Op de winst van uw vennootschap betaalt u vennootschapsbelasting. Dat tarief bedraagt 33,99 procent. Onder bepaalde voorwaarden en voor vennootschappen met een belastbare winst die niet hoger is dan 322.500 euro geldt een opklimmend tarief van 24,98 tot 35,54 procent. Maar er zijn nog andere fiscale lasten. Als u zich door uw vennootschap een loon laat uitbetalen, betaalt u daarop maximaal 50 procent personenbelasting - plus de gemeentebelasting - en 22 procent socialezekerheidsbijdragen. Veel ondernemers zoeken daarom manieren om op een fiscaal voordelige manier geld te onttrekken aan hun vennootschap.
...

Op de winst van uw vennootschap betaalt u vennootschapsbelasting. Dat tarief bedraagt 33,99 procent. Onder bepaalde voorwaarden en voor vennootschappen met een belastbare winst die niet hoger is dan 322.500 euro geldt een opklimmend tarief van 24,98 tot 35,54 procent. Maar er zijn nog andere fiscale lasten. Als u zich door uw vennootschap een loon laat uitbetalen, betaalt u daarop maximaal 50 procent personenbelasting - plus de gemeentebelasting - en 22 procent socialezekerheidsbijdragen. Veel ondernemers zoeken daarom manieren om op een fiscaal voordelige manier geld te onttrekken aan hun vennootschap. Geld uit uw vennootschap halen in de vorm van een loon is fiscaal dan wel niet interessant, maar toch is het verstandig zich een minimale wedde te laten uitbetalen. Op de inkomstenschijf tot 8350 euro betaalt u slechts 25 procent personenbelasting. Daarbovenop hebt u recht op een belastingvrij minimum van 6800 euro, dat kan worden verhoogd afhankelijk van het aantal kinderen dat u ten laste hebt. U hoeft daardoor pas belastingen te betalen vanaf 6800 euro - of vanaf een hoger bedrag, als u kinderen ten laste hebt. Pas vanaf de inkomstenschijf boven 19.810 euro geldt het tarief van 45 procent. Daarnaast kan de uitkering van een loon ook voordelen hebben voor de vennootschapsbelasting. De vennootschap moet u een loon van minstens 36.000 euro uitbetalen om aanspraak te kunnen maken op het lagere, opklimmende tarief. Wilt u meer geld uit uw bedrijf halen, dan kijkt u het beste uit naar een of meer andere technieken. We bespreken enkele mogelijkheden, zonder volledig te willen zijn. Een dividend is winst die de vennootschap uitkeert aan haar aandeelhouders als vergoeding voor het ingebrachte kapitaal. Op de winst wordt eerst de vennootschapsbelasting geheven. Als het saldo - of een deel ervan - wordt uitbetaald in de vorm van een dividend, is daarop roerende voorheffing verschuldigd. De aandeelhouder betaalt er geen socialezekerheidsbijdragen op en de roerende voorheffing is lager dan de progressieve tarieven van de personenbelasting die van toepassing zijn op een loon. In de regel bedraagt de roerende voorheffing op dividenden 25 procent, maar dat kan ook 21 procent zijn als het dividend wordt toegekend aan aandelen op naam die na 1994 zijn uitgegeven en een inbreng in geld vertegenwoordigen. Belangrijk om te weten is dat de vennootschap geen aanspraak meer kan maken op het verlaagde tarief van de vennootschapsbelasting als het bedrag van de uitgekeerde dividenden hoger is dan 13 procent van het kapitaal. Als u een lening verstrekt aan uw vennootschap, mag u daarvoor intresten vragen. De vennootschap kan de intresten die ze betaalt aftrekken van haar belastbare winst. Op de ontvangen intresten hoeft u geen socialezekerheidsbijdragen af te dragen, er is enkel 21 procent roerende voorheffing verschuldigd. Maar er zijn beperkingen aan de lening die u mag verstrekken aan uw vennootschap. De intresten worden beschouwd als dividenden als het tegoed groter is dan de som van het gestorte kapitaal van de vennootschap aan het eind van het boekjaar en de belaste reserves aan het begin van het boekjaar. Bovendien mag de rente niet hoger zijn dan de marktrente. Overschrijdt u die grenzen, dan worden de intresten beschouwd als dividenden, wat fiscaal minder voordelig is. Dividenden zijn niet aftrekbaar voor de vennootschap en privé moet u er tot 25 procent