Een tandarts liet in 2008 een nieuwbouw neerzetten. Zijn praktijk had hij op het gelijkvloers en er kwamen drie appartementen op de eerste en de tweede verdieping. Daarna verkocht hij het vruchtgebruik van het hele complex aan zijn bvba voor 548.000 euro. De naakte eigendom behield hij. De vennootschap trok alle kosten voor de bouw - zoals afschrijvingen, intresten en de verzekering - vervolgens fiscaal af. Daar was de fiscus het niet mee eens. Er was geen discussie over de kosten voor de praktijkruimte, maar de facturen voor ...

Een tandarts liet in 2008 een nieuwbouw neerzetten. Zijn praktijk had hij op het gelijkvloers en er kwamen drie appartementen op de eerste en de tweede verdieping. Daarna verkocht hij het vruchtgebruik van het hele complex aan zijn bvba voor 548.000 euro. De naakte eigendom behield hij. De vennootschap trok alle kosten voor de bouw - zoals afschrijvingen, intresten en de verzekering - vervolgens fiscaal af. Daar was de fiscus het niet mee eens. Er was geen discussie over de kosten voor de praktijkruimte, maar de facturen voor de drie appartementen waren wel een probleem. "De tandarts verhuurde de drie appartementen aan derden", zegt Michel Maus, hoogleraar fiscaliteit en partner van Bloom Law. "Anders dan de fiscus was hij van mening dat die kosten noodzakelijk waren om huurinkomsten te verkrijgen en te behouden. In eerste aanleg kreeg hij gelijk op basis van dat argument. Maar de fiscus hield het been stijf en oordeelde dat louter het verkrijgen van belastbare inkomsten niet volstaat. Die moeten voldoende hoog zijn." Het hof van beroep van Gent boog zich over de kwestie. Initieel stelde de rechter dat het feit dat er met verlies wordt gewerkt niet mag beletten dat de kosten fiscaal aftrekbaar zijn. Maar uiteindelijk kreeg de fiscus toch gelijk. Het hof oordeelde dat verlies maken mag, maar dat het wel de bedoeling moet zijn op lange termijn winst te maken. En dat bleek niet het geval te zijn: de huur was niet hoog genoeg in verhouding tot de kosten. Over een periode van twintig jaar (de duur van het vruchtgebruik) kon de investering dus onmogelijk rendabel zijn. "Volgens het hof van beroep was de aankoop van het vruchtgebruik door de bvba dan ook louter bedoeld om de belastbare winsten van de goed draaiende tandartspraktijk te reduceren", legt Michel Maus uit. "Het doel van de kosten was dus niet inkomsten te verkrijgen, maar wel de belastbare grondslag in de vennootschapsbelasting te verlagen. Het hof was ook van mening dat de tandarts via die constructie de kosten, die hij in zijn persoonlijke naam niet fiscaal kon aftrekken, op de vennootschap wilde afschuiven." Nochtans had het Hof van Cassatie in 2015 op het eerste gezicht tegenstrijdige arresten uitgesproken. Michel Maus: "Toen werd geoordeeld dat kosten van een verlieslatende operatie en kosten die worden gemaakt om belastingen te besparen, toch aftrekbaar kunnen zijn. En dus legde de tandarts zich niet neer bij de uitspraak van het hof van beroep. Hij bracht zijn zaak voor het Hof van Cassatie, maar dat bevestigde dat het winstoogmerk essentieel is om kosten te mogen aftrekken. En de kosten voor het vruchtgebruik van de appartementen zijn dat dus niet."