Nieuwe berekeningswijze bedrijfsvoorheffing
...

Nieuwe berekeningswijze bedrijfsvoorheffingDe groepen belastingplichtigen die zich in de biezondere aandacht van de fiskus mogen verheugen, durven in de loop der tijden nogal eens wijzigen. Zo is er een periode geweest dat geen belastingwet kon voorbijgaan zonder dat de werklozen hun fiskale duit in het zakje moesten doen. Op andere momenten zijn het de bestuurders en werkende vennoten van vennootschappen geweest. Of de eigenaars van onroerende goederen. Of de niet-verblijfhouders die in België belastbaar zijn.PENSIOEN.Naar het zich laat aanzien, is het nu de beurt aan de gepensioneerden. Niet dat de gepensioneerden al niet eerder aangesproken zijn geweest om de schatkist mee te stijven. Denk bijvoorbeeld maar aan de biezondere belastingvermindering wegens vervangingsinkomsten. Waar ook gepensioneerden recht op hebben. Het verhaal van die belastingvermindering duurt al jaren. En is er een van telkens weer een beetje beknibbelen.Nog niet zo lang geleden was het weer zover. Het maximumbedrag van deze belastingvermindering werd tot voor kort van jaar tot jaar berekend in funktie van het maximumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen. Met als gevolg dat wanneer de werkloosheidsuitkering omhoog ging, ook de belastingvermindering automatisch mee steeg.PLAN.In uitvoering van haar globaal plan besliste de regering evenwel een tweetal jaar geleden, het bedrag van die belastingvermindering los te koppelen van de stijging van de werkloosheidsuitkeringen. Geen stijging meer. Alleen nog een koppeling aan de evolutie van het indexcijfer der konsumptieprijzen. Maar die koppeling is ook al minstens tot en met het aanslagjaar 1997 buiten spel gezet.Het gevolg daarvan is dat de genieters van vervangingsinkomsten inclusief de gepensioneerden in veel gevallen een beetje meer belasting gaan betalen. Niet katastrofaal méér. Maar veel kleintjes maken een groot. En zoals men weet, zijn de gepensioneerden met zeer velen. En hun aantal neemt nog toe. De wet van de grote getallen dus.HOOG.Voorts is er sedert begin van vorig jaar de biezondere inhouding op hogere pensioenen. Een parafiskale inhouding, die bij de betrokkenen gewoon neerkomt op minder pensioen. En dus op een bijkomende belasting. Een heffing die voor veel tandengeknars zorgt. Niet het minst omdat bij de berekening ervan ook rekening gehouden wordt met pensioenkapitalen die jaren geleden al uitgekeerd zijn.Voor de berekening van die biezondere inhouding heeft men binnen de sociale administraties een heel nieuw stelsel op punt moeten zetten. Om de hoogte van de biezondere inhouding te berekenen, moeten immers alle pensioenen in aanmerking genomen worden die iemand geniet. Zowel wettelijke pensioenen, als aanvullende pensioenen van groepsverzekeringen of pensioenfondsen. Zelfs buitenlandse pensioenen tellen mee. En, zoals gezegd, eveneens de pensioenkapitalen, ook als die voorheen uitgekeerd zijn. Pensioenkapitalen worden voor de toepassing van deze biezondere inhouding omgezet in een soort fiktieve jaarlijkse rente. Die dan bij de andere pensioenen wordt opgeteld.Eenmaal de optelsom van al die pensioenen gemaakt, kijkt men of het totaalbedrag een bepaalde grens overschrijdt. Is dat het geval, dan moet een inhouding gebeuren waarvan het percentage afhankelijk is van de hoogte van het totale pensioenbedrag. De manier waarop die inhouding vervolgens door de verschillende uitbetalingsinstellingen moet worden toegepast, is een verhaal apart, en voor buitenstaanders zo ingewikkeld en technisch dat men alleen maar kan hopen dat alles een beetje volgens het boekje gebeurt.GIGANTISCH.Die gigantische organizatie waardoor de overheid dus zicht heeft gekregen op het volledige pensioenbedrag dat per genieter door al die verschillende instellingen wordt uitbetaald is blijkbaar ook de fiskus niet ontgaan.Getuige daarvan een vrijwel onopvallende passage in de nieuwe richtlijnen voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing die onlangs in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd.Uit die nieuwe richtlijnen volgt immers dat de fiskale Administratie de berekening van de bedrijfsvoorheffing althans wat de pensioenen betreft die uitbetaald worden ingevolge een wettelijk of reglementair statuut voortaan ook op "gekumuleerde basis" wil zien gebeuren. Gedaan dus met wettelijke en reglementaire pensioenen waarop de bedrijfsvoorheffing telkens in funktie van elk pensioen afzonderlijk wordt berekend. Wie verschillende van die pensioenen geniet, moet er rekening mee houden dat de berekening van de bedrijfsvoorheffing vanaf nu geschiedt uitgaande van het totale pensioenbedrag dat hij verkrijgt. Alles bijeen opgeteld. Waarbij de fiskus handig gebruik maakt van de informatie die over die pensioenen beschikbaar is in het kader van de biezondere parafiskale inhouding op hogere pensioenen (zie hoger). Zij het dat de pensioenkapitalen hier niet meetellen, en ook niet de pensioenen van buitenlandse oorsprong.INNING.Die berekening op gekumuleerde basis heeft tot gevolg dat een aantal gepensioneerden vanaf dit jaar gekonfronteerd wordt met een hogere bedrijfsvoorheffing op hun wettelijke en reglementaire pensioenen. Op zich is dat niet zo erg. De bedrijfsvoorheffing is immers slechts een wijze van inning van de personenbelasting. Als er te weinig bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, moet men het verschil nadien toch bijpassen, op het ogenblik dat de personenbelasting ingekohierd wordt.Zo bekeken, is een bedrijfsvoorheffing die rekening houdt met het gekumuleerd bedrag van de verschillende pensioenen, zelfs een goede zaak. Ze vermijdt dat men nadien nog gekonfronteerd wordt met navorderingen die altijd als een onaangename verrassing komen.PLEZIER.Maar daaruit mag men niet konkluderen dat de gepensioneerden van plezier zullen staan springen omwille van de nieuwe berekeningswijze die hen te beurt valt. Integendeel zelfs. De nieuwe berekeningswijze komt immers neer op een relatieve vervroeging van de belastingheffing. Geld dat men vandaag moet afgeven, kan men niet meer op de bank laten staan. De winst is voor de fiskus. Het renteverlies voor de belastingplichtige.Voorts bestaat er ook nog steeds het stelsel van de "bonificaties". Dit houdt in dat men een belastingvermindering verkrijgt, als men op vrijwillige basis het verschil voorafbetaalt tussen bijvoorbeeld de bedrijfsvoorheffing die aan de bron ingehouden is en de personenbelasting die uiteindelijk verschuldigd is. Verhoogt men de bedrijfsvoorheffing, dan verkleint meteen ook het verschil dat vrijwillig kan worden voorafbetaald, en dus ook de belastingvermindering die men via dat stelsel van "bonificaties" kan verkrijgen.EFFEKT.Voorts is er nog een eenmalig effekt. De gekumuleerde wijze van berekening van de bedrijfsvoorheffing treedt in werking met ingang van dit jaar. Verschillende gepensioneerden betalen dus vanaf dit jaar meer bedrijfsvoorheffing. Vorig jaar was van zo'n gekumuleerde berekening nog geen sprake. Wat maakt dat de betrokken gepensioneerden wat het inkomstenjaar 1995 betreft het verschil tussen de bedrijfsvoorheffing (die op niet-gekumuleerde basis berekend werd) en de personenbelasting nog moeten bijbetalen. Normaal gezien zal dat eind 1996, begin 1997 zijn. Na de aangifte die dit jaar moet worden ingediend.Het gevolg daarvan is, dat de betrokkenen dit jaar (of begin volgend jaar) twee keer moeten betalen : ten eerste het supplement aan personenbelasing over het inkomstenjaar 1995, terwijl ze op de tweede plaats vanaf begin dit jaar een hogere bedrijfsvoorheffing betalen. Dat zorgt gegarandeerd voor kommer en kwel.STAATSBLAD.De manier waarop de nieuwe berekeningsregels bekend zijn gemaakt, maakt de zaken er niet mooier op. Weliswaar hebben ze in het lang en in het breed in het Staatsblad te lezen gestaan. En zoals men weet, wordt iedereen geacht de wet te kennen. En het Staatsblad te lezen.De waarheid gebiedt evenwel vast te stellen dat de meeste Belgen zelfs geen flauw benul hebben van wat in het Staatsblad staat. Voor de weinige landgenoten die het Staatsblad wel lezen, komt daar nog bij dat die lektuur weinig hartverwarmend is.PUZZEL.De nieuwe berekeningsvoorschriften inzake de bedrijfsvoorheffing beslaan tientallen bladzijden Staatsblad, zonder dat men daarbij vertelt op welke punten die richtlijnen in vergelijking met vorig jaar wijzigingen ondergaan hebben. Dat moet men maar zelf uitpuzzelen. Pas als men bereid is dat monnikenwerk te verrichten, zal men op een bepaald ogenblik verrast moeten vaststellen dat er verscholen tussen al die bladzijden plots een nieuwe regeling te lezen staat die de berekening van de bedrijfsvoorheffing ten aanzien van de wettelijke en reglementaire pensioenen op gekumuleerde basis voorschrijft. Die manier van doen staat veraf van wat men een gezonde openheid van bestuur zou kunnen noemen. Een openheid waarbij de burgers op klare en duidelijke wijze worden ingelicht van de nieuwe verplichtingen en fiskale ingrepen die hen boven het hoofd hangen.Die nieuwe regels zijn overigens ook niet in het Parlement bestudeerd en bekommentarieerd geweest. Het gaat immers om een eenvoudig Koninklijk Besluit.JAN VAN DYCK Jan Van Dyck is fiskalist.