roerende voorheffing op betalen. Een voorbeeld: stel dat uw bvba een gestort kapitaal van 20.000 euro heeft. Er is een wettelijke reserve van 2000 euro en 78.000 euro overgedragen winst, zodat de belaste reserves 80.000 euro bedragen. De eerste grens bedraagt dan 100.000 euro (20.000 + 80.000 euro). Als de marktrente 5 procent bedraagt, is dat de tweede grens. Als u een tegoed van 100.000 euro hebt waarop u 5 procent intresten of 5000 euro krijgt, overschrijdt u geen van beide beperkingen en wordt de lening niet geherkwalificeerd als een dividend. Als u een tegoed van 150.000 euro hebt waarop u 5 procent intresten en 7500 euro krijgt, wordt de grens van 100.000 euro overschreden met 50.000 euro. De intresten op dat deel - 2500 euro (5 % x 50.000) - zullen dan als dividenden worden beschouwd. Is er een tegoed van 100.000 euro waarop u 8 procent intresten vraagt (8000 euro), dan wordt de marktrente overschreden met 3 procent. Dat deel - 3000 euro (3 % x 100.000) - wordt gelijkgesteld met een dividend. Hebt u een lening van 150.000 euro gegeven waarop u 8 procent intresten of 12.000 euro vraagt, dan zijn beide grenzen overschreden. Daarvan zal 7000 euro als dividenden worden belast (3 % x 150.000 + 5 % x 50.000). Een andere techniek om geld uit uw vennootschap te halen, is het bedrijf voor u een pensioenkapitaal te laten opbouwen via een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging (IPT). U mag daarmee op om het even welk moment beginnen. Met een zogenoemde backservice kunt u zelfs premies betalen tot tien jaar vóór de oprichting van de vennootschap. De vennootschap kan de bijdragen, die voor haar fiscaal aftrekbaar zijn, betalen met brutowinsten. De fiscale aftrek is wel onderworpen aan de 80 procentregel. Die houdt in dat de betaalde premies in verhouding moeten staan tot het uitbetaalde loon van de bedrijfsleider. Hoe hoger het loon dat de vennootschap hem uitbetaalt, hoe hoger de pensioenopbouw mag zijn. Wanneer u bij uw pensionering het eindkapitaal opvraagt, moet u daarop wel een eenmalige belasting betalen. Gaat u met pensioen op 60 jaar, dan bedraagt het tarief 20 procent. Dat percentage daalt naarmate u later met pensioen gaat. Op 61 jaar betaalt u 18 procent, van 62 tot 64 jaar 16,5 procent en op 65 jaar 10 procent. U kunt als bedrijfsleider eigen roerende goederen - zoals een wagen, meubilair of kunstvoorwerpen - verhuren aan uw vennootschap, die ze dan gebruikt om haar activiteit uit te oefenen. De huurgelden worden beschouwd als roerende inkomsten, waarop u slechts 15 procent roerende voorheffing afdraagt. Er zijn geen socialezekerheidsbijdragen op verschuldigd en de roerende voorheffing is bevrijdend. Wie een roerend goed verhuurt aan zijn vennootschap, kan bovendien aanspraak maken op een forfaitaire kostenaftrek van 15 procent of meer. Het Hof van Cassatie heeft deze techniek aanvaard, op voorwaarde dat de huurprijs billijk blijft. Een kapitaalvermindering kunt u doorvoeren zonder dat u daarop wordt belast. Bij de omvorming van een nv tot een bvba mag u 42.950 euro van uw gestorte kapitaal belastingvrij uitkeren. Aangezien de aandelen aan toonder geen lang leven meer beschoren zijn, heeft een nv - met een minimumkapitaal van 62.500 euro - weinig toegevoegde waarde meer ten opzichte van een bvba, waarvan het minimumkapitaal 18.550 euro bedraagt. U kunt de kapitaalvermindering optimaliseren door vooraf een kapitaalverhoging door te voeren, bijvoorbeeld door de incorporatie van een rekening-courant of reserves, of door de aandelen van (dochter)vennootschappen in te brengen. Die wordt gevolgd door de kapitaalvermindering, waarbij de overtollige cash wordt uitgekeerd. Het spreekt voor zich dat u die transacties niet te snel na elkaar mag doen. De fiscus eist dat u daarvoor een wachtperiode van minstens drie jaar in acht neemt. JOHAN STEENACKERSEr zijn beperkingen aan de leningen die u mag verstrekken aan uw vennootschap. Overschrijdt u die grenzen, dan worden de intresten beschouwd als dividenden, wat minder voordelig is.