Een werkloze die werk vindt, krijgt een salaris en dat is koopkracht voor het hele gezin." Dit citaat van de Franse minister van Economie en Werk, Christine Lagarde, vat in één zin de essentie van de hele discussie rond de koopkracht samen. De werkgelegenheid van vandaag is de koopkracht van morgen. Dat vergeten beleidsmakers te vaak. Politici, maar ook de vakbonden staren naar de lichtbak van de vermeende koopkrachtdaling en menen zich populair te moeten maken door te pleiten voor forse loonsverhogingen.
...

Een werkloze die werk vindt, krijgt een salaris en dat is koopkracht voor het hele gezin." Dit citaat van de Franse minister van Economie en Werk, Christine Lagarde, vat in één zin de essentie van de hele discussie rond de koopkracht samen. De werkgelegenheid van vandaag is de koopkracht van morgen. Dat vergeten beleidsmakers te vaak. Politici, maar ook de vakbonden staren naar de lichtbak van de vermeende koopkrachtdaling en menen zich populair te moeten maken door te pleiten voor forse loonsverhogingen. Terwijl het automatische indexeringsmechanisme net maakt dat de lonen op regelmatige basis worden aangepast aan de levensduurte. Bovendien krijgen de werknemers dit jaar niet alleen extra euro's op hun rekening omwille van de oplopende inflatie. Voor 2008 verwachten gereputeerde onderzoeksinstellingen ook een reële loonstijging van 0,9 % ten gevolge van de krapte op de arbeidsmarkt. Trends berekende dat de koopkracht dit jaar stijgt als we al die elementen in rekening nemen. Als er een gevaar is voor het behoud van de koopkracht op langere termijn, dan ligt dat elders dan bij de impact van hogere voedsel- en olieprijzen. De groei van het aantal jobs is van veel groter belang voor het in stand houden van de koopkracht op macroniveau of het reële beschikbare inkomen van de gezinnen. In 2006 steeg de koopkracht van een Belgisch gezin met gemiddeld 2 % en in 2007 met 2,7 %. Volgens de Nationale Bank is die toename eerder een gevolg van de intensere nettowerkgelegenheidscreatie. In 2008 verwacht het Planbureau een stijging van de koopkracht met 1,3 %. Ook Trends berekende dat de koopkracht dit jaar opnieuw zal toenemen. De verhoging zal inderdaad minder sterk zijn dan de voorgaande jaren. Dit is het gevolg van de stijging van de brandstofprijzen die niet in de index zijn opgenomen, maar ook en vooral ten gevolge van een geringere werkgelegenheidstoename. Als nu wordt toegegeven aan de recente eisen van sommige actievoerders dan dreigen veel bedrijven aan competitiviteit in te boeten, met extra werkloosheid en een lagere koopkracht tot gevolg. Het gewicht dat de actieve bevolking op dat moment zal moeten torsen om ons sociaal systeem in stand te houden, zal enkel nog zwaarder worden. Als vakbonden echt solidair willen zijn, dan kiezen ze voor loonmatiging die tegelijk jobcreatie blijft garanderen. Betekent dit dat loonstijgingen te allen prijze vermeden moeten worden? Zeker niet, op voorwaarde dat politici en sociale partners voor een langetermijnvisie kiezen en alle problemen onder ogen zien. De Gentse econoom Freddy Heylen stelt al jaren terecht dat België veel meer een probleem heeft met de productiviteit (meer bepaald de productiviteitstoename) dan met de loonkosten. Daarom heeft België nood aan een model dat inzet op onderwijs, O&O en dat de inzetbaarheid en de mobiliteit van werknemers van zwakkere naar beter presterende sectoren bevordert. Dat laat een goede aansluiting van lonen en productiviteit toe met een beperkte loonwaaier. Hogere lonen én meer jobcreatie zijn dan wel degelijk mogelijk.(T) Door Alain Mouton