.