De Europese Commissie staat onder toenemende druk van landbouworganisaties uit de lidstaten om opnieuw etiketten met het 'land van oorsprong' op voedingswaren te kunnen zetten. De Commissie twijfelt nog, maar een betere promotie van Europese producten zit er wel in. De commotie rond goedkoop geïmporteerde Chinese rommel, van speelgoed en boormachines tot tandpasta en konijnenvlees (die levensbedreigend kunnen zijn), maakt dat Made in China meer kritische vragen oproept. Meer nog dan China (waarvan we relatief weinig landbouw- en voedingsproducten importeren) liggen Brazilië en Argentinië bij ...

De Europese Commissie staat onder toenemende druk van landbouworganisaties uit de lidstaten om opnieuw etiketten met het 'land van oorsprong' op voedingswaren te kunnen zetten. De Commissie twijfelt nog, maar een betere promotie van Europese producten zit er wel in. De commotie rond goedkoop geïmporteerde Chinese rommel, van speelgoed en boormachines tot tandpasta en konijnenvlees (die levensbedreigend kunnen zijn), maakt dat Made in China meer kritische vragen oproept. Meer nog dan China (waarvan we relatief weinig landbouw- en voedingsproducten importeren) liggen Brazilië en Argentinië bij Europese boerenorganisaties onder vuur vanwege hormonen en gebrekkige hygiëne. Zo'n kritische benadering mag geen alibi zijn voor verdoken protectionisme, maar naïef de ogen sluiten voor een realiteit die op termijn tot commerciële spanningen moet leiden, is dom en gevaarlijk. Onze overheden hebben de plicht om onze handelspartners te wijzen op onaanvaardbare toestanden, ze in te lichten over onze kwaliteits- en veiligheidsstandaarden en ze bijstand te verlenen om de hoge eisen die wij aan onze producenten stellen, bij hen te introduceren. Driekwart van de goedkope Chinese rommel blijft in Azië, in China of gaat naar buurlanden in Zuidoost-Azië. Daar vielen al langer slachtoffers zonder bij ons de krantenkoppen te halen. Nu Indonesië het aandurft Chinese producten uit de handel te nemen, kondigde Peking meteen sancties af tegen Indonesische visserijproducten. Willen we een gelijkaardige Chinees-Europese handelsoorlog vermijden, dan moet nu klare wijn geschonken worden. Klaarheid of transparantie in China is een delicaat punt waar al te omzichtig omheen gefietst wordt. Maar productveiligheid is evenzeer in het belang van de Chinese consument. En dat geldt uiteraard voor alle opkomende economieën, ook India en Brazilië, die met steeds meer goedkope producten op onze markt komen. Op het vlak van geneesmiddelen is er stilaan vooruitgang: invoerders zullen voor medicijnen en aanverwante producten een GMP-attest moeten voorleggen ( good manufacturing practices), zoals voor producten van Europese makelij. Maar er zal ook werk gemaakt moeten worden van het auditen op GMP, het toezicht op fabrieken in de nieuwe productielanden en het afdwingen van de Europese spelregels. Er is meer dan de logica van goedkope arbeid. Laten we ons ook bezinnen over de verhuizing van onderzoekspotentieel en onze strategische afhankelijkheid. Wat dat laatste betreft, verkeert het Westen vandaag al in een positie van totale afhankelijkheid van China voor zijn bevoorrading in penicilline, dat alleen nog in China wordt geproduceerd. En voor sommige gezondheidsingrediënten en voedingsadditieven zijn we ook voor 100 % afhankelijk van China. Peking heeft immers een beleid gevoerd om westerse concurrenten uit te schakelen. Die mochten goedkoper in China gaan produceren, op voorwaarde dat ze ook hun onderzoeksafdeling meebrachten. Vraag is of dit soort onevenwichten in de wereldhandel op termijn houdbaar zijn, zonder dat spanningen op den duur onvermijdelijk worden. Erik Bruyland