40 procent van de wereldbevolking moet het met minder dan twee dollar per dag doen. Hoe slagen die erin om de eindjes aan elkaar te knopen? Daryl Collins en een aantal andere onderzoekers proberen daarop een antwoord te vinden in Portfolios of the Poor. Aan de hand van een analyse van de 'financiële dagboeken' van dorpelingen en bewoners van sloppenwijken in landen als Zuid-Afrika, Bangladesh of India proberen ze daarop een antwoord te geven. Uit hun onderzoek blijkt dat de bevolking in die arme landen nog altijd een beroep doet op vrienden en kennissen, maar ook vaak op een gesofisticeerde manier met financ...

40 procent van de wereldbevolking moet het met minder dan twee dollar per dag doen. Hoe slagen die erin om de eindjes aan elkaar te knopen? Daryl Collins en een aantal andere onderzoekers proberen daarop een antwoord te vinden in Portfolios of the Poor. Aan de hand van een analyse van de 'financiële dagboeken' van dorpelingen en bewoners van sloppenwijken in landen als Zuid-Afrika, Bangladesh of India proberen ze daarop een antwoord te geven. Uit hun onderzoek blijkt dat de bevolking in die arme landen nog altijd een beroep doet op vrienden en kennissen, maar ook vaak op een gesofisticeerde manier met financiële middelen probeert om te gaan. Er is zelfs sprake van oneigenlijk gebruik van microkredieten om het hoofd boven water te houden. Microkredieten zijn kleine leningen (tot maximaal enkele honderden euro's) die vooral worden toegekend aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die door een gebrek aan een vast inkomen geen traditionele lening kunnen afsluiten. Een microkrediet geeft hun de kans om te investeren. Vader van het stelsel van microkredieten is Muhammed Yunus die met de Grameen Bank van de microkredieten een succesverhaal maakte. Hij kreeg er zelfs de Nobelprijs voor. Maar Portfolios of the Poor plaatst een aantal kanttekeningen bij het stelsel van microkredieten. De onderzoekers kwamen tot de vaststelling dat in nog geen helft van de gevallen het microkrediet correct gebruikt werd voor de micro-onderneming. Ze geven het voorbeeld van een zekere Ramna die de kredieten gebruikt om haar debetsaldo aan te zuiveren. De kredieten worden dus niet gebruikt om bijvoorbeeld zaaigoed mee te kopen. De microkredieten in het geval van Ramna worden verstrekt door Grameen II, de opvolger van de Grameen Bank. Bij Grameen II is een nieuwe kredietfaciliteit mogelijk, de zogeheten Loan Top-up. Dit betekent dat klanten altijd de mogelijkheid hebben om op elk moment het volledige bedrag van de lening weer op te nemen. Stel dat Ramna 200 dollar geleend heeft. Ze heeft na een tijd 100 dollar afbetaald. Ze kan via de loan top-up op elk moment weer 100 dollar ontlenen. Een beetje zoals bij de kredietopening in onze contreien. Onderzoek van haar financieel dagboek leert overigens dat ze gretig gebruikmaakt van die kredietmogelijkheid. Ramna nam oorspronkelijk een microkrediet van 83 dollar om voedsel te kopen. Ze betaalde de lening daarna in stukjes terug om telkens weer een vers krediet te nemen. Volgens de onderzoekers zou je op het eerste gezicht niet denken dat Ramna zich steeds dieper in de schulden stak. De Top-up betekende alleen dat ze haar oorspronkelijke lening kon hernieuwen, niet meer dan dat, zo leek het. Maar de auteurs zijn niet echt gelukkig met deze nieuwe ontwikkeling van het microkrediet. Het betekent eigenlijk dat veel arme gebruikers voortdurend in het rood staan en op dat bedrag jaarlijks 20 procent intrest betalen. Met de oorspronkelijke bedoeling van microkredieten heeft deze Loan Top-up dus nog weinig te maken. In het boek pleiten ze er dan ook voor om het stelsel te hervormen, de Loan Top-up is ook geen gemeengoed geworden. DARYL COLLINS (E.A.), PORTFOLIOS OF THE POOR, PRINCETON UNIVERSITY PRESS, 2009, 320 BLZ., 25 EURO Thierry Debels