Copyright: The Economist Bewerking: Luc De Decker
...

Copyright: The Economist Bewerking: Luc De Decker Als de ultieme maatstaf voor impact erin bestaat dat uw naam uitgroeit tot een nieuw werkwoord in de belangrijkste talen, dan mag Google trots zijn. Toen ze de onderneming vijf jaar geleden oprichtten, kozen Sergey Brin en Larry Page, twee studiemakkers aan de universiteit van Stanford, voor een woordspeling op googol (het getal 1 gevolgd door 100 nullen), omdat het hun ambitie was om de massa informatie op internet op een transparante en superieure wijze te ordenen. Dezer dagen googlen vrijgezellen hun vrij(st)ers voor ze ingaan op een afspraakje, googlen huisvrouwen recepten voor ze aan het koken slaan en googlen patiënten hun kwalen voor ze bij de dokter aankloppen. Niet alleen is de site van Google de populairste zoekplek op het web, het bedrijf drijft ook de zoekrobots aan op belangrijke portals zoals Yahoo en AOL. Alles bij elkaar is op dit ogenblik 75 % van alle verwijzingen naar websites afkomstig van de algoritmen van Google. Van macht gesproken. Maar hoe kan die macht omgezet worden in geld? Dat is de hamvraag voor de raad van bestuur van Google, waarin ook twee van Silicon Valleys bekendste durfkapitalisten zetelen, John Doerr van Kleiner Perkins Caufield & Byers en Michael Moritz van Sequoia Capital. Het is een publiek geheim dat ze Google in de lente van 2004 naar de beurs willen brengen. De waarde wordt geraamd op 15 tot 25 miljard dollar. Dat bedrag herinnert ons aan de hoogdagen van de dotcomhype. Krijgen we ook hetzelfde scenario, waarbij de beursgang alleen de oprichters puissant rijk maakt? Pak de poen en vlucht of duurzame winstmachine? Bij gebrek aan een glazen bol moeten we die vraag beantwoorden door de kansen en valkuilen in kaart te brengen. Eerst bekijken we de fonkelende zijde van de medaille, vervolgens stuiten we op een inktzwart doemscenario. En een imposante kaper. Al in 2001 wilde Google bewijzen dat het geen lege dotcomdoos, maar een ernstige onderneming is. Daarom zochten de jonge computerfreaks een doorgewinterde topmanager: ze plaatsten Eric Schmidt, toen 46, op de CEO-stoel. Hij had net softwarebedrijf Novell, dat door de concurrentie van Microsoft gedecimeerd werd, opnieuw op de rails gekregen. Schmidt begreep al snel hoe het zoekwerk van de klanten (nu zijn dat er al 200 miljoen per dag) te gelde gemaakt kan worden: kleine, onopvallende maar hoogst relevante tekstberichten plaatsen naast de zoekresultaten van Google. Adverteerders houden van dat systeem, omdat ze alleen moeten betalen als de surfers ook echt op hun links klikken. Bovendien storen de klanten er zich niet aan. Sommigen leren die commerciële links zelfs appreciëren wegens hun relevantie, net zoals ze de Gouden Gids appreciëren. Die inkomsten komen nu naast het besturen van andere zoeksites, wat ook een aardige duit oplevert. Pionieren doet Google met dergelijke betaalde zoekadvertenties niet. Die eer valt te beurt aan Overture, een Californische firma die dit jaar werd overgenomen door Yahoo en die nog altijd zowat de helft van de pakweg 2 miljard dollar grote markt in handen heeft. De oprichters van Google waren ook niet meteen voor het concept gewonnen. Op een beurs verkondigde Page ooit dat commerciële uitbating de zoekindu- strie verbastert. Schmidt zorgde er echter voor dat het concept bij Google geen controverse meer uitlokte en dat betaalde opzoekingen nu al het snelst groeiende onderdeel van de advertentiesector geworden zijn. De volgende stap bestaat erin om die benadering van de advertentiemarkt te verkassen van de resultaatpagina van een zoekmachine naar andere webpagina's. Firma's die op het web publiceren, laten steeds vaker toe dat ondernemingen als Google de inhoud van hun pagina's uitpluizen en relevante tekstadvertenties in de rechtermarge plaatsen. Zodra een bezoeker op zo'n link klikt, delen de webmasters de inkomsten met Google. Al die creatieve advertentietechnieken mogen dan wel steeds meer opleveren en Google mag dan al zowat synoniem voor zoekmachine zijn geworden, dat neemt niet weg dat het bedrijf onvermijdelijk op de rand van de afgrond blijft lopen. Het is immers zo goed als onmogelijk om voortdurend voor te blijven op de andere zoektechnologieën. Eén briljant idee van een ander stel geeks is voldoende om de voorsprong te verliezen. In tegenstelling tot een portal als Yahoo, dat zijn klanten ook gratis e-mail en andere diensten aanbiedt, is voor een zuivere zoekmachine het verlies van gebruikers altijd slechts een muisklik weg. Waarschijnlijk zal Yahoo ook de eerste zijn om in de aanval te gaan. Het heeft al rivaliserende zoektechnologieën in handen, waaronder AltaVista, AlltheWeb en Inktomi. Met de technologie voor contextuele advertenties van Overture heeft Yahoo nu alle elementen van het businessmodel dat van Google zo'n succes maakte onder één dak gebracht. Yahoo, nu nog een lucratieve klant van Google, wordt binnenkort wellicht een machtige rivaal. Nog angstaanjagender is dat Microsoft bloed geroken heeft. Het werkt een eigen zoekalgoritme uit en hoopt dat begin 2004 openbaar te maken, ongeveer rond de tijd dat Google vermoedelijk naar de beurs trekt. Microsoft is er altijd al goed in geweest om anderen ( Apple, Netscape) te laten pionieren met een technologie en die vervolgens over te nemen, gebruikmakend van zijn dominerende positie in besturingssystemen. Misschien hoeft Microsoft zelfs niet eens frontaal in de aanval te gaan. Een paar weken geleden, op Halloween (een onheilspellend teken?), pakte de New York Times uit met het bericht dat de generaals van Bill Gates de voorbije maanden aanklopten bij Google. Ze willen het bedrijf gewoon overnemen. Een officiële bevestiging van Microsoft of Google bleef uit, maar de New York Times zegt te weten dat de generaals meer dan eens voor de Google-deur stonden. Dat bericht moet sneu zijn voor de bankiers die zich al verlekkerden in de beursgang van Google. Ze hadden de conceptie ervan al gevierd, maar nu wachten ze angstig af of Google toch geen morning-afterpil slikt. En welk scenario verwacht de belegger, mocht Google binnenkort dan toch wat leven brengen op Wall Street